Wouter Torfs: ‘Dankzij de EU kan je vlotter zaken doen’

  1. Nog steeds geldig op
  2. Laatst bijgewerkt op
Image
Interieur Torfs-winkel

Schoenen uit Spanje, Italië en Portugal kunnen simpelweg in euro’s ingevoerd worden. Foto: interieur Torfs-winkel in Borsbeek. © Torfs

In deze reeks laten we mensen getuigen over de positieve impact van de EU, en dit voor elk van de 6 prioriteiten van de huidige Europese Commissie. Vandaag deel 2: Een economie die werkt voor mensen. Met deze werf wil de EU zorgen voor een aantrekkelijk investeringsklimaat en voor groei die hoogwaardige banen oplevert, met name voor jongeren en in kleine bedrijven.

Image
Wouter Torfs

Wouter Torfs. © Torfs

Economie is een uiterst belangrijke werf van de EU. De eengemaakte markt vormt immers de kern van het Europese project. Door vrij verkeer van kapitaal, goederen, diensten en personen mogelijk te maken, krijgt het Europese bedrijfsleven extra kansen. De consument op zijn beurt geniet van een ruimere keuze en lagere prijzen.

Winkelketens – de zogenaamde retailsector – vormen een belangrijk element van die economie. Zij treden immers op als tussenschakel tussen duizenden producenten en miljoenen consumenten. Met 8,6% van alle jobs en 4,5% van de toegevoegde waarde is retail de tweede grootste dienstensector binnen de EU na de financiële diensten.

Wouter Torfs - ceo van de gelijknamige keten van schoenwinkels – is een gevestigde waarde in de Belgische retail. Momenteel heeft hij 78 winkels in het Vlaamse landsgedeelte, 2 in Wallonië. Zijn webwinkel is actief in het hele land. Hij bevestigt het grote belang van de EU voor zijn bedrijfsactiviteiten.

Lires, peseta’s en escudo’s

‘Vanzelfsprekend heeft de EU ons werk veel gemakkelijker gemaakt’, zegt Torfs. ‘Ik herinner me nog de tijd van voor de euro, dus voor 2002. Dan voerden we schoenen in in lires, peseta’s en escudo’s (red.: de toenmalige munteenheden van Italië, Spanje en Portugal). Met alle risico’s van dien op een schommelende wisselkoers. We hadden het geluk dat de zuidelijke munten vaak aan waarde inboetten tegenover de Belgische frank, maar het had evengoed omgekeerd kunnen zijn.’

‘De EU betekent ook een wereld van verschil qua douane- en importreglementering. We hadden vroeger echt een bureau nodig dat al die formaliteiten voor ons regelde. En dat bracht natuurlijk extra kosten met zich mee. Het is momenteel effectief supereenvoudig om zonder veel formaliteiten goederen te verzenden over de hele unie. Het is vandaag ook veel simpeler om ergens een winkel te openen.’

Image
Webshoppanneel in winkel

Zelfs met fysieke winkels blijft een webwinkel onontbeerlijk. Maar is gratis transport en retour echt nodig? © Torfs

E-commerce

De EU heeft specifieke maatregelen uitgewerkt om de retailsector te ondersteunen. Zo wil ze een soepeler reglementering bieden voor openingsuren, promoties en dergelijke. Ze ondersteunt ook de kleine retailsector om de snelle evoluties binnen de elektronische handel of e-commerce bij te kunnen benen.

En daar heeft Wouter Torfs alvast een suggestie. ‘De grote spelers van de e-commerce bieden steevast gratis transport en retourzending aan. Als kleinere speler móeten wij daar wel in meegaan. Maar dat is niet makkelijk voor ons, en het heeft serieuze effecten op het verkeer en het milieu. Iedereen kent wel de witte bestelwagens die half geladen 5 keer per dag op en af rijden in een straat om pakjes te bezorgen. De EU zou dat transport betalend moeten maken zodat het voor elk bedrijf hetzelfde is. Dat biedt misschien nog geen oplossing voor pakjes uit China en de VS, maar als dat alvast al binnen de EU zou gebeuren, zou dat een grote winst zijn.’

Kmo’s in de EU: essentieel voor de nationale economieën

Schoenen Torfs behoort tot één van België’s grotere bedrijven, maar ook de zogenaamde “kleine en middelgrote ondernemingen” (kmo’s) worden niet vergeten in het EU-beleid. Meer nog, er bestaan speciale programma’s volledig toegespitst op deze waardevolle innovators. 

Kmo’s worden door de Europese Commissie gedefinieerd als bedrijven met minder dan 250 mensen in dienst. De omzet bedraagt minder dan of is gelijk aan 50 miljoen euro, ofwel hebben ze een balanstotaal van niet meer dan 43 miljoen euro. En als je weet dat de EU maar liefst 22,6 miljoen van die kleine en middelgrote ondernemingen telt in 2021, dan begrijp je dat kmo’s voor de Europese interne markt van vitaal belang zijn. 

Ook ons land voelt de impact van zijn kmo-landschap. Het aantal Belgische kmo's actief in de niet-financiële bedrijfseconomie werd in 2018 geraamd op 604.643 ondernemingen. Achter dat groot aantal bedrijven schuilen uiteraard een hoop jobs. 

Het mag dan ook niet verwonderen dat de EU fors inzet op die kmo’s. Zo bestaat er COSME, het EU-programma voor het concurrentievermogen van kmo’s, dat het hen makkelijker maakt om toegang te krijgen tot garanties, leningen en aandelenkapitaal.

Wie innovatie zegt, zegt ook kmo’s. De kleine en middelgrote bedrijven hebben immers een grote impact op de ontwikkeling van nieuwe technologie. Daarom omhelst Horizon 2020, het bekendste en grootste EU-programma voor onderzoek en innovatie, ook een instrument voor erg innovatieve kmo’s. Die kunnen maximaal 2,5 miljoen euro steun krijgen voor zakelijke ondersteuning en begeleiding. 

Ook tijdens de covidcrisis ging en gaat er extra aandacht naar kmo’s. Zo keurde de Europese Commissie onlangs een speciale Belgische staatssteunregeling goed ter waarde van 200 miljoen euro om kmo’s ter ondersteunen. En eerder werd er al 1 miljard euro van het Europees Fonds voor strategische investeringen bestemd als garantie voor het Europees investeringsfonds. Doel: lokale banken en kredietverleners stimuleren om liquiditeit te verschaffen aan minstens 100.000 EU-kmo’s. 

Bovenstaande voorbeelden zijn maar enkele van de manieren waarop de EU kmo’s probeert te ondersteunen. Een vollediger overzicht vind je hier.