Toespraak van minister De Croo voor het Belgisch Ontwikkelingsagentschap BTC

Toespraak Nieuwjaarsreceptie BTC
28 januari 2016

Alexander De Croo
Vicepremier en minister van Ontwikkelingssamenwerking


Dames en heren,

Laat mij beginnen met u en uw naasten het allerbeste toe te wensen. Januari is de maand bij uitstek om terug te blikken en vooruit te kijken. Laat mij eerst even in de achteruitkijkspiegel kijken.

Bij mijn aantreden 14 maanden geleden nam ik me voor om niet al te veel wittebroodsweken in te lassen.

Precies een jaar geleden, op deze plaats, tijdens de BTC-receptie heb ik de krachtlijnen uiteengezet van het ontwikkelingsbeleid dat ik wil voeren.

Et nous mettons très clairement l’accent sur deux points en termes de contenu : les pays les moins développés et les Objectifs de Développement durable.

Notre politique est articulée autour de deux piliers fondamentaux : l’approche fondée sur les droits dans laquelle les progrès en matière de droits humains occupent une position centrale et où la croissance économique est durable et profite à l’ensemble de la population.

Tout cela avec une attention particulière pour deux choses : le soutien au secteur privé local et la mobilisation des ressources nationales.

Nous disposons, pour ce faire, de deux outils : la numérisation comme levier de développement et une approche intégrée.

Ik zei u vorig jaar ook dat ik 2015-2016 beschouwde als jaren van de omslag. Jaren waarin ik het Belgische ontwikkelingsbeleid dat ik “erfde” tegen het licht wilde houden, kritisch evalueren op zijn impact en veranderen waar nodig.

Waarom? Het antwoord is eenvoudig. De wereld verandert en de uitdagingen waar we voor staan veranderen mee.

Hoe ziet die verandering eruit? Het voorbije jaar gaf ons alvast een aantal hints.

Financing for Development in Addis legde een nieuw financieringskader vast, met een grotere rol voor de privésector en meer aandacht voor alternatieve financieringsstromen dan de klassieke ODA.

En septembre, nous avons défini, dans l’enceinte des Nations Unies avec 193 pays, un tout nouveau cadre de développement, les nouveaux Objectifs de Développement durable (ODD) pour éradiquer la pauvreté d’ici 2030 et protéger notre planète.

Les accords sur le climat passés dans le cadre de la COP21 ont également marqué le début d’une nouvelle ère.

La manière de concevoir le développement évolue elle aussi. Je citerai à cet égard le dernier prix Nobel de l’économie Angus Deaton qui se montre assez critique à l’égard de l’aide au développement classique.

Deaton zijn stelling is dat klassieke ontwikkelingshulp zoals we dat lang hebben gedaan echte en duurzame groei in de weg staat.

Hulpafhankelijke landen slagen er veel minder goed in om hun economisch ontwikkelingspotentieel tot volle wasdom te laten komen. De verklaring daarvoor is dat buitenlands geld de verhouding tussen een regering en een bevolking grondig verstoort. Buitenlands geld – het geld van donoren – zet het sociaal contract tussen beiden op de helling.

Een regering die om de boel draaiende te houden, aangewezen is op haar bevolking, op het innen van belastingen, op een sterk en veerkrachtig economisch weefsel heeft een veel grotere prikkel om het algemeen belang voorop te plaatsen.

En revanche, les gouvernements qui restent sous perfusion d’aide au développement et tirent une part importante de leurs revenus des bailleurs de fonds étrangers, sont beaucoup moins enclins à tenir compte de leur population.

Een uitdagende vaststelling die ons dwingt om als donoren veel meer op onze strepen te staan.

Als donorhulp inderdaad de ‘normale’ relatie tussen een overheid en zijn bevolking verstoort, dan is het aan ons, aan donorlanden, om even kritisch te zijn als burgers.

Dat betekent dat we aan onze hulp duidelijke voorwaarden koppelen op het vlak van mensenrechten. Niet uit nieuwbakken kolonialisme of misplaatst interventionisme. Maar wel omdat ontwikkeling draait om menselijke ontwikkeling. En zonder respect voor mensenrechten kunnen onze ontwikkelingsinspanningen nooit duurzaam zijn.

