Economische missie naar Senegal: land van toenemende opportuniteiten

  1. Laatst bijgewerkt op
Image
Prinses Astrid in gesprek met de Senegalese president Macky Sall

Prinses Astrid in gesprek met de Senegalese president Macky Sall (© FOD Buitenlandse Zaken).


Van 21 tot 25 mei 2023 reisde een prinselijke economische missie naar Senegal. Het West-Afrikaanse land biedt heel wat opportuniteiten met zijn enorme groeimarkt en dynamische jongeren, en als toegangspoort naar Afrika.

Senegal is al lang geen onbekende voor ons land. Zo was België in 1960 het 7de land dat de Senegalese onafhankelijkheid erkende. En al in 1968 werden programma’s van internationale solidariteit opgestart. Koning Boudewijn bracht in 1975 een staatsbezoek aan het West-Afrikaanse land.

Senegal is nog steeds een van de partnerlanden van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking. Het land werkt tevens resoluut aan de uitbouw van een gediversifieerde markteconomie die inzet op kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en investeringen. De ondersteuning van ondernemerschap is trouwens een belangrijk luik van onze bilaterale samenwerking met Senegal.


Enorme groeimarkt


Met een uitvoer van meer dan 1 miljard euro in 2022, is België de 6de leverancier van Senegal. Binnen de EU waren we daarmee de belangrijkste exporteur en de 5de belangrijkste importeur. Niet minder dan 1.040 Belgische bedrijven exporteren nu al naar Senegal. Daarnaast tonen nog eens 2.140 ondernemingen interesse voor deze markt.

Het West-Afrikaanse land heeft in economisch opzicht heel wat te bieden. Met zijn sterke economische groei – in 2024 mogelijk 10% – is het een enorme groeimarkt. Senegal staat ook open voor buitenlandse investeerders in infrastructuur. Gelegen aan een kruispunt van zeeroutes vormt het een belangrijke toegangspoort tot Afrika. Bovendien is het monetair behoorlijk stabiel.

Redenen te over dus om in dat land een economische missie te organiseren onder leiding van Prinses Astrid. De laatste handelsmissie naar Afrika dateerde al van in 2018 (Marokko) en naar Sub-Saharaans Afrika van in 2017 (Ivoorkust). De missie naar Senegal zou wel eerder plaatsgevonden hebben maar werd uitgesteld omwille van de coronapandemie.


155 bedrijven, 38 samenwerkingsakkoorden, 1500 zakelijke contacten


Niet minder dan 155 bedrijven namen deel aan de missie, alsook een pak universiteiten en organisaties. Naast Prinses Astrid begeleidden ook minister van Buitenlandse Zaken Lahbib, Waals minister van Economie Borsus en Brussels staatssecretaris van Internationale Betrekkingen Smet de delegatie van ruim 350 deelnemers.

Het economische luik zette vooral in op havenlogistiek, farma en biotechnologie, voeding en agro-industrie, duurzame bouw, hernieuwbare energiebronnen, waterzuivering en milieu. Uiteindelijk werden maar liefst 38 investerings- en academische samenwerkingsakkoorden ondertekend, meer dan aanvankelijk verhoopt. Er vonden tevens meer dan 1500 zakelijke contacten (B2B) plaats.

Naast het ondertekenen van contracten, biedt een handelsmissie vooral de gelegenheid om bestaande relaties te onderhouden en nieuwe markten te verkennen. Zo onderzocht de groente- en fruitveiling BelOrta in Senegal de afzet van appelen en peren, maar ook van groenten en zacht- en steenfruit.
 

Image
Foto van een schip in een haven. Op de voorgrond een vlag met daarop de woorden 'Sea-invest Afrique'

De delegatie bezocht een terminal voor vloeibare bulkgoederen van de Belgische groep SEA-invest in de haven van Dakar (© FOD Buitenlandse Zaken).


Kalk, haven en farma


Een van de hoogtepunten was ongetwijfeld de inhuldiging van een ultramoderne kalkfabriek van de Belgische groep Carmeuse. De eenheid kan lokaal hoogwaardige kalk produceren voor industriële goudmijnen in Senegal, Mali en Guinee. De kalk is immers nodig om goud te extraheren maar kan ook gebruikt worden in de bouw en bij de productie van kunstmest.

Daarnaast huldigde Prinses Astrid nieuwe recycling- en productie-installaties in van de Compagnie Industrielle des Fibres Sénégal. Het Belgisch bedrijf, al 70 jaar aanwezig in Afrika, produceert zakken voor landbouwproducten en meel, vroeger in jute, vandaag in polypropyleen.

Ook de haven van Dakar was een belangrijk agendapunt. Daar bundelen Belgische en Senegalese investeerders de krachten opdat de haven zijn positie als belangrijkste logistieke hub van Senegal kan behouden om zo heel West-Afrika te bedienen. De delegatie bezocht er een terminal voor vloeibare bulkgoederen van de Belgische groep SEA-invest en een project voor de uitbouw van een multifunctionele terminal van de Belgische maritieme holding Conti-Lines.

