-
Laatst bijgewerkt op
Zicht op een deeltje van de Congostroom. © Shutterstock
De Virunga-alliantie onder leiding van Emmanuel de Merode slaagde erin het majestueuze Virungapark in stand te houden door jobs te creëren voor de bevolking. De Groene Corridor wil het succesrijke model overplanten langs de Congostroom. Doel: voedsel aanvoeren vanuit het binnenland naar Kinshasa én het Congolese regenwoud beschermen.
Kernboodschappen
- Zonder jobs voor de noodlijdende lokale bevolking kunnen we onmogelijk het Congolese regenwoud beschermen. Daarom creëerde de Belg Emmanuel de Merode met zijn Congolese equipe een lokale economie nabij het Virungapark, gevoed door hydro-elektriciteit.
- Het succesvolle Virungamodel leent zich uitstekend om ook gebieden langs de Congostroom zuurstof te geven. Een productieve landbouw, een verwerkende voedingsindustrie en betere transportmogelijkheden moeten toelaten Kinshasa te bevoorraden.
- Tegelijkertijd kan het Congolese regenwoud beschermd worden, wat cruciaal is voor het wereldwijde klimaat. Het levert tevens koolstofkredieten op.
- De EU erkent het initiatief ‘Groene Corridor’ als een strategische corridor. Het concentreert zich vooral in regio’s waar België al heel actief is.
Tropische bossen slaan massaal veel koolstof op. Daardoor vormen ze een belangrijk wapen in de strijd tegen het veranderende klimaat. Jammer genoeg staan deze oerwouden onder zware druk. Omdat mensen bomen blijven kappen, maar ook door de klimaatverstoring zelf.
Hogere temperaturen en droogte vertragen de groei, soms sterven bomen zelfs af. Er komen ook veel meer bosbranden voor. Daardoor stoot het Amazonewoud – traditioneel de grootste long van de planeet – sinds enkele jaren meer koolstof uit dan het opneemt.
Slash-and-burn
Vandaag vormt het regenwoud in het Congobekken de voornaamste long ter wereld. De tropische bossen in het stroomgebied van de Congostroom nemen immers wel nog netto koolstof op. Ze komen voor in onder meer DR Congo, de Centraal-Afrikaanse Republiek, de Republiek Congo en Kameroen.
Maar ook het Congowoud heeft het hard te verduren. Dat ligt vooral aan de explosieve bevolkingsgroei en het gebrek aan werkgelegenheid. In DR Congo bijvoorbeeld leeft nog 80% van de bevolking van de landbouw. De mensen hebben er geen andere keuze dan een stukje bos af te branden om er voedsel te telen. Als het lapje grond uitgeput is, branden ze een ander stuk af (zogenaamde slash-and-burn). Terwijl ze vroeger pas na 30 jaar terugkeerden – als de grond hersteld was – keren ze vandaag veel sneller terug.
Mozaïek van bewerkte lapjes land in de buurt van het Virungapark. Honderdduizenden mensen doen er aan overlevingslandbouw. © Brent Stirton
Parel van de natuur
Toch is er hoop. Het Virungapark is een parel van de natuur gelegen in Noord-Kivu (Oost-Congo). Zijn landschappen variëren van steppen en moerassen over savannes en regenwoud tot spectaculair hooggebergte en lavavlaktes. Bovendien herbergt het een uitzonderlijke biodiversiteit en fungeert het als een spons (zie kader).
Net zoals de rest van het Congowoud wordt het Virungapark sterk bedreigd: door houtkap, stroperij, visserij en gewapende groepen. Toch blijft deze onovertroffen parel overeind en dat dankzij de niet aflatende inzet van onder anderen onze landgenoot Emmanuel de Merode en zijn talrijke Congolese medewerkers. De Merode leidt het Virungapark al sinds 2008, als provinciaal directeur van het Institut Congolais pour la Conservation de la Nature (ICCN).
100 jaar Virungapark
Ook de Belgische kolonisatoren werden getroffen door de adembenemende schoonheid en de uitzonderlijke waarde van dit gebied in het uiterste oosten van Belgisch Congo. Daarom creëerden ze er in 1925 het Nationale Albertpark, het allereerste natuurpark in Afrika.
Na de onafhankelijkheid in 1960 werd het in 2 gesplitst waarbij ook een deel naar Rwanda ging. Het huidige Virungapark ligt vlakbij 4 natuurparken in Oeganda. Al die parken maken deel uit van de regenwouden van het Congobekken.
Ook de huidige Congolese overheid erkent het gebied als een nationaal park. Voor het beheer staat het Institut Congolais pour la Conservation de la Nature (ICCN) in. UNESCO erkent het park als werelderfgoed.
