Een holistische aanpak om armoede terug te dringen

SDG1 wil tegen 2030 armoede overal en in al haar vormen beëindigen. SOS Kinderdorpen benadert deze doelstelling vanuit een multidimensionale visie op armoede én vanuit het perspectief van kinderen.

  1. Nog steeds geldig op
  2. Laatst bijgewerkt op
Image
Mensen zitten in grote kring op grasveld

Een sensibiliseringssessie rond kinderrechten. © SOS Kinderdorpen

‘Als je hier weduwe wordt, word je bedelaar’, vertelt de Congolese Ziraji, moeder van 5 kinderen en deelnemer aan het vijfjarenprogramma Ŝanĝo (2017-2021) van SOS Kinderdorpen. ‘Toen ik mijn man verloor, werd het voor ons een kwestie van overleven.’

Image
Geen armoede

‘Het programma hielp ons om opnieuw aansluiting te vinden bij de samenleving. Ik werd lid van een coöperatieve die traditionele kledij maakt en verkoopt. SOS Kinderdorpen nam tijdelijk de schoolkosten van 2 van mijn kinderen over. En we kregen een geit voor melk en om mee te fokken.’

Het gezin van Ziraji is één van de ruim 2.000 families die SOS Kinderdorpen in Burundi en DR Congo begeleidde. Doel: families economisch zelfredzaam maken zodat ze kunnen beantwoorden aan de basisnoden van hun kinderen, bijvoorbeeld via toegang tot medische zorg, voeding, huisvesting en onderwijs.

Holistische aanpak

De ngo vertrekt daarbij vanuit een holistische aanpak die een antwoord biedt op het multidimensionale karakter van armoede. Armoede is immers niet alleen financieel van aard, maar kan zich ook uiten op vlak van gezondheid, huisvesting, werksituatie, welzijn, onderwijs of sociale uitsluiting. In Burundi scoort vandaag 78 procent van de kinderen op minstens 3 dimensies onder de armoedegrens.

‘We weten dat kinderen die opgroeien in multidimensionale armoede een groot risico lopen om de bescherming en zorg van de ouders of andere zorgfiguren te verliezen’, zegt Oscar Nahayo, coördinator van het programma in Burundi. ‘Dan staan ze er alleen voor. Dat willen we met dit programma absoluut vermijden. Als we de situatie van een gezin duurzaam willen verbeteren, moeten we vertrekken vanuit een globaal beeld.’

Digitale analyse op 7 dimensies

Daarom start elke begeleiding met een sociaal werker die samen met het gezin een analyse maakt op basis van 7 dimensies: gezondheid, sociaal en emotioneel welzijn, onderwijs, levensonderhoud, huisvesting, bescherming en opvang. En dat vanuit het perspectief van het kind. Ze stellen zich de vraag: ‘Hoe scoort elk kind van het gezin op elk van deze dimensies?’

Nelly Keza, verantwoordelijk voor monitoring en evaluatie in het programma: ‘Die aanpak geeft ons een goed beeld van waar de grootste nood ligt. In de loop van het vijfjarenprogramma deden we die registratie meer en meer digitaal, dankzij de Programme Database die onze federatie ontwikkelde. Via tablets komt alle informatie rechtstreeks in dat programma terecht. Vanuit de analyse van de 7 dimensies stellen de sociale werkers samen met de families een aangepast ontwikkelingsplan op, op maat van het gezin. Daarin staan zowel concrete doelstellingen als acties voor het gezin en de sociaal werker.’

Elk jaar doen de sociale werkers die analyse opnieuw. Zo kunnen ze objectief vaststellen of een familie vooruitgang heeft geboekt of niet, en op welke domeinen. Nelly Keza: ‘We kunnen het traject van elk gezin bijsturen en toewerken naar hun zelfstandigheid. Zo wordt de database ook een belangrijk middel voor resultaatsgericht beheer.’

Multidimensionale armoede 50% onder het gemiddelde

Als we al die individuele trajecten samen nemen, dan kunnen we de multidimensionale armoede onder de deelnemers van Ŝanĝo vergelijken met het nationale gemiddelde. Op het einde van het programma scoorden 28% van de kinderen die deelnamen aan het programma op minstens 3 dimensies onder de armoedegrens, daar waar het nationale gemiddelde in Burundi op 78% ligt.

Samen met de lokale gemeenschappen

Die goede resultaten zijn mede te danken aan de betrokkenheid van de gemeenschappen rondom die families. Zij zetten immers mee hun schouders onder dit project, van de identificatie van de meest kwetsbare gezinnen tot de uitvoering.

Dat laatste doen ze bijvoorbeeld door samen met SOS Kinderdorpen spaar- en kredietverenigingen op te zetten. In dergelijke verenigingen bundelen zo’n 20 tot 30 families hun middelen. Op die manier kunnen de leden collectief of individueel een microkrediet ontlenen om een economische activiteit op te starten en zo financieel zelfstandig te worden. Tegelijkertijd creëren deze verenigingen ook een solidariteitsfonds om families in de meest kwetsbare situaties te ondersteunen.

Met het vernieuwde vijfjarenprogramma 2022-2026 – opnieuw meegefinancierd door de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp van onze FOD - zal SOS Kinderdorpen opnieuw 902 families in kwetsbare situaties in Burundi en 360 in DR Congo ondersteunen.

Bekijk de getuigenissen van 2 deelnemers aan Ŝanĝo (Nederlandstalige ondertiteling)

Remote video URL

Remote video URL