Voilà ce qu’on peut dire de Deaton.

Citons aussi le Peer Review (l’examen par les pairs) réalisé l’an dernier. Lui aussi nous encourage à continuer à dépoussiérer notre politique.

Bovendien had ik het voorbije jaar ook het voorrecht om tijdens verschillende interessante zendingen intensief met mensen op het terrein te spreken. In Rwanda, Burundi, DRC, Ethiopië, Guinee en Burkina Faso.

Want ik vind het belangrijk om de ontwikkelingsrealiteit niet enkel te doorgronden in rapporten, maar ook om de problemen en uitdagingen vanuit eerste hand te horen.

Ja, we moeten als Belgen op de internationale fora in New York, Washington of Genève onze stem laten horen – en dat mag wat mij betreft zelfs af en toe wat luider, maar het is cruciaal ook om daar te gaan waar maar weinigen komen.

Wat heb ik er geleerd? Ik zou vier lessen met u willen delen.

1. Nous devons abandonner le paternalisme

Trop souvent encore, nous partons de l’idée que nous savons ce qu’il y a de mieux pour les autres, et qu’avec notre soutien aux institutions et aux pouvoirs publics, nous pouvons imposer nos propres solutions.

À Ouagadougou, j’ai parlé avec les représentants d’ONG belges et avec la société civile locale. Ces entretiens m’ont donné à réfléchir.

Non seulement, il y a eu deux Tables rondes distinctes : j’ai d’abord discuté trois quarts d’heures avec la société civile locale, puis, trois quarts d’heure avec les représentants des ONG belges. À deux tables différentes. Ces deux groupes semblaient à peine se parler. Les contacts entre, d’une part, l’ambassade et la représentation de la CTB, et d’autre part, la société  civile locale, étaient quasiment inexistants.

Daardoor ontstaat het beeld van een ontwikkelingsindustrie die vooral met zichzelf bezig is, die beleidsnota’s produceert, gemeenschappelijke contextanalyses bij elkaar pent, sectordialogen voert en institutionele versterkingsprojecten uitdoktert.

Het zijn bijna letterlijk de woorden van de mensen van het lokale middenveld die ik sprak – onder hen een aantal, niet de minste, die in Burkina aan de basis lagen van de vreedzame revolutie.

En nochtans: is het ons uiteindelijk niet te doen om hen? Om de lokale bevolking, de lokale private sector, de lokale civiele maatschappij. Zij zijn het die onze aandacht en onze steun verdienen. Zij zijn het die we moeten versterken, zodat ze als mondige burgers, sterke bedrijven en legitieme civiele organisaties in dialoog kunnen gaan met hun politieke elites.

Wij moeten dat niet in hun plaats doen. Maar we moeten wel de mogelijkheden scheppen zodat zij dat zelf kunnen doen.

2. Leçon numéro deux : nos pays partenaires ne veulent plus non plus être dépendants de l’aide

On l’a très clairement senti à Addis, mais aussi à Kigali et à Conakry.

Bien sûr, ces pays sont contents de nous voir venir avec notre APD. Et c’est vrai aussi que la plupart de nos pays partenaires ont toujours besoin d’APD pour se remettre debout. La Belgique va d’ailleurs à contre-courant de la tendance en se focalisant sur les pays les moins développés.

Mais d’une fois à l’autre, je constate que mes interlocuteurs ne sont intéressés que lorsque l’on évoque les possibilités plus vastes de commerce et de développement. C’est aussi pour cela que la mission en Guinée et au Burkina, avec mon collègue De Crem en charge du Commerce extérieur, a été aussi réussie.

Onze focus was niet om Belgische producten te slijten of nieuwe afzetmarkten voor onze producten te verkennen. We kennen allemaal de fouten die in het verleden in dat verband zijn gemaakt. Niemand – maar dan ook echt niemand – is bereid om die te herhalen. De Belgische Ontwikkelingssamenwerking stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen.

