-
Laatst bijgewerkt op
Vlagceremonie bij de opening van de conferentie voor ontwikkelingsfinanciering in Sevilla. Fernando Grande-Marlaska (centraal links) – Spaans minister voor Binnenlandse Zaken – groet Li Junhua (centraal rechts) – VN-onder-secretaris-generaal voor Economische en Sociale Zaken (© UN Photo/Mariscal).
Tijdens de VN-conferentie over ontwikkelingsfinanciering in Sevilla (Spanje, 30 juni-3 juli 2025) heeft het multilateralisme de crashtest overleefd. Er kwam een compromis uit de bus dat het Globale Zuiden voldoende middelen moet garanderen voor zijn duurzame ontwikkeling.
Kernboodschappen
- De meeste landen blijven inzien dat samenwerking en multilateralisme essentieel zijn.
- Het Compromis van Sevilla zet een belangrijke stap vooruit voor de financiering van de duurzame ontwikkeling van het Globale Zuiden.
- In plaats van op kwantiteit – from billions to trillions – legt Sevilla zich toe op impact, doeltreffendheid en afstemming op nationale prioriteiten.
- België – via onze FOD – kon mee wegen op de bereikte compromistekst.
Om het Globale Zuiden – vroeger ontwikkelingslanden genoemd – toe te laten zich duurzaam te ontwikkelen, is geld nodig, veel geld. Waar moet dat vandaan komen? Aanvankelijk – voor 2002 – beperkten de discussies binnen de VN zich tot de ‘officiële ontwikkelingshulp’ – ook gekend onder de geijkte term ODA = official development assistance. Aspecten van financieel, monetair, handels- en ontwikkelingsbeleid kwamen aan bod in aparte multilaterale fora. Maar deze waren beperkt tot enkele landen of tot een gering aantal thema’s, en gebeurden vaak achter gesloten deuren.
Alle financieringsstromen als één geheel
En dat was weinig efficiënt. Je kon immers het geld voor de ontwikkelingshulp moeilijk loskoppelen van het mondiale financiële klimaat. Vandaar dat de allereerste International Conference on Financing for Development (FFD1) (Monterrey, Mexico, 2002) op de proppen kwam met een wereldomvattend kader voor ontwikkelingsfinanciering, gebaseerd op wederzijdse verantwoordelijkheid: enerzijds staan alle landen in voor hun eigen ontwikkeling maar anderzijds zorgt de internationale gemeenschap voor een gunstig internationaal economisch klimaat.
Deze dynamiek werd voortgezet tijdens de Conferentie van Doha (FFD2) in 2008. Ze bevestigde de engagementen van Monterrey én introduceerde nieuwe principes zoals de integratie van gender- en milieuoverwegingen in financieringsbeleid. Tevens erkende ze de noodzaak om de internationale economische instellingen te hervormen.
Monterrey en Doha gingen gepaard met een switch in ons denken over ontwikkelingsfinanciering: alle financieringsstromen werden voortaan als één geïntegreerd geheel benaderd. Want er bestaat effectief veel meer dan ODA alleen! Zo kan het Globale Zuiden evengoed beroep doen op onder andere eigen inkomsten uit belastingen, buiten- en binnenlandse private investeringen, remittances – het geld dat migranten naar huis sturen – en handelsinkomsten.
Zwakke opvolging
Op de laatste financieringsconferentie (FFD3) in 2015 in Addis Abeba (Ethiopië) klonken de deelnemers behoorlijk enthousiast. In hetzelfde jaar kwam immers een onverwacht hoopgevend Klimaatakkoord van Parijs uit de bus terwijl de internationale gemeenschap met goede moed het traject van 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) aanvatte, een routekaart voor een betere wereld tegen 2030. De Addis Abeba Action Agenda stippelde er een pad voor financiering van duurzame ontwikkeling uit en gaf een belangrijke plaats aan bijvoorbeeld multilaterale ontwikkelingsbanken, de private sector en de mobilisatie van binnenlandse middelen (belastingen).
Maar jammer genoeg had de FFD3 geen solide opvolgingsmechanisme uitgewerkt noch de nodige instrumenten bedacht om de besluiten daadwerkelijk uit te voeren. De resultaten bleven bijgevolg pover. Het enige succes waren de integrated national financing frameworks (INFF’s): nationale financieringskaders die garant moesten staan voor de financiering van de nationale plannen voor duurzame ontwikkeling.
