Wie zijn we?

Wij zijn de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp (DGD), bij het publiek ook wel bekend onder de naam ‘Belgische ontwikkelingssamenwerking’. Sinds 2002 maken we deel uit van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Onze organisatie

De DGD maakt integraal deel uit van de Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Ze bereidt het beleid inzake ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp voor en organiseert de opvolging ervan in overeenstemming met het wettelijke en regelgevende kader.
  1. Laatst bijgewerkt op

De DGD staat sinds 1 oktober 2021 onder de leiding van Mevrouw Heidy Rombouts. Onze verantwoordelijke minister is Mevrouw Caroline Gennez, minister van Ontwikkelingssamenwerking en Grootstedenbeleid.


Welke rol speelt de DGD?

Onze visie

Wij bouwen mee aan een gelijke, duurzame en rechtvaardige wereld waarin iedereen in vrede, veiligheid, vrijheid en zonder armoede leeft.

Onze acties sluiten aan bij de internationale ontwikkelingsagenda, alsook bij de Europese consensus op het vlak van humanitaire hulp en de Good Humanitarian Donorship. 

Als doeltreffende partner streven we naar een resultaatgerichte aanpak. We willen niet alleen leren uit onze successen, maar ook uit onze fouten.

We volgen de fundamentele humanitaire beginselen en bieden ook hulp en bescherming aan mensen die zich in een moeilijke politieke of ecologische context of een onveilige omgeving bevinden.

Ons land kan echter niet alleen handelen. Wij geloven sterk in de kracht van samenwerking. Daarom  bundelen we onze krachten op internationaal niveau om bij te dragen aan een duurzame menselijke ontwikkeling in een rechtvaardige wereld.

De Belgische ontwikkelingssamenwerking ondersteunt dus ook het behoud van een constructieve dialoog met de verschillende partners die actief zijn op het vlak van ontwikkeling of humanitaire hulp:

  • de Europese en internationale instellingen
  • de overheden die een rol spelen op het vlak van ontwikkelingsbeleid of humanitaire hulp
  • de ontwikkelingsactoren
  • de actoren van de humanitaire hulp.

Deze gezamenlijke visie uit zich in strategische keuzes. De prioritaire doelstellingen worden vastgelegd op onze hoofdzetel in Brussel en in nauwe samenwerking met de ambassades en de organisaties die het beleid in de praktijk uitrollen.

Onze waarden

Respect, transparantie, flexibiliteit en teamgeest zijn de waarden en principes die ons leiden doorheen onze dagelijkse activiteiten om het welzijn en de betrokkenheid van onze medewerkers te bevorderen.

Onze opdracht

Onze opdracht kadert binnen een transversale benadering. Cruciale thema’s zijn respect voor de menselijke waardigheid, de rechtsstaat, de fundamentele vrijheden, de mensenrechten, de gendergelijkheid en het milieu.

Onze specifieke doelen zijn:

  1. Lokale initiatieven ondersteunen die de levensomstandigheden in de partnerlanden trachten te verbeteren
  2. Lokale initiatieven ondersteunen die de socio-economische ontwikkeling in de partnerlanden bevorderen 
  3. Samen met de partnerlanden ons inzetten voor een meer duurzame en rechtvaardige economische welvaart
  4. Levens beschermen, menselijk lijden vermijden en verzachten en waken over de menselijke waardigheid tijdens humanitaire crisissituaties.

Onze acties

Wij sensibiliseren de Belgische burgers over de internationale uitdagingen en we mobiliseren hen voor een duurzaam en solidair beleid .

Wij stellen het federale beleid op het vlak van ontwikkeling en humanitaire hulp op. Wij wijzen de budgetten toe aan nationale en internationale actoren, volgen het beleid op en evalueren het.

Wij nemen actief deel aan de debatten rond vernieuwende concepten op het vlak van ontwikkeling en humanitaire hulp. We verwerken de resultaten hiervan in ons beleid.

Wij ondersteunen de acties van de erkende actoren op het vlak van ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp. Deze steun wordt verleend in synergie met de andere Belgische en internationale partners en donoren.


Verschillende actiekaders

Wet van 19 maart 2013

De wet van 19 maart 2013 betreffende de Belgische Ontwikkelingssamenwerking legt een algemeen kader vast voor de ontwikkelingssamenwerking en de humanitaire hulp.

De wet schrijft een aantal principes voor die voordien niet aanwezig waren in het Belgische regelgevingskader. De wet van 2013 houdt rekening met het nieuw internationaal paradigma inzake samenwerking en nieuwe samenwerkingsformules die ontstaan zijn tijdens de verschillende internationale bijeenkomsten, alsook het concept van coherentie op alle beleidsniveaus ter ondersteuning van de ontwikkeling.

Dankzij deze wet hanteert de Belgische Ontwikkelingssamenwerking een benadering die nog meer gebaseerd is op mensenrechten, zowel op het vlak van principes als op het vlak van doelstellingen.

De wet bevestigt de intentie die België in 2000 heeft uitgesproken om een groeitraject te verwezenlijken waarbij 0,7 % van het BNI naar ontwikkelingssamenwerking gaat.

