Ontwapening en non-proliferatie

Voor België is internationale veiligheid één en ondeelbaar. Ons land is voorstander van een globale aanpak en een evenwichtige vooruitgang op vlak van ontwapening en non-proliferatie, met aandacht voor zowel conventionele wapens als massavernietigingswapens.

Massavernietigingswapens

Met de term massavernietigingswapens verwijzen we naar nucleaire, biologische en chemische wapens.
  1. Nog steeds geldig op
  2. Laatst bijgewerkt op

Die wapens zijn ontworpen om een groot aantal slachtoffers te maken en veel schade aan te richten. Ze maken geen onderscheid tussen slachtoffers en hun inzet heeft grote gevolgen op lange termijn.

Het belangrijkste doel van het Belgische veiligheidsbeleid is de bescherming van de bevolking. De dreiging van massavernietigingswapens beperkt zich niet tot het nationaal grondgebied en daarom streeft ons land naar oplossingen binnen regionale en internationale context.

Voor meer informatie over het Belgische beleid rond de verschillende types van massavernietigingswapens, kunt u terecht op:

Nucleaire wapens

Achtergrond

Het Non-Proliferatieverdrag

Het Non-Proliferatieverdrag (NPT) werd in 1968 afgesloten en trad in werking twee jaar later. Het verdrag heeft drie centrale doelstellingen:

  • de niet-verspreiding van nucleaire wapens;
  • de uiteindelijke eliminatie van alle nucleaire wapens;
  • het vreedzame gebruik van nucleaire energie.

Het NPT speelde een cruciale rol in het stopzetten van de nucleaire ambities van een reeks landen. Slechts een handvol staten verwierf het kernwapen sinds 1970. Toch blijven de basisprincipes van het verdrag onder druk staan, zoals aangetoond door de proliferatiedreiging van de nucleaire programma’s van Iran en Noord-Korea. De meeste landen in de wereld zijn lid van het NPT. Voor hen blijft het verdrag de hoeksteen van het internationale non-proliferatieregime. 

Het Kernproefstopverdrag

Het Kernproefstopverdrag (Comprehensive Nuclear-Test-Ban Treaty of CTBT) werd door België in 1996 ondertekend en in 1999 geratificeerd. Het Verdrag voorziet een wereldwijd verbod op nucleaire proeven. Hoewel het nog niet formeel in werking is getreden (afhankelijk van de toetreding door 8 staten), zijn bepaalde aspecten al operationeel, zoals een opsporingssysteem voor nucleaire testen. De verdragsorganisatie (CTBTO) ziet toe op de naleving van het verdrag. In deze context wordt in elke lidstaat een “national data center” opgericht. In België is dat het NDC.be, waarover u meer kunt lezen op deze pagina. 

Het Internationaal Atoomenergieagentschap

Het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) werd opgericht in 1957. België werd lid in 1958. Het IAEA ziet erop toe dat kernenergie niet wordt misbruikt voor niet-vreedzame doeleinden. Het Agentschap superviseert het nucleaire materiaal en voert inspecties uit in alle lidstaten.

Belgisch beleid

De humanitaire gevolgen van de inzet van kernwapens zijn catastrofaal. Preventie van – al dan niet opzettelijk – gebruik is daarom van levensbelang. Reductie en uiteindelijke eliminatie van kernwapens is ons doel.

België is voorstander van een geleidelijke en realistische aanpak, die gericht is op het afsluiten van onomkeerbare en verifieerbare ontwapeningsakkoorden tussen de kernmachten.

De Verenigde Staten en de Russische Federatie bezitten 90% van het globale kernwapenarsenaal. België roept hen op om verdere vooruitgang te boeken in het verminderen van dat arsenaal. Ook de landen die geen kernwapens bezitten, dragen een verantwoordelijkheid. Zij moeten de non-proliferatie architectuur versterken door toe te treden tot de relevante verdragen, zoals het Kernproefstopverdrag. Zij kunnen bijdragen tot initiatieven die proliferatie verhinderen of ontwapening bevorderen.

België is actief in de volgende initiatieven:

Internationaal Partnerschap voor de Verificatie van Nucleaire Ontwapening

De Verenigde Staten creëerden het Internationaal Partnerschap voor de Verificatie van Nucleaire Ontwapening (IPNDV) in 2015. Zij nodigden België uit om samen met een 25-tal andere landen te onderzoeken hoe men de technische uitdagingen verbonden aan de verificatie van kernwapenontmanteling kan aanpakken. Het gaat onder andere over de vraag hoe men de ontmanteling van kernwapens fysiek kan controleren zonder vrijgave van gevoelige informatie. Het IPNDV focust niet enkel op theoretische studies, maar heeft ook aandacht voor oefeningen en demonstraties. Tegen die achtergrond organiseerde het Belgisch Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) in september 2019 een bijeenkomst voor wetenschappers uit meerdere landen. Nucleaire meetmethodes werden getest en vergeleken. De wetenschappers onderzochten hoe zij het onderscheid konden vaststellen tussen plutonium voor civiel gebruik en voor kernwapengebruik en hoe zij verschillende hoeveelheden nucleair materiaal precies konden meten.