Onze insteek was anders en draaide rond de vraag hoe we met de expertise van onze bedrijven de ontwikkeling in onze partnerlanden kunnen versnellen.

Voor onze Belgische bedrijven betekent dat bijvoorbeeld de Haven van Conakry bijstaan om performanter te zijn en zo een economische groeipool te  worden in West-Afrika.

Of door regeringen bij te staan in het registreren van de identiteit van hun inwoners. Een cruciale opdracht. Want als je voor de overheid niet bestaat, zal die overheid voor jou ook geen onderwijs en gezondheidszorg voorzien.

Pourquoi refuser cette expertise belge à nos partenaires?

Peu importe que cette expertise se trouve à la CTB, dans les universités, dans nos ONG ou auprès de nos entreprises belges. La question qui prime, c’est comment mobiliser cette expertise.

Comme je le disais, cette mission conjointe a été un vrai succès. Nos interlocuteurs locaux avaient enfin le sentiment d’être respectés comme ils le méritent. En évoquant aussi le développement du commerce et le renforcement de la croissance économique locale, comme leviers pour s’affranchir de cette dépendance de l’aide.

3. Dat brengt mij bij mijn derde les: we hebben behoefte aan een veel breder ontwikkelingsfront. We kunnen het met onze traditionele ontwikkelingssamenwerking niet alleen.

De Sustainable Development Goals staan synoniem voor een duidelijke verbreding van het ontwikkelingsfront, zowel geografisch als qua partners.

De SDG’s breken met het Noord-Zuid verhaal. Alle landen zijn landen in ontwikkeling. Ook wij, in Europa, in België, hebben een ontwikkelingstraject door te maken. Ook wij moeten onze economie duurzamer maken, ons verkeer veiliger en ons onderwijs sterker.

Tegelijk betekent deze mindshift dat ontwikkeling niet langer het exclusieve terrein is van de klassieke ontwikkelingsorganisaties. Nieuwe partnerschappen zijn nodig, nieuwe sterke partnerschappen. Met de private sector bijvoorbeeld.

De reden is eenvoudig. “We need trillions, not billions,” zei Werelbankvoorzitter Jim Kim. Als we de nieuwe duurzame ontwikkelingsagenda succesvol willen uitvoeren, zullen we meer middelen moeten mobiliseren dan ooit. Middelen die de financiële capaciteiten van overheden ver overstijgen.

Le secteur privé jouera à cet égard un rôle essentiel, y compris le secteur privé belge.

C’est la raison pour laquelle je souhaite ouvrir le capital de BIO, avec un levier de 5 millions d’euros pour attirer 45 millions d’euros de capitaux privés.

C’est aussi pour cela que je vais réunir un groupe d’entreprises privées qui veulent s’investir dans le domaine du développement. La première table ronde est prévue mercredi. J’ai l’intention de structurer et de renforcer l’engagement de notre secteur privé autour des objectifs de développement durable. Regardez les Pays-Bas : le patron d’Unilever y est devenu l’une des icônes de l’Agenda pour le Développement durable.

In dezelfde geest moeten we durven nadenken over nieuwe financieringsmechanismen waarbij we overheidsmiddelen inzetten als hefboom om privémiddelen aan te trekken en de impact te garanderen. Een eerste concrete voorbeeld daarvan is de Humanitarian Impact Bond waarvan ik vorige vrijdag samen met de voorzitter van het Internationale Rode Kruis de principes heb voorgesteld op het World Economic Forum in Davos.

4. Dat brengt mij bij een laatste les: de rol van innovatie en de kansen van digitalisering voor ontwikkeling

Uit contacten met organisaties die op het terrein actief zijn, ik denk bijvoorbeeld aan het gesprek dat ik in Ouagadougou had met UNFPA, neem ik mee dat digitale technologie een belangrijke hefboom is voor ontwikkeling, bijvoorbeeld om jongeren te sensibiliseren rond rechten van vrouwen en meisjes.

