120 jaar ITG: samen sterk rond tropische ziektes en hiv/aids

INTERVIEW - In 120 jaar tijd groeide het Instituut voor Tropische Geneeskunde uit van een koloniale instelling naar een gerenommeerd onderzoeks- en onderwijsinstituut dat inzet op langdurige, gelijkwaardige partnerschappen. We hadden een gesprek met directrice dr. Özge Tunçalp.

  1. Laatst bijgewerkt op
Image
Zicht op de polikliniek

Zicht op de polikliniek van het ITG. © ITG

INTERVIEW - In 120 jaar tijd groeide het Instituut voor Tropische Geneeskunde uit van een koloniale instelling naar een gerenommeerd onderzoeks- en onderwijsinstituut dat inzet op langdurige, gelijkwaardige partnerschappen. We hadden een gesprek met directrice dr. Özge Tunçalp.

Een elegant art-decogebouw aan de Nationalestraat in Antwerpen huisvest al sinds 1933 hét Belgisch kenniscentrum over tropische ziekten: het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG), in de volksmond beter gekend als het Tropisch Instituut.

Toch gaat zijn oorsprong nog verder terug. Het werd namelijk voorafgegaan door de School voor Tropenziekten, in 1906 opgericht door koning Leopold II in een Brusselse villa. Dat betekent dat er in 2026 maar liefst 120 jaar op de teller staan, een gebeuren dat het ITG niet ongemerkt wil laten voorbijgaan.

Want in al die tijd heeft het ITG een opmerkelijke evolutie doorgemaakt: van koloniale instelling tot sterk gewaardeerde partner van het mondiale Zuiden. Belgen kunnen het ITG kennen als reiskliniek: voor vaccinaties en reisadvies – via Wanda -, naast behandeling van tropische ziekten en hiv/aids.

Het instituut zorgde tevens voor enkele mooie wetenschappelijke doorbraken zoals rond ebola en hiv/aids. Ten slotte is het ITG al decennialang – het 5de raamakkoord van 5 jaar is bijna afgelopen – een gewaardeerde partner van de FOD Buitenlandse Zaken, meer bepaald onze directie-generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp. Het instituut verzorgt onder meer talloze opleidingen voor professionals uit de hele wereld.

Het 120-jarig bestaan leek ons een mooie gelegenheid om wat dieper in te gaan op de rol die het ITG speelt. We mochten daarvoor in gesprek met directrice dr. Özge Tunçalp die sinds 1 jaar de leiding heeft over een serieuze brok geschiedenis.

Image
Dr. Özge Tunçalp voor het ITG

Dr. Özge Tunçalp, huidige directrice van het ITG. © ITG

Het Instituut voor Tropische Geneeskunde dateert uit de koloniale periode. Wat was precies het oorspronkelijke mandaat?

In 1906 vond Leopold II dat hij een School voor Tropenziekten nodig had. Die leidde artsen en verpleegkundigen op om in de Vrijstaat Congo te gaan werken. In 1933 verhuisde het instituut van Brussel naar het huidige gebouw in Antwerpen, omwille van de haven. Hier kwamen immers de schepen toe met patiënten die in de kolonies een ziekte hadden opgelopen. Ze werden hier behandeld.

Sindsdien maakte het ITG een opmerkelijke evolutie door. Hoe kijkt het ITG vandaag naar zijn samenwerking met het mondiale Zuiden?

De koloniale roots zijn geen gemakkelijk hoofdstuk, maar we hebben enorme stappen gezet. Geleidelijk gaven we steeds meer opleidingen, ook voor mensen uit alle hoeken van de wereld. En degelijk academisch onderwijs kon niet zonder wetenschappelijk onderzoek.

Tot de dag van vandaag proberen we de grenzen te verleggen van wetenschap, innovatie en kwalitatieve zorg. En dat doen we in co-leiderschap met partners uit het mondiale Zuiden. We maken er echt een punt van om van onze samenwerking een ‘tweerichtingsstraat’ te maken.