De biotechnologie- en farmasectoren kwamen uitgebreid aan hun trekken. Zo bezocht de delegatie het MADIBA-project van het Institut Pasteur dat 300 miljoen vaccindoses per jaar wil produceren (MADIBA = Manufacturing in Africa for Disease Immunisation and Building Autonomy). Dat moet Afrika meer autonomie bieden voor de productie van vaccins en andere essentiële gezondheidsproducten. Bij MADIBA zijn 2 Belgische bedrijven betrokken, met name Unizima – dochteronderneming van het biotechnologiebedrijf Univercells – en het ingenieursbureau My Engineering. Ook het Rega-instituut (KU Leuven) en de ULB doen mee.
 

Image
Prinses Astrid bezoekt de innovatiebeurs Jigeen Ñi Tamit

De innovatiebeurs Jigeen Ñi Tamit (‘Vrouwen ook’) - een initiatief gefinancierd door de Belgische Ontwikkelingssamenwerking - wil het vrouwelijk ondernemerschap in de voedselverwerking stimuleren (© FOD Buitenlandse Zaken).


Meer vrouwen in de economie


Vrouwelijk ondernemerschap kreeg veel aandacht tijdens de missie. Zo organiseerde onze ambassade in Dakar een seminarie over de economische empowerment van vrouwen. Dat vrouwen een prominentere rol opnemen in de economie is een prioriteit voor zowel de Senegalese regering als het Belgisch buitenlandse beleid. De delegatie woonde ook de inhuldiging bij van een innovatiebeurs Jigeen Ñi Tamit (‘Vrouwen ook’), een initiatief gefinancierd door de Belgische Ontwikkelingssamenwerking. Doel: het vrouwelijk ondernemerschap stimuleren in de voedselverwerking.

Daarnaast lanceerde minister Lahbib, samen met haar Senegalese homoloog, het project Jigeen Njiit dat leiderschapsvormingen voorziet voor 10 vrouwelijke leidinggevenden uit de Senegalese overheidsadministratie. De vormingen worden gefinancierd door de FOD Buitenlandse Zaken en uitgevoerd door het Egmontinstituut. Een gelijkaardig project vond al met groot succes plaats in Niger.


Alumni


Ook voor academici bleek de missie meer dan nuttig. Er werd onder meer een academisch partnerschap ontwikkeld tussen de 3 Franstalige universiteiten van Genève, Montréal en Brussel met de universiteit Cheikh Anta Diop van Dakar.

Prinses Astrid en de delegatie hadden tevens een ontbijt met Senegalese studenten die in België gestudeerd hebben. De alumni vertelden over het belang van hun academische ervaringen in ons land. België creëert veel kansen voor buitenlandse studenten om bij ons te studeren. Al die alumni groeien uit tot een aanzienlijk netwerk van vooraanstaande contacten in het buitenland.

Cultuur en politiek werden niet vergeten. Zo vond de officiële receptie plaats in het bekende Musée des civilisations noires (MCN), er was ook tijd voor een kort bezoek. Het AfricaMuseum werkt nauw samen met het MCN, zoals recent nog (april) bij de organisatie van een wetenschappelijke conferentie van museumdirecteurs uit Afrika en Europa.

Prinses Astrid had samen met de officiële delegatie een onderhoud met de Senegalese president Macky Sall en premier Amadou Ba, terwijl minister Lahbib uitgebreid kon overleggen met haar homoloog, de Senegalese minister voor Buitenlandse Zaken en Senegalezen in het buitenland, Aïssata Tall Sall.
 

Image
Prinses Astrid bezoekt het Musée des civilisations noires

Tijdens de officiële receptie in het bekende Musée des civilisations noires was er ook tijd voor een kort bezoek (© FOD Buitenlandse Zaken).


Op gelijke voet


Zoals steeds had ook deze handelsmissie een drukbezette agenda. Alle deelnemers kijken onverdeeld terug op een boeiende ervaring. Senegal broeit van creativiteit en heeft heel wat te bieden. Voor Belgische bedrijven biedt het vaak meer voordelen om ter plekke een filiaal op te richten, dan de goederen naar ginds uit te voeren via transport over zee.

Zoals een Senegalees minister het enthousiast uitdrukte: ‘Het gaat eindelijk niet meer om handen die vragen, maar om handen die ook iets kunnen aanbieden.’ Een partnerschap op gelijke voet dus. Hopelijk vindt dat nog uitgebreid navolging in andere Afrikaanse landen. Want Afrika wordt hoe dan ook een steeds belangrijker partner door zijn bloeiende economische activiteit, zijn grote afzetmarkt en zijn dynamische jeugd.