Volgende week woensdag lanceert de Wereldbank het World Development 2016. Zoals u weet slaagt het World Development Report erin om trendsettend te zijn. Het voelt zeer goed aan welke discussies de volgende jaren de ontwikkelingsagenda zullen domineren. De focus op de dividenden van de digitale revolutie is absoluut de juiste.

Hoe zorgen we ervoor dat de digitale revolutie niet leidt tot nieuwe ongelijkheden, maar er net voor zorgt dat we de ontwikkelingskloof sneller kunnen dichten?

Cela sera une des discussions importantes au cours des prochaines années.

Hasard politique : dans notre pays, les portefeuilles du Développement international et de l’Agenda numérique sont concentrés chez une seule personne. Mettons à profit ce hasard et faisons-en un atout.

Dames en heren,

Eigenlijk zijn deze vier lessen samen te vatten tot vier woorden: “een wereld in verandering”.

Vraag is: wat betekent dit voor de Belgische Ontwikkelingssamenwerking?

Si nous voulons que la Coopération belge au développement reste pertinente, nous devrons aussi changer. Et je suis convaincu que si nous gérons de manière intelligente ce changement, notre politique de développement international gagnera même en pertinence et en impact.

Mais qu’est-ce que cela veut dire dans la pratique? Où en sommes-nous dans la réforme de notre propre organisation?

Ik begrijp dat er hierover onrust is. Dat is bij verandering altijd het geval, zeker wanneer er verregaande hervormingsplannen op de tekentafel liggen.

Ik begrijp die onrust. Mensen willen weten of er in die nieuwe plannen nog een plaats is voor hen, of er nog een uitdagende job overblijft. Mijn antwoord is een duidelijk ja. Ik zou zelfs zeggen: meer dan ooit!

De plannen zijn gemaakt, de voorstellen liggen op tafel. Ik wil hier nu binnen de regering het debat over aangaan en tegen Pasen duidelijkheid scheppen.

Ten eerste is er de versterking van BIO. Het voorstel om de wet op BIO te wijzigen, wordt deze week binnen de regering besproken. Het wetsontwerp heeft volgende doelstellingen:

  • L’adaptation de la mission et des objectifs de BIO au nouveau contexte instauré par les conférences d’Addis Abeba et de New York.
  • La précision de l’interdiction faite à BIO de réaliser des interventions dans les centres financiers offshore, les paradis fiscaux, les pays qui refusent l’échange d’informations fiscales. Les budgets de développement ne peuvent pas être détournés pour organiser la fuite des capitaux, la fraude fiscale ou les pratiques de blanchiment.
  • L’ouverture de BIO aux investisseurs privés intéressés par l’impact investment (l’investissement avec impact), c’est-à-dire par les investissements associant un objectif de développement et un rendement financier correct.

Ten tweede. Na de krokusvakantie zal ik aan de regering een wetsontwerp voorleggen dat het akkoord dat eind augustus 2015 met de actoren van de niet-gouvernementele samenwerking werd bereikt, omzet in de wet op de Belgische ontwikkelingssamenwerking. De teksten zijn nagenoeg klaar.

Het akkoord met de ANGS legt de basis voor een geïntegreerd ontwikkelingsbeleid van alle Belgische ontwikkelingsorganisaties. Het akkoord vermindert het aantal doellanden van de niet-gouvernementele samenwerking van 52 tot 32 en biedt zo een antwoord op de versnippering van de Belgische ontwikkelingsinspanningen.

Bovendien opent het de deur voor een belangrijke administratieve vereenvoudiging waardoor zowel de niet-gouvernementele actoren als DGD zich op hun core business kunnen toeleggen.

Pour terminer, il nous reste encore à parler de la réforme de la CTB. À la fin du mois d’octobre dernier, j’ai reçu une proposition ambitieuse du conseil d’administration. Un mois plus tard, j’ai reçu de mon administration, la DGD, un avis circonstancié quant à cette proposition.

En décembre et en janvier dernier, quatre réunions ont eu lieu entre mon cabinet, la DGD et la CTB, la réunion de clôture s’est tenue avant-hier.  L’objectif était de d’identifier les points de convergence entre la DGD et la CTB.