Nog belangrijk is dat we meer doen dan wat losse, individuele projecten. We zetten vooral in op langdurige partnerschappen, we leggen samen een weg af. Neen, we weten het niet noodzakelijk beter en kunnen veel van onze partners leren.

In 2008 lanceerde het ITG het motto ‘Switching the Poles’. Daarmee bedoelden we dat we niet alleen expertise, maar ook middelen en besluitvorming naar het Globale Zuiden wilden overhevelen.

Remote video URL

Het ITG is een belangrijke partner voor de Belgische Ontwikkelingssamenwerking, beheerd door onze FOD. Wat doen jullie precies?

We zijn geen ngo, ook niet het Belgisch agentschap voor internationale samenwerking Enabel, maar een wetenschappelijke instelling. We werken langdurig samen met institutionele partners in Afrika, Azië en Latijns-Amerika om de onderzoekscapaciteit, de gezondheidszorgstelsels en de ziektebestrijding te versterken.

Dat doen we door middel van (1) gezamenlijke onderzoeksprogramma’s, (2) het delen van expertise met partners, (3) beleidsondersteuning aan landen en opleidingen en (4) beurzen voor gezondheidswerkers en onderzoekers. Dus voorzien we tal van medische vormingen en opleidingen, doctoraten, masters en zo meer.

Onze klassen zijn ongelooflijk divers en dat is een troef. Zo telde de eerste cursus die ik vorig jaar gaf rond seksuele en reproductieve gezondheid 21 niet-Europeanen op een totaal van 24! In feite zijn al die studenten op masterniveau evengoed onze collega’s waarmee we samen leren.

Zoals ik al zei, we doen meer dan individuele projecten. We willen vooral de ecosystemen versterken die toelaten om degelijk onderzoek te verrichten. Daarvoor zijn langetermijnpartnerschappen essentieel. We zitten nu aan het einde van het vijfde 5-jarig raamakkoord met Buitenlandse Zaken, dat betekent dus dat we al decennialang aan gelijkwaardige partnerschappen bouwen! Een dergelijk engagement op lange termijn maakt wetenschappelijke doorbraken mogelijk.

In het boek naar aanleiding van 120 jaar ITG (zie kader) staat een mooi getuigenis van dr. Halidou Tinto. Hij vertelt er hoe een ‘terugkeersubsidie’ hem deed besluiten om naar zijn thuisland Burkina Faso terug te keren om de Clinical Research Unit of Nanoro (CRUN) op te richten, in plaats van in te gaan op een aantrekkelijk postdoctoraal aanbod in de VS. Vandaag telt zijn onderzoeksinstelling 400 werknemers en is ze toonaangevend qua malariaonderzoek.

Nu we een nieuw raamakkoord voorbereiden, werken we daarvoor samen met onze partners. Wat zijn de blinde vlekken? Hoe kunnen we nog beter op gelijke voet samenwerken? Onlangs organiseerden we ook een publiek evenement met de universiteitskoepels VLIR-UOS en ARES over dekolonisering in onderzoek en onderwijs met prof. Seye Abimbola. Dat leverde heel goede gesprekken en reflecties op.

Het ITG geeft ook reisadvies en fungeert als polikliniek voor tropische ziekten en hiv/aids. Merkt u een effect van het feit dat mensen meer en verder reizen? Nemen ze genoeg voorzorgen?

Het feit alleen al dat mensen naar ons komen voor ze op reis vertrekken – en onze Wanda-app raadplegen -, wijst erop dat ze voorzorgen nemen. In 2025 plaatsten we meer dan 43.500 vaccins en telden we meer dan 22.700 consultaties rond reisadvies.

En ja, mensen komen terug met ziektes, ook vanuit Zuid-Europa. Denk aan dengue, chikungunya en malaria. Onlangs was er een uitbraak van chikungunya in La Réunion en later ook in Cuba en Suriname. We melden dat trouwens op Wanda.

Er is ook een groeiende bezorgdheid dat tropische ziekten zich in België zouden nestelen als gevolg van de klimaatverstoring. Hoe schat u het risico in? En wat doet het ITG?

