Exportfinanciering (Finexpo)

Finexpo is een interministerieel raadgevend comité dat wordt beheerd door de Directie Financiële steun aan de export (B2), binnen de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, en door de Administratie Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden, binnen de Federale Overheidsdienst Financiën.

Meer informatie over Finexpo

Finexpo is een interministerieel raadgevend comité dat wordt beheerd door de Directie Financiële steun aan de export (B2), binnen de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, en door de Administratie Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden, binnen de Federale Overheidsdienst Financiën. Finexpo wordt voorgezeten door de Directeur-generaal Bilaterale Zaken van de FOD Buitenlandse Zaken en de FOD Financiën levert de vicevoorzitter. Het Comité bestaat uit vertegenwoordigers van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel, Ontwikkelingssamenwerking, Financiën, Economie, Begroting, Credendo en de Gewesten.
  1. Nog steeds geldig op
  2. Laatst bijgewerkt op

Finexpo behandelt dossiers die worden ingediend door ondernemingen en/of banken die een overheidssteun vragen voor hun exportkrediet.

Waarom deze tussenkomst van de Staat?

Deze tussenkomst van de staat is bedoeld om: 

  • Belgische bedrijven die een contract onderhandelen en die in concurrentie zijn met bedrijven van andere landen, toe te laten een aantrekkelijke en competitieve financiering voor te stellen.
  • onze ondernemingen toe te laten projecten in ontwikkelingslanden te realiseren en zo bij te dragen tot de groei van die landen via de toekenning van hulp.

Er zijn twee soorten tussenkomsten van de Staat. De ene biedt een financiering aan competitieve marktvoorwaarden terwijl de andere het toelaat om overheidssteun toe te kennen aan projecten die gerealiseerd worden in ontwikkelingslanden.

Welke instrumenten maken het mogelijk deze doelstellingen te bereiken?

Enerzijds zijn er concessionele instrumenten zoals

  • een gebonden lening van staat tot staat;
  • een gemengd krediet, met andere woorden een lening van staat tot staat gecombineerd met een commercieel krediet;
  • een gift;
  • een interestbonificatie met of zonder gift;
  • een technische assistentie;
  • een innovatie-instrument voor kmo’s;
  • een hernieuwbaar energie-instrument voor kmo’s;
  • een ongebonden lening van staat tot staat.

Anderzijds bestaat er ook een commercieel instrument:

  • een intereststabilisatie.

Wat zijn de regels voor de voorwaarden voor tussenkomst van Finexpo?

Finexpo werd opgericht door de Koninklijke Besluiten van 30 mei 1997 met betrekking tot de versterking van de doeltreffendheid van de instrumenten voor financiële steun aan de export en van 15 juli 1997 waarmee de samenstelling en werking van het Comité Finexpo bepaald werd. Zij bepalen welke ministers bevoegd zijn om steun toe te.

Naast deze nationale wetgeving bestaat er ook een internationaal akkoord overeengekomen binnen de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), namelijk het Arrangement betreffende publieke exportsteun. De Lidstaten van de OESO moeten de regels van dit Arrangement respecteren.

De regels van het Arrangement dienen om te verhinderen dat Staten die onderling in concurrentie zijn meer gunstige voorwaarden hebben om de markt binnen te halen.

Het Arrangement is van toepassing op middel- en langetermijnkredieten, dat wil zeggen met een terugbetalingstermijn van twee jaar of meer.

Het bevat bepalingen over het voorschot, de maximale duur van het krediet, de lokale uitgaven, de classificatie van politieke risico’s, enzovoort. De beoogde doelstelling is om de praktijken van elke lidstaat te harmoniseren en om de publieke steun voor exportkredieten te beperken en te kaderen.

Daarenboven bevat het Arrangement ook regels die worden toegepast op hulpkredieten en die het toepassingsveld daarvan beperken.


De eerste belangrijke regel is dat gebonden en ongebonden hulpkredieten slechts kunnen worden toegekend aan ontwikkelingslanden. De staatstussenkomst die wordt toegekend moet minimum 35% bedragen van het totale beoogde krediet.

Een andere heel belangrijke en verplichte regel is dat de projecten commercieel niet leefbaar mogen zijn om te kunnen genieten van een staatstussenkomst.

Ten slotte mag er aan de Minst Ontwikkelde Landen (MOL) en ook aan de Highly indebted poor countries (HIPC) die hoge schulden hebben enkel nog ongebonden hulp gegeven worden.

De lidstaten hebben zich ook geëngageerd om de aanbevelingen over leefmilieu, corruptie en verantwoord lenen te houden.

Finexpo onderzoekt de dossiers en gaat na of de regels die van toepassing zijn gerespecteerd worden. Elk dossier wordt onderzocht op basis van de criteria van tussenkomst en op basis van de budgetten die worden toegekend.

Contact

Eric Strauwen
eric.strauwen@diplobel.fed.be

Joeri Colson
joeri.colson@diplobel.fed.be

Fabien Michaux
fabien.michaux@diplobel.fed.be

Hilde Van Den Houten - FOD Financiën (voor de leningen van staat tot staat)
hilde.vandenhouten@minfin.fed.be

Laura Muls - FOD Financiën (voor de leningen van staat tot staat)
laura.muls@minfin.fed.be