Tekort van 4 biljoen dollar
Nochtans zijn de ontwikkelingskosten er niet minder op geworden. Sinds Addis Abeba leven we immers in een heel andere wereld met enorme uitdagingen. Zo leidde de coronapandemie tot meer ongelijkheid en tot een forse achteruitgang bij het halen van de SDG’s. Bovendien slaat de klimaatverstoring nu veel harder toe en kennen we meer langdurige, dure conflicten.
De cijfers spreken voor zich. Vandaag is er een jaarlijks financieringstekort van 4 biljoen dollar – 4.000 miljard dus – tegenover 2,5 biljoen dollar vóór de coronapandemie. Al plaatst de mondiale economische kost van de aan de gang zijnde oorlogen dat bedrag wel in perspectief: die bedroeg in 2023 19 biljoen dollar.
Spaans premier Pedro Sánchez – gastheer van de conferentie – houdt een toespraak tijdens een plenaire zitting (© UN Photo/Juanjo Martín).
Globale Zuiden laat stem horen
Precies die situatie maakte dat het Globale Zuiden veel sterker zijn stem liet horen rond financiële kwesties. Veel van de Minst Ontwikkelde Landen gaan bovendien gebukt onder een loodzware schuldenlast. Wat ze aan intrest moeten betalen, groeit sneller dan wat ze kunnen uitgeven aan onderwijs of gezondheidszorg.
De landen van het Globale Zuiden eisen dus forse tegemoetkomingen. Zo vinden ze dat de landen uit het Noorden hun engagement voor de ODA – 0,7% van het bbp – moeten nakomen en een nieuwe efficiënte schuldarchitectuur moeten opbouwen die de huidige toestand beter weerspiegelt. Daarnaast moet de internationale financiële architectuur beter beantwoorden aan hun behoefte om veerkrachtige samenlevingen uit te bouwen.
Maar net nu zagen de landen van de EU zich genoodzaakt om te snijden in hun ontwikkelingsbudget. De VS zijn zelfs fel gekant tegen ontwikkelingssamenwerking, en al zeker tegen al wat met gender en klimaatactie te maken heeft. Bovendien verkeert het multilateralisme – de wil om oplossingen te zoeken binnen een internationaal kader – sinds de 2de ambtstermijn van de Amerikaanse president Trump in een grote crisis.
Onderhandeling onder gelijken
Een nieuwe 4de financieringsconferentie (FFD4) was dan ook broodnodig, al startte ze onder een archimoeilijk gesternte. Toch bleek de sfeer in Sevilla (Spanje, 30 juni tot 3 juli 2025) heel constructief. De deelnemende landen begrepen dat een akkoord noodzakelijk was, ze ‘kwamen overeen om overeen te komen’.
Voorafgaand aan de FFD4 hadden de landen trouwens al een Compromiso de Sevilla aangenomen. In zekere zin had het vertrek van de VS uit de onderhandelingen een consensus bespoedigd. Want op die manier konden de achtergebleven landen ongestoord onder elkaar een compromis uitwerken.
Hét grote succes van Sevilla was dus dat het multilateralisme er de crashtest overleefd heeft! Er werd ook veel meer onderhandeld onder gelijken, als echte partners: de landen van het Noorden, het Globale Zuiden en de opkomende landen die min of meer overeenkomen met de BRICS. Ze stonden dus veel minder als donoren en ontvangers tegenover elkaar dan op vorige conferenties.
Onze collega Heidy Rombouts – die België vertegenwoordigde op de conferentie – neemt het woord tijdens een panelgesprek over de positieve impact van investeringen (© FOD Buitenlandse Zaken).
Compromis met toegevingen
Het compromis van Sevilla biedt geen nieuwe agenda maar bouwt voort op de Addis Abeba Action Agenda. Het bevat ruim 130 concrete innovatieve initiatieven om de schuldencrisis in arme landen aan te pakken, om de stem van het Globale Zuiden te versterken in de mondiale financiële besluitvorming en om publieke en private middelen beter op elkaar af te stemmen.
Het wil de versnippering van de internationale financiële architectuur tegengaan en erkent het dat we ons meer moeten afstemmen op de nationale noden van de landen. Voorts wil het de ODA meer inzetten als hefboom om andere financieringsbronnen te mobiliseren. Ook staan investeringen in de fiscale administraties voorop om landen toe te laten beter belastingen te innen. De private sector krijgt eveneens een voorname rol toebedeeld.