Door het opwarmende klimaat zien we inderdaad dat bepaalde muggen voorkomen op plaatsen waar ze nooit eerder gezien zijn. Om bijvoorbeeld de tijgermug op te volgen hebben we – samen met Sciensano – een burgerwetenschappelijk platform opgezet. Burgers kunnen mee de aanwezigheid van onder meer tijgermuggen in België melden.

We lanceren ook het be-IMPACT-project, een nationaal initiatief dat inspeelt op het stijgende aantal malariagevallen onder terugkerende reizigers en het toenemende aantal mislukte behandelingen, vaak als gevolg van resistentie van de parasiet tegen medicijnen.

Daarnaast doen we onderzoek naar hoe het klimaat ziektes kan beïnvloeden. We bekijken daarbij echt het brede plaatje. Hoe komen de interacties tot stand tussen de ziekteverwekkers, de patiënten en de bevolking? Hoe kunnen we nieuwe doorbraken identificeren? Naast klimaat betrekken we ook de impact van verstedelijking, migratie en dergelijke.

Als internationaal onderzoeksinstituut met partners wereldwijd hebben we hier trouwens een voetje voor. We weten hoe onze partners er in de tropen mee omgaan, dus zijn we goed voorbereid als de ziektes naar hier zouden komen. En we kunnen de overheid de correcte adviezen geven.

Samengevat: ja, het risico neemt toe, maar evengoed onze expertise!

Image
Onderzoeker houdt raam met tseetseevliegen voor de camera

Voor zijn onderzoek naar slaapziekte kweekt het ITG tseetseevliegen. Dat zijn de insecten die de ziekte overdragen. © ITG

U zei het al, ook onderzoek vormt een essentiële pijler van het ITG. Kunt u enkele mooie doorbraken belichten uit de voorbije 120 jaar?

We mogen gerust stellen dat we tot een centrum van uitmuntendheid zijn uitgegroeid. Zo staan we sterk in het voorkomen, behandelen en uitroeien van tropische infectieziektes.

Slaapziekte bijvoorbeeld is op weg naar eliminatie. Wist je trouwens dat we de enige zijn die diagnosekits – de zogenaamde CATT-test – voor slaapziekte produceren en dat we die leveren aan de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)? Een voorbeeld van hoe  marktmechanismen kunnen tekortschieten: het was financieel niet interessant genoeg voor de farmaceutische industrie. Een instelling als de onze vult die leemtes.

Ook voor malaria staan we sterk én voor tuberculose (tbc). Voor de identificatie doet de WHO een beroep op onze zeer uitgebreide collectie van tbc-stammen.

Daarnaast hebben we een belangrijke rol gespeeld in het onderzoek naar hiv. Aanvankelijk dacht men dat hiv/aids beperkt was tot homoseksuele mannen. Maar dankzij onze partners in Congo toonden we aan dat ook heteroseksuele mensen de ziekte konden oplopen.

Wat zijn vandaag belangrijke onderzoeksonderwerpen?

We richten ons op opkomende infectieziekten en uitbraakparaatheid, ziektepreventie, -bestrijding en -uitroeiing. Antimicrobiële resistentie – resistentie tegen antibiotica – is voorts een belangrijk onderwerp. We reflecteren ook over hoe artificiële intelligentie (AI) onze manier van onderzoeken kan beïnvloeden. AI kan in elk geval geen doel op zich zijn, maar moet bijdragen aan onze visie.

We hechten ook veel belang aan billijke, duurzame, veerkrachtige gezondheidssystemen. Want alleen zo zijn we echt goed voorbereid op pandemieën en epidemieën. Neem bijvoorbeeld slaapziekte. Zoals gezegd ontwierpen we een diagnosetest én droegen we bij tot de ontwikkeling van een niet-toxisch medicament waarvan één enkele dosis volstaat.

Maar dat volstaat niet om de ziekte in DR Congo uit te roeien. We hebben ook een gezondheidssysteem nodig dat ervoor zorgt dat gezondheidswerkers, medicijnen en benodigdheden bij de patiënten geraken.