Sinds 2008 groeide de instandhouding van het Virungapark uit tot het levenswerk van Emmanuel de Merode. Het boek Virunga – 100 years of an outstanding Park blikt terug op 100 jaar boeiende geschiedenis.
Zeep en choocolade
De basisidee is: we kunnen de bossen nooit beschermen als we de bevolking niet de middelen geven om in hun levensonderhoud te voorzien. Voorheen meldden we hoe de Merode er een lokale economie uit de grond stampte. Waterkrachtcentrales voorzagen in elektriciteit, microkredieten hielpen beginnende ondernemers, een chocoladefabriek – met steun van chocolatier Dominique Persoone – was in aanbouw…
Vandaag – 6 jaar later – mogen we van een succesverhaal spreken. Er wordt kwaliteitsvolle chocolade gemaakt die zijn weg vindt in Afrika en daarbuiten. Een fabriek produceert zeep op basis van plaatselijke palmolie. Voordien vertrok die olie naar buurland Burundi om terug te keren als dure stukken zeep.
Uit plaatselijk geteelde papaja worden latexenzymen gehaald voor de farmaceutische en voedingsindustrie. Koffie wordt gebrand. Van lokale palmolie wordt biodiesel gemaakt om de tractoren te laten rijden. Diverse ondernemingen vinden een veilige plek in de industriezone Mutwanga, vlak naast het Virungapark. De Belg Dimitri Moreels zette er een installatie op om cacaobonen van hoge kwaliteit te fermenteren.
Kaart van Congo. Je vindt er onder andere Kinshasa (rechts beneden) en Kisangani (midden boven) terug langs de Congostroom (“Congo” op de kaart). Het Virungapark ligt helemaal in het oosten, boven Lake Edward en tussen Lake Edward en Lac Kivu. © Shutterstock
Het Virungamodel
Kortom, het Virungapark bewijst dat het model werkt, zelfs in de woelige Congolese context, met vlakbij in Oost-Congo een bloedig conflict. Overigens dragen de jobs ook bij aan vrede en veiligheid. Want als mensen werk vinden, zijn ze minder geneigd om aan te sluiten bij gewapende groeperingen. Heel wat jobs worden trouwens ingenomen door ex-militieleden.
Het succes van Virunga bracht Emmanuel de Merode op het volgend idee: waarom niet het model overplanten naar andere plekken langs de Congostroom? Die hebben immers een enorm potentieel, maar er gebeurt niets mee. Onder andere door gebrek aan kennis en middelen, maar ook omdat er geen mogelijkheden zijn voor transport.
Moeilijk bevaarbare Congostroom
De indrukwekkende Congostroom is immers notoir moeilijk bevaarbaar. Her en der liggen er zandbanken, brokken hout en zo meer. Daardoor beperkt het transport zich tot de traditionele prauwen die maar korte afstanden afleggen en al zeker niet de honderden kilometers tot hoofdstad Kinshasa.
De afstand van Kisangani – meer in het oosten – naar Kinshasa – in het uiterste westen – via de Congostroom bedraagt maar liefst 1.600 kilometer. Slechts 2 keer per jaar vaart er een publieke boot tussen beide steden. De reis duurt 2 weken stroomafwaarts – van oost naar west – en 4 weken stroomopwaarts – van Kinshasa naar Kisangani.
Palmolie uit Maleisië
Dat leidt ertoe dat het oostelijk en westelijk deel van Congo vrijwel gescheiden regio’s zijn. Zo is palmolie enorm populair in de Congolese keuken. Toch betrekt Congo vrijwel al zijn palmolie uit Maleisië dat zijn palmindustrie subsidieert. En dat terwijl de palmbomen overvloedig groeien in het Congolese binnenland langs de Congostroom. Maar het product geraakt gewoonweg niet tot in de miljoenenstad Kinshasa.
Hetzelfde geldt voor groenten, fruit, granen en zo meer. Het is zelfs zo dat ongeveer alles – van frigo’s tot koekjes – via boten vanuit Kinshasa naar het binnenland gevoerd wordt. Maar die vrachtschepen keren leeg terug, er raakt nauwelijks iets van het binnenland tot in Kinshasa. Terwijl sommige voedingsmiddelen wel de oostelijke buurlanden bereiken zoals Oeganda en Rwanda.
Toegang tot elektriciteit – hier in Goma – is cruciaal om een lokale economie uit de grond te stampen. © VNP
Groene Corridor
Die situatie zorgt ervoor dat de bevolking langs de Congostroom arm blijft en bos blijft kappen terwijl Kinshasa het merendeel van zijn voedsel invoert. Mits betere transportmogelijkheden en ondersteuning van die bevolking – met inbegrip van een verwerkende voedselnijverheid – ligt daar een gigantisch potentieel.
