Wie zijn we?

Wij zijn de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp (DGD), bij het publiek ook wel bekend onder de naam ‘Belgische ontwikkelingssamenwerking’. Sinds 2002 maken we deel uit van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Financieringskanalen

De officiële ontwikkelingshulp die de DGD overziet, wordt verdeeld op basis van de beleidsmatige en strategische prioriteiten, via verschillende samenwerkingskanalen die zijn vastgelegd in de wet van 2013 en in specifieke rechtskaders.
  1. Laatst bijgewerkt op
Image
De handen van een kind met een handvol rijst

© Shutterstock

De officiële ontwikkelingshulp die de DGD overziet, wordt verdeeld op basis van de beleidsmatige en strategische prioriteiten, via verschillende samenwerkingskanalen die zijn vastgelegd in de wet van 2013 en in specifieke rechtskaders:

  • Gouvernementele hulp is momenteel toegespitst op 14 partnerlanden (Benin, Burkina Faso, Burundi, Guinee-Conakry, Mali, Marokko, Mozambique, Niger, Oeganda, de Democratische Republiek Congo, Rwanda, Senegal, Tanzania, de Palestijnse gebieden) (wettelijk is het mogelijk om tot 18 partnerlanden te gaan). Dit samenwerkingskanaal wordt beheerd door de DGEO. De programma's worden opgezet in de partnerlanden (bij nieuwe programma's gaat het om een tijdsbestek van 5 jaar) en bepalen waar de prioriteiten liggen van de gouvernementele samenwerking in een welbepaald partnerland, in overeenstemming met de SDG's en met het ontwikkelingsbeleid van dat land. Het rechtskader van die programma's wordt vastgelegd in specifieke overeenkomsten tussen beide landen.
    De hulp wordt uitgevoerd door Enabel, het federale ontwikkelingsagentschap. Enabel vertaalt het Belgische gouvernementele samenwerkingsbeleid naar de praktijk. Als overheidsagentschap beheert het de ontwikkelingsprojecten van de Belgische regering en van andere donoren en draagt het aldus bij tot het wereldwijde streven naar duurzame ontwikkeling.
  • Niet-gouvernementele hulp wordt geregeld via 87 partnerships met de actoren van de niet-gouvernementele samenwerking (ANGS'en), die momenteel 75 organisaties van de civiele samenleving, 9 institutionele actoren en 3 federaties omvatten. Ze krijgen subsidies in het kader van het meerjarenprogramma (het huidige bestrijkt de periode 2017-2021). Die financiering is geënt op 30 gemeenschappelijke strategische kaders (GSK's), waarvan 1 voor België en 4 themakaders: waardig werk, hoger onderwijs en onderzoek, veerkracht en duurzame steden. De niet-gouvernementele hulp omvat ook wereldburgerschapseducatie, een domein waar meer bepaald het Noordluik van de verschillende ANGS-programma's toe bijdraagt. Bovendien subsidieert de DGD activiteiten en programma's om de Belg bewust te maken van de ontwikkelingsuitdagingen.
  • Multilaterale hulp. België draagt al meerdere jaren bij tot de algemene middelen van verschillende multilaterale actoren. De lijst van die actoren is vastgelegd in het koninklijk besluit van 29 mei 2015. Daarin staan onder meer VN-organisaties en ontwikkelingsbanken.  De bijdragen zijn van tweeërlei aard: verplicht en vrijwillig. Deze vorm van hulp behelst ook de Europese bijdragen. Dit financieringskanaal wordt beheerd door de Directie Thematische en Multilaterale Samenwerking (D2) die, zoals de naam het zegt, zich ook bezighoudt met de regelgevingsproductie voor de prioritaire thema's en sectoren van de Belgische ontwikkelingssamenwerking (landbouw, voedselzekerheid, mensenrechten, gender, onderwijs, gezondheid enz.) en van de multilaterale partners (VN-organisaties, ontwikkelingsbanken, EU).  Deze directie behandelt eveneens andere basisallocaties, onder meer met betrekking tot de privésector. De DGD financiert of werkt samen met verschillende actoren (Exchange vzw, Ex-change Expertise, Trade for Development Center van Enabel enz.) om de privésector te ondersteunen, via diverse acties (Beyond Choccolate, Business Partnership Facility enz.). Een van de belangrijke actoren die DGD financiert, is BIO (pagina Actoren).
  • Humanitaire hulp. Volgens de wet op ontwikkelingssamenwerking van 19 maart 2013 heeft humanitaire hulp tot doel levens te redden, lijden te verlichten en de menselijke waardigheid te behoeden gedurende en in de nasleep van natuurrampen en door de mens veroorzaakte crisissen, evenals dergelijke toestanden te voorkomen.
    De uitvoering van deze hulp is gestoeld op verschillende internationale en Belgische kaders. De Directie Humanitaire Hulp en Transitie (D5) beheert de hulp. De fundamentele humanitaire beginselen onderschrijven, met name menselijkheid, onpartijdigheid, neutraliteit en onafhankelijkheid, is voor België essentieel om in noodsituaties bijstand te kunnen verlenen, via partnerorganisaties, in een vaak moeilijke politieke en veiligheidscontext. België werkt samen met allerlei partners om de humanitaire hulp uit te voeren – de Verenigde Naties, het Rode Kruis/de Rode Halve Maan en ngo's – en erkent dat ze elk over comparatieve voordelen beschikken. De Belgische humanitaire hulp wordt toegekend via verschillende vormen van ondersteuning, om crisissen op die manier gedifferentieerd en gericht aan te pakken en zo een snelle en flexibele financiering te garanderen, een betere voorspelbaarheid te verzekeren en verantwoordelijkheden te delen (burden sharing) binnen het mondiale stelsel van de humanitaire hulp. Om de versnippering van de hulp tegen te gaan, wordt allereerst ingezet op bijdragen aan de algemene middelen van humanitaire organisaties en aan de internationale humanitaire fondsen. Meer informatie over onze humanitaire hulp vindt u hier.
  • Klimaatfinanciering, een apart onderdeel in het DGD-budget. De betrekkingen met een reeks partnerorganisaties, zoals de Global Environment Facility, het Green Climate Fund en UNEP, de monitoring van de relaties met het KBIN (biodiversiteit), en conferenties over de klimaatveranderingen vallen binnen het mandaat van de directie MD8 (Milieu en Klimaat). MD8 ziet toe op het programma van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, een institutionele actor.