Doelstellingen

De Wet van 2013 betreffende de Ontwikkelingssamenwerking wil deze doelstelling helpen bereiken door inspanningen te leveren op verschillende vlakken:

  • Duurzame en inclusieve menselijke ontwikkeling en economische groei
  • De uitroeiing van armoede, sociale uitsluiting en ongelijkheid
  • De werking van de partners versterken 
  • De ondersteuning van de lokale private sector
  • De voedselveiligheid
  • De informatieverstrekking over ontwikkeling (sensibiliseringsplicht van de Belgische burgers)

De humanitaire hulp heeft dan weer als belangrijkste doelstelling om een dringend antwoord te bieden op de noden van mensen die zich in humanitaire crisissituaties bevinden.

Internationale kaders

In 2015 hebben de leden van de internationale gemeenschap heel wat overeenkomsten afgesloten op het vlak van duurzame ontwikkeling, de financiering ervan en rond acties voor het klimaat.

Deze akkoorden, ook onderschreven door ons land, vormen het kader voor de samenwerking en de geplande acties:

De belangrijkste beginselen van de humanitaire hulp zijn hoofdzakelijk gebaseerd op de volgende bronnen:

  • Het internationaal humanitair recht, het asiel- en vluchtelingenrecht en de mensenrechten
  • Specifieke besluiten van de Verenigde Naties
  • Specifieke humanitaire “standaarden”, in het bijzonder het initiatief ‘Good Humanitarian Donorship’
  • De Grand Bargain, gelanceerd tijdens de Wereldtop over Humanitaire hulp in mei 2016, is een uniek akkoord tussen de grootste donoren en humanitaire agentschappen die de krachten bundelen om de humanitaire acties doeltreffender te maken.

Europese acties

Net zoals alle lidstaten van de Europese Unie draagt België bij tot de uitvoering van de verdragen, de consensus en de akkoorden die de EU afsluit voor verschillende thema’s.

Onze acties hebben een direct verband met:

  • Het Verdrag van Lissabon: waarbij het beleid van de Unie en dat van de lidstaten “elkaar aanvullen en wederzijds ondersteunen” op het vlak van ontwikkelingssamenwerking. Het verdrag legt ook humanitaire principes vast als gedeelde parallelle bevoegdheid.  
  • De Europese consensus over ontwikkeling: in het akkoord, dat in 2017 werd getekend, staat een gezamenlijke visie en een actieplan om armoede in de wereld uit te roeien en een duurzame ontwikkeling te verwezenlijken. Deze visie is opgenomen in de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de bijhorende doelstellingen op het vlak van duurzame ontwikkeling.
  • De Europese consensus over humanitaire hulp: dat de humanitaire hulp doeltreffender wil maken door de acties van de EU en van de lidstaten beter op elkaar af te stemmen en te coördineren.
  • De internationale akkoorden tussen de EU en de andere landen, zoals de akkoorden met de ACS-landen (Afrika, Caraïben, Stille Oceaan).

Andere internationale acties

België is lid van:

  • de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling - OESO.

De OESO stelt richtlijnen op en doet aanbevelingen op verschillende vlakken die verband houden met de officiële ontwikkelingshulp. We ijveren in het bijzonder voor principes die de hulp doeltreffender maken, zoals ook vastgelegd in het Partnerschap van Busan.

  • het Comité voor Ontwikkelingshulp - DAC

Het DAC stelt aanbevelingen op over belangrijke overkoepelende thema’s zoals gender, fragiele contexten, burgerruimte, integriteit …

  • van het systeem van de Verenigde Naties
  • van de Bretton Woods-instellingen
  • van de verschillende ontwikkelingsbanken


Financiering en de verschillende samenwerkingskanalen

In 2021 bedroeg de officiële ontwikkelingshulp van België 2,6 miljard euro (globaal bedrag), wat overeenkomt met 0,46 % van het bruto nationaal inkomen.

België heeft de doelstelling nog niet behaald om 0,7 % van het bruto nationaal inkomen (BNI) aan officiële ontwikkelingshulp te besteden, zoals voorzien in de wet van 19 maart 2013.

In 2022 bedroeg de totale officiële Belgische ontwikkelingshulp 2,52 miljard euro, ongeveer 0,45 % van het Belgisch BNI. De DGD beheerde ongeveer 1,29 miljard euro, ofwel 51 % van het Belgische budget dat naar ontwikkeling gaat. In 2022 besteedde België voor 189 miljoen euro aan humanitaire hulp.

Bestemming van deze fondsen

  • België steunt Belgische en multilaterale organisaties die hun lokale partners ondersteunen, zowel op het vlak van ontwikkelingssamenwerking als op het vlak van humanitaire hulp. 
  • België heeft de ambitie om globale oplossingen te vinden voor de wereldwijde uitdagingen. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met de Verenigde Naties, de Europese Unie, andere landen, de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds.
  • De Belgische ontwikkelingssamenwerking steunt ook wetenschappelijke projecten, ontwikkelingsbanken, studiebeurzen,…


Gouvernementele (of bilaterale) samenwerking

De gouvernementele samenwerking is momenteel toegespitst op 14 partnerlanden in Afrika en in het Midden-Oosten. 

De gouvernementele samenwerking is afgestemd op de prioriteiten van de partnerlanden, zoals bepaald in de nationale programma’s. Daarin wordt er rekening gehouden met de meerwaarde en de expertise die België te bieden heeft alsook met de doelstellingen op het vlak van duurzame ontwikkeling.