Vanzelfsprekend blijft het een compromis. Het kan dus niet aan alle verzuchtingen van het Globale Noorden en Zuiden voldoen. Zo wilden België en de EU de bestaande instellingen beter benutten en zeker geen nieuwe organen oprichten. Maar uiteindelijk hebben ze moeten toegeven dat er toch een intergouvernementele procedure op het niveau van de VN zal bijkomen om de schuldenproblematiek aan te pakken. Terwijl er al een goed werkend gemeenschappelijk kader voor schuldenregeling van de G20 bestaat. Ook de klimaataspecten komen minder uit de verf dan verhoopt.
Anderzijds wilden België en de EU zeker geen bijkomende financiële engagementen aangaan om geen verwachtingen – en frustraties – te scheppen. Dat heeft het Globale Zuiden dus niet binnengehaald.
Terwijl de slogan from billions to trillions in 2015 onrealistische verwachtingen opriep, is het debat in Sevilla geëvolueerd naar een narratief dat gericht is op impact, doeltreffendheid en afstemming op nationale prioriteiten. België heeft een rol gespeeld in deze evolutie door stelling te nemen voor het verbeteren van de efficiëntie en effectiviteit van hulp, wat tot uiting komt in het Compromiso (zie kader).
Maar al bij al blijft het compromis van Sevilla een grote overwinning. De meeste landen blijven inzien dat samenwerking en multilateralisme essentieel zijn.
Ontwikkelingsfinanciering gaat trouwens niet alleen over het Globale Zuiden, ze belangt de hele wereld aan. De oude donor-ontvanger-relaties eroderen snel, machtsverhoudingen veranderen – iets wat het compromis van Sevilla ook weerspiegelt. De Belgische delegatie keerde dan ook terug met hernieuwde energie en vastberadenheid!
Het Compromis van Sevilla vormt dus een belangrijke stap voor de ontwikkelingsfinanciering en de hervorming van de internationale financiële architectuur. Het is nu aan de internationale gemeenschap om deze toezegging waar te maken ten gunste van versterkte mondiale solidariteit en een meer inclusieve vorm van bestuur.
België en onze FOD in Sevilla
Onze FOD vertegenwoordigde België op de financieringsconferentie in Sevilla, in de persoon van Heidy Rombouts – hoofd van de directie-generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp – en Mathieu Duquenne - diensthoofd a.i. D2.1/Verenigde Naties. Ook de ceo’s van onze nauwe partners Enabel – het Belgisch ontwikkelingsagentschap – en BIO – de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden – tekenden present.
Niet alleen in Sevilla, maar ook in voorafgaande fora – zoals op de Spring Meetings van de Wereldbank en het IMF – is ons land altijd heel actief geweest. En met impact! Zo hamerden we steevast op de nood aan een grotere doeltreffendheid van de bestaande instellingen, een notie die uiteindelijk heel duidelijk terechtkwam in de finale compromistekst.
Tijdens een side event – dat België samen met Benin organiseerde – pakten we uit met het succesverhaal van de haven van Cotonou (Benin). Daar slaagde België erin de werking van de haven stevig op te krikken door een geoliede samenwerking tussen (1) de private sector (haven van Antwerpen-Brugge), (2) Enabel, (3) de Beninese overheid en (4) de Afrikaanse Ontwikkelingsbank. Dat leidde tot een fikse toename in fiscale inkomsten voor Benin en een positieve impact op de lokale economie en de regionale ontwikkeling. Een mooi voorbeeld van een modern, wederzijds voordelig partnerschap!
Ons land trok ook hard aan de kar van het Impact Licensing Initiative. Dat moet Minst Ontwikkelde Landen toelaten om technologieën die onder een intellectueel eigendomsrecht vallen, toch te gebruiken voor specifieke toepassingen voor algemeen nut zoals hogere voedselzekerheid en waterbesparing.
We deden ook een oproep voor meer financiering – via obligaties – van het Systematic Observations Financing Facility (SOFF) Bond dat betere weersvoorspellingen zal toelaten.
Meer over Economie
Wereldexpo Osaka: Belgische gezondheidssector redt levens
Op de wereldexpo in Osaka (Japan) stelt België zijn expertise in de gezondheidssector in de kijker: vaccins, digitale tweelingen...
Meer autonomie voor kritieke grondstoffen is cruciaal
Onze FOD zet zijn troeven in om de Critical Raw Materials Act van de EU in België in de praktijk te brengen. Zo bracht hij op 23...
België laat zijn stem horen in de strijd tegen armoede
Tijdens de Spring Meetings (april 2025) van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds brak België een lans voor een doe...