Nuclear Suppliers Group

De Nuclear Suppliers Group (NSG) groepeert 48 landen die nucleair materiaal uitvoeren en samenwerken om de verspreiding van kernwapens te voorkomen. De NSG neemt richtlijnen voor exportcontrole aan die moeten voorkomen dat legitiem verhandelde nucleaire goederen worden afgeleid voor militair gebruik. België nam het voorzitterschap van de Nuclear Suppliers Group waar in 2020-2021.

Image
IAEA-onderzoeksmissie beoordeelt kerncentrale van Fukushima

© UN Photo/IAEA/Greg Webb

Chemische wapens

Het Chemische Wapenverdrag

Het Chemische Wapenverdrag verbiedt de productie en het gebruik van chemische wapens. Het werd in 1993 ondertekend en België ratificeerde het in 1997. Intussen maken 193 landen er deel van uit.

De uitvoering van het verdrag wordt gecontroleerd door de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW). Deze organisatie superviseert de ontmanteling van de bestaande chemische wapenarsenalen. Om mogelijke clandestiene wapenprogramma’s op te sporen, voert de OPCW inspecties uit bij bedrijven en andere instellingen die omgaan met bepaalde chemicaliën.

Belgisch engagement

Chemische wapens werden voor het eerst gebruikt op Belgisch grondgebied, meer bepaald op het slagveld bij Ieper in 1915. In de Westhoek worden elk jaar nog 200 ton niet-ontplofte explosieven uit de Eerste Wereldoorlog gevonden. Ongeveer 5% daarvan zijn chemische munitie. België informeert de OPCW regelmatig over de ontdekking van deze chemische wapens en over hun vernietiging door de Dienst voor Opruiming en Vernietiging van Ontploffingstuigen (DOVO).

Helaas worden chemische wapens in de 21e eeuw nog steeds ingezet: tijdens conflict, zoals de Syrische burgeroorlog, en in moordaanslagen, zoals tegen de Noord-Koreaan Kim Jong-nam en tegen de Russen S. Skripal (in Salisbury, UK) en A. Navalny. Het gebruik van chemische wapens is voor België onaanvaardbaar. Ons land ijvert mee voor het versterken van de internationale norm tegen chemische wapens, onder meer door te strijden tegen straffeloosheid. Europa trof sancties tegen de verantwoordelijken voor het chemische wapengebruik in Syrië en Rusland. België maakt deel uit van het Internationaal Partnerschap tegen de straffeloosheid voor het gebruik van chemische wapens.

België schonk twee miljoen euro voor de oprichting van een nieuw OPCW-laboratorium dat chemische analyses zal verrichten en opleiding zal geven aan wetenschappers uit de hele wereld.

Image
Conferentiezaal

Biologische wapens

Algemeen kader

Biologische wapens verspreiden biologische agentia, meer bepaald bacteriën, virussen of toxines. Ze gebruiken levende organismen om ziektes te verspreiden die de dood tot gevolg kunnen hebben.

Het Verdrag inzake Biologische Wapens (BTWC), dat in 1975 in werking trad, verbiedt de productie van biologische en toxinewapens. Het Verdrag beschikt niet over een verificatieregime, in tegenstelling tot het Chemische Wapenverdrag. Het feit dat er op dit moment geen enkel land beweert over biologische wapens te beschikken, is een bevestiging van de ruime normatieve draagwijdte van dit multilaterale verdrag.

Belgisch beleid

België heeft het Verdrag inzake Biologische Wapens ondertekend in 1972 en geratificeerd in 1979. Onze inspanningen richten zich voornamelijk op volgende doelstellingen:

  • internationale industriële normen ondersteunen in het domein van bio-veiligheid  en bio-beveiliging, in nauwe samenwerking met de industrie en de betrokken beroepsverenigingen. Zo proberen we te vermijden dat biologische agentia in verkeerde handen zouden vallen;
  • voor een effectieve controle pleiten op de export van goederen voor tweeërlei gebruik (met andere woorden voor zowel civiel als militair gebruik) in het biologische domein;
  • internationale samenwerking bevorderen in de toepassing van het Verdrag. Daartoe organiseerden de landen van de BENELUX een “peer review” waarvan de resultaten met de andere verdragstaten werden gedeeld;
  • de internationale norm versterken tegen biologische wapens. België slaagde erin om eind 2017 een amendement op het Statuut van Rome (i.e. het stichtingsverdrag van het Internationaal Strafhof) te laten goedkeuren waardoor het gebruik van biologische wapens als oorlogsmisdaad beschouwd wordt.
Image
Medewerker FOD geeft webinar