En een beetje tot verbazing van iedereen blijkt dat over heel veel te zijn. Ik heb me er dan ook toe verbonden om de punten waarover DGD en BTC het eens over te nemen.

Uiteraard zijn er ook enkele punten waar DGD en BTC het niet over eens zijn geraakt, belangrijke punten. Daarover zal ik tijdens de krokusvakantie eens goed nadenken, de voor- en nadelen van de verschillende pistes afwegen en vervolgens een voorstel doen en dat binnen de regering bespreken.

Wat ik u nu reeds kan zeggen is het volgende: een nieuwe institutionele set-up is absoluut nodig. We moeten af van de onderlinge concurrentie, van de overlap, van het dubbele werk, van de wederzijdse controledwang. Er is zowel voor DGD als voor BTC een eigen plaats en een boeiende rol weggelegd. En daarin is er ook voor alle medewerkers van DGD en BTC een plaats.

Certains collaborateurs de la nouvelle DGD préféreront peut-être la nouvelle CTB. Et inversement, certains collaborateurs de la CTB souhaiteront peut-être rejoindre la nouvelle DGD. Je pense que nous devons aborder ces questions avec un esprit ouvert, c’est pourquoi je prévois des possibilités de transition.

Ce n’est un secret pour personne : les mesures d’économies touchent aussi le budget de la coopération au développement. C’est une décision qui a été prise lors de la formation du gouvernement, avant que je ne sois nommé ministre. Cette décision, je vais la mettre en œuvre de manière loyale. Mais en même temps, nous voulons travailler dans les pays les plus pauvres et les États les plus fragiles. Cela implique des risques accrus et des interventions plus difficiles. La CTB doit donc disposer des moyens pour gérer ces risques et mener ces interventions. Dans la proposition de la CTB, on trouve des choses intéressantes à cet égard.

Dat de personeelsbestanden slinken, is evenmin een geheim. Dat is een gevolg van de vergrijzing van het personeelsbestand van DGD en BTC, gecombineerd met de regeringsmaatregelen inzake pensioenen en de bezuinigingen op de personeelskredieten waardoor de vele pensioneringen niet volledig gecompenseerd worden door rekruteringen.

Dit zijn algemene regeringsbeslissingen die ook voor DGD en BTC gelden, niets minder maar ook niets meer. Deze hervorming is voor mij geen middel tot bijkomende personeelsreducties. Ik weet dat dit beweerd wordt, maar ik ontken dat formeel.

La réforme que j’envisage est axée sur le nouveau paradigme de développement des ODD (Sustainable Development Goals) et la question de savoir si la politique belge de développement international ne préserve uniquement pas mais la renforce aussi.

Car avec environ 140 collaborateurs à la DGD, 180 à la CTB, 50 chez BIO et 12 à mon cabinet, nous sommes capables de beaucoup de choses, énormément de choses.

Et soyons honnêtes, nous devons reconnaître qu’avec 380 collaborateurs au total, nous pouvons créer encore plus de valeur ajoutée qu’actuellement.

Op voorwaarde dat we uit onze silo’s kruipen, dat we intens samenwerken in plaats van elkaar controleren, dat we vertrouwen geven in plaats van wantrouwen.

Dames en heren,

Eén ding is duidelijk. 2016 wordt – zeker ook voor de Belgische Ontwikkelingssamenwerking – een ontzettend boeiend jaar.

2016 zal voor de Belgische Ontwikkelingssamenwerking het jaar van de verandering zijn. Een jaar waarin we meer dan ooit de toekomst voorbereiden. Door onze eigen organisatie slagkrachtiger te maken, door ons af te stemmen op het nieuwe ontwikkelingskader om zo in 2030 armoede te bannen en onze planeet te beschermen.

Ik wens u daarom niet alleen heel veel creativiteit en inspiratie om de dingen eens vanuit een ander perspectief te bekijken, maar ook veel vertrouwen. Het vertrouwen dat deze verandering ons brengt bij een Belgisch internationaal ontwikkelingsbeleid dat meer impact heeft in de wereld van morgen.

Ik dank u.