Congo zou er sterk op vooruit kunnen gaan en tegelijkertijd zijn groene long, het Congowoud, beschermen. De Congostroom kan zo een ware ‘groene corridor’ worden: een groene strook die milieu en economie verzoent, en het binnenland verbindt met de hoofdstad.
Global Gateway
Het grote potentieel overtuigde ook de Europese Unie (EU). Via haar initiatief Global Gateway ondersteunt de EU momenteel een 12-tal corridors in Afrika. Dat zijn transportstroken – via havens, wegen voor vrachtverkeer, spoorwegen… - die diverse Afrikaanse landen met elkaar verbinden. De corridors moeten toelaten om vlotter grondstoffen en verwerkte producten te vervoeren, en zo de economie op te krikken.
Uiteindelijk besloot de EU om ook de ‘Groene Corridor’ – le Couloir Vert – langs de Congostroom op te nemen als 13de corridor, uitzonderlijk binnen eenzelfde land. Deze erkenning moet bijkomende financiering opleveren. Ook de Congolese overheid toonde zich enthousiast over het initiatief.
UNESCO biosfeerreservaat
In aanvang zal de Groene Corridor zich vooral enten op de rijke ervaring die ons land al in de regio heeft opgebouwd. Zo verrichten Belgische instellingen – het AfricaMuseum, Universiteit Gent, Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, de Plantentuin van Meise… - samen met Congolese collega’s al veel onderzoek aan de universiteit van Kisangani en het vlakbij gelegen Yangambi, een biosfeerreservaat van UNESCO.
Ze volgen er niet alleen de evolutie van het regenwoud op, maar zoeken er ook beter presterende variëteiten van cacao, koffie, bananen en zo meer. Dat is heel belangrijk om de landbouwproductie langs de Congostroom op te drijven.
Een koffievariëteit die meer opbrengt, kan een groot verschil maken voor de kleine boeren langs de Congostroom. © VNP
Agro-ecologische aanpak
Voorts borduurt de Groene Corridor verder op projecten van Enabel, het Belgisch agentschap voor Internationale Samenwerking, een hechte partner van onze FOD. Enabel is er al werkzaam in de provincies Zuid-Ubangi en Tshopo. Daar organiseert het vormingen en stimuleert het ondernemerschap. Het ondersteunt de landbouwers en staat de provinciale overheden bij.
Al die activiteiten zullen opgedreven worden. Een hogere landbouwproductie is cruciaal, maar dan wel met vooral een agro-ecologische aanpak. De landbouw moet immers zo milieuvriendelijk verlopen, aangezien het de bedoeling is om het regenwoud te beschermen.
In navolging van het Virungamodel zal er ook een verwerkende industrie opgezet worden. Denk aan de verwerking van maïs, palmolie, tarwe, cacao, aardappelen en zo meer. In de toekomst zou het zelfs mogelijk moeten zijn dat kleine elektrische boten en vrachtwagens het transport verzekeren. Deze kunnen hun elektriciteit opladen dankzij zonneboerderijen langs de Congostroom.
Ook ecotoerisme wordt een belangrijke pijler. Alle activiteiten gebeuren in nauw overleg met de plaatselijke bevolking.
Koolstofkredieten
Naast middelen van de EU en onze FOD zou de Groene Corridor ook financiering kunnen bekomen van het Central African Forest Initiative (CAFI) en het Green Climate Fund. Op termijn wil het veel meer fondsen aantrekken, zeker ook vanuit de private sector. Belgische ondernemingen zoals Colruyt, Puratos en de rederij CMB toonden al interesse.
Een groene economie vormt de kern van het initiatief, maar even belangrijk is de bescherming van het regenwoud. Daarom gaat er extra aandacht naar diverse natuurparken en reservaten langs de Congostroom. Ook dat kan geld opleveren. De bossen houden er massaal veel koolstof vast en dragen bij tot een wereldwijd stabieler klimaat. En dat biedt recht op koolstofkredieten.
De Groene Corridor oogt dus veelbelovend. De talloze partners zullen hun beste beentje voorzetten om het initiatief tot een goed einde te brengen. De Virunga-alliantie – onderdeel van ICCN - behoudt het overzicht over alle activiteiten.
Meer over Economie
Enabel zet zich in voor duurzame en inclusieve mijnbouw in Afrika
Het Belgisch agentschap voor internationale samenwerking wil meewerken aan de ontwikkeling van een verantwoorde industrialiserin...
Focus op fragiele contexten cruciaal voor stabiliteit in de wereld
Tijdens de jaarvergadering van de Wereldbankgroep en het Internationaal Monetair Fonds pleitte België voor een aangehouden focus...
Kamers van Koophandel: 150 jaar netwerken, ook in het buitenland
In 2025 vieren de Belgische Kamers van Koophandel hun 150-jarig bestaan. Daartoe horen ook 38 Kamers in het buitenland. Omdat ze...