-
Laatst bijgewerkt op
© Shutterstock
Stockholm en Rio: conferenties en mijlpalen
Op internationaal niveau was er voor het eerst een noemenswaardige aandacht voor het milieu tijdens de “Conferentie van de Verenigde Naties over het Menselijke Leefmilieu” in Stockholm in 1972. De deelnemers hebben toen onder meer besloten om het Programma van de Verenigde Naties voor het Milieu (UNEP) op poten te zetten.
In 1992, tijdens de Conferentie van de Verenigde Naties inzake Milieu en Ontwikkeling, ook wel Top van de Aarde genoemd, hebben de staatshoofden en regeringsleiders de belangrijke beginselen van Rio aangenomen. Deze beginselen zijn tot op heden nog steeds geldig en beïnvloeden de acties van de VN.
Het gaat onder meer over de volgende beginselen:
- het recht op ontwikkeling;
- de bescherming van het milieu maakt integraal deel uit van het ontwikkelingsproces;
- de gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden op het vlak van milieubeleid;
- de uitroeiing van niet-duurzame consumptie- en productiegewoonten;
- het medezeggenschap van de burgers;
- voorzorgsmaatregelen.
Tijdens de top werd ook de basis gelegd voor grote internationale verdragen:
- het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering (UNFCCC), in het kader waarin het Protocol van Kyoto en het Akkoord van Parijs vervolgens werden onderhandeld;
- het Biodiversiteitsverdrag van de Verenigde Naties (CBD), de basis van het internationaal beleid inzake biodiversiteit;
- het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van woestijnvorming (UNCCD), ook wel Desertificiatieverdrag genoemd.
Rio+20 : “De toekomst die wij willen”
Twintig jaar na de Top van de Aarde werd in Rio de Janeiro de Top Rio+20 gehouden. Tijdens deze top werden een aantal maatregelen en belangrijke hervormingen doorgevoerd die in de visietekst “De toekomst die we willen” werden opgenomen.
De doelstellingen voor duurzame ontwikkeling werden bepaald ter vervanging van de bestaande Milleniumdoelstellingen. Het resultaat is de Agenda 2030 die in 2015 werd aangenomen. Er werd ook beslist om een politiek Forum op hoog niveau over duurzame ontwikkeling te creëren om zo de Agenda 2030 jaarlijks op te volgen.
De versterking van de pijler milieu binnen de Verenigde Naties (UNEP) werd gestimuleerd door onder meer:
- een universele toetreding tot het UNEP;
- de oprichting van de Milieuvergadering van de Verenigde Naties (UNEA) binnen het UNEP;
- de aanvaarding van de normerende rol binnen het systeem van de Verenigde Naties.
Bovendien werd er beslist om een kader voor de financiering van duurzame ontwikkeling op te stellen. Dit initiatief heeft geleid tot het Actieprogramma van Addis Abeba over de financiering van de ontwikkeling.
Daarnaast werd er een mondiaal programma over duurzame consumptie en productie ingesteld. De instelling van een mechanisme om technologie eenvoudiger over te dragen werd aangemoedigd.
Ten slotte werd de aanzet gegeven om onze economieën te evalueren op een manier “die verder reikt dan het BBP” (BBP = bruto binnenlands product).
Het milieu, in de Wet inzake Ontwikkelingssamenwerking
De Wet inzake Ontwikkelingssamenwerking bepaalt dat de Belgische Ontwikkelingssamenwerking tijdens iedere interventie rekening moet houden met:
“de bescherming van het leefmilieu en van de natuurlijke hulpbronnen, alsook de strijd tegen klimaatverandering, droogte en wereldwijde ontbossing.”
In het kader van verschillende multilaterale verdragen over het milieu, heeft België zich ook geëngageerd om ontwikkelingslanden te helpen om hun verplichtingen in het kader van deze verdragen na te komen.
Deze doelstelling wordt onder meer concreet gemaakt in het strategische document inzake leefmilieu van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking.
Naast de systematische integratie van de milieuvraagstukken in alle samenwerkingsprogramma’s (op verschillende niveaus), zijn er ook:
- een thematische portefeuille “Climat Sahel” die gefinancierd wordt met 50 miljoen euro verdeeld over vijf jaar. Het beheer is in handen van Enabel;
- een gemeenschappelijk en thematisch strategisch kader “Weerbaarheid van de sociaalecologische systemen” (met interventies van ongeveer 55 miljoen euro voor de periode 2022-2026), uitgevoerd door vijf niet-gouvernementele actoren alsook door CEBIOS;
Dit strategisch kader heeft geleid tot de oprichting van het platform ECORES voor de uitwisseling van ideeën, studies en opleidingen, zowel in België als in de partnerlanden en met alle betrokkenen.
- De steun aan actoren van de niet-gouvernementele samenwerking om acties op poten te zetten ten behoeve van het milieu (klimaatmarsen, klimaatcoalitie en andere netwerken, pleiten voor nieuwe regelgeving in België en in Europa, bijvoorbeeld op het vlak van geïmporteerde ontbossing), alsook de vraag om het thema op een transversale manier te integreren in de praktijk.