We deinzen ook niet terug voor moeilijke, actuele thema’s. Vorige week nog organiseerden we een conferentie over chemsex. Dat gaat over het gebruik van drugs voor of tijdens seks, vaak in een context van langdurige seksuele sessies, meerdere partners en verhoogde gezondheidsrisico’s. Er namen wetenschappers aan deel, maar ook zorgverleners, ngo’s én mensen die daar ervaring mee hebben.

Een ervaringsdeskundige getuigde er hoe er nog nooit iemand heeft gevraagd hoe men hem kon helpen of wat hij nodig had. En dat is precies wat het ITG wil doen voor mensen die leven met hiv en andere seksueel overdraagbare infecties (soi): een veilige ruimte bieden en samen kijken hoe we kunnen helpen. Mentale gezondheid is zeer belangrijk voor ons. Eén van de sprekers vertelde dat er, naar zijn weten, maar 2 dergelijke ‘veilige ruimtes’ bestonden in Europa: 1in Londen en 1 in Antwerpen.

Tegenwoordig heeft de internationale samenwerking het graag over ‘wederzijds voordelige partnerschappen’. Kunt u daar een paar voorbeelden van geven in jullie werk?

Bij een uitbraak van mpox in 2022 konden we de eerste Belgische patiënt identificeren. Uiteindelijk werden meer dan 790 gevallen bevestigd. Dankzij onze grote hiv- en soa-kliniek en expertise in tropische virussen speelde het ITG een cruciale rol bij het beheer van de uitbraak. Dat we zo snel konden reageren, was te danken aan partnerschappen met onze collega’s in DR Congo die al lang rond mpox werkten.

We hadden het er al over dat er ook in België meer risico is op zogenaamd tropische ziektes als gevolg van de klimaatcrisis. Dankzij onze partnerschappen met instituten in het Globale Zuiden zijn we de geknipte instelling om ons daarop voor te bereiden. Want onze partners gaan vandaag al met die ziektes om.

We zien voorts dat er overal bespaard wordt, niet alleen op internationale samenwerking, maar ook op wetenschap, gezondheid etc. Welnu, onze partners hadden altijd al af te rekenen met beperkte middelen. Van hen kunnen we leren hoe we out of the box kunnen denken.  

Ten slotte wil ik nog ons werk rond hiv en soi benadrukken. Onze hiv-kliniek ondersteunt 3.500 hiv-patiënten in België. We bieden hen niet alleen een veilige ruimte maar richten ons ook tot hen die moeilijker toegang hebben tot zorg. Die zijn er zeker ook in België!

Bovendien is er in de wereld een moeilijke politieke situatie ontstaan, zeker in de VS, om rond die thema’s te werken. Dat maakt onze rol nog belangrijker. We zijn blij dat we de kloof kunnen overbruggen. Hopelijk blijft ook de Belgische overheid opkomen voor die zaken.

Vier mee met 120 jaar ITG

Op 17 maart 2026 ging de boekvoorstelling door van ‘Het Instituut voor Tropische Geneeskunde – van tropenschool tot wereldinstelling’, een schatkamer aan fascinerende verhalen van 120 jaar geschiedenis.

Het boek vertelt onder andere over de ontdekking van ebola in 1976, precies 50 jaar geleden. Daar gaat het ITG dieper op in tijdens een publiek toegankelijk event én een tentoonstelling.

Op 31 mei 2026 gooit het ITG zelfs helemaal de deuren open. Ideaal om een kijkje te nemen achter de iconische gevels.

Voor het meer wetenschappelijke luik gaat het 66Ste colloquium in november 2026 in Ethiopië door. Daar gaan onderzoekers van over heel de wereld in dialoog over ‘ziekten in beweging’

Liever vanuit de luie zetel het ITG ontdekken? Dat kan door te luisteren naar de podcast Transmission. Vanaf de eerste minuut word je ondergedompeld in een van de vele boeiende verhalen die het ITG rijk is: van de ontdekking van ebola tot de recente strijd tegen COVID-19.

Ontdek meer op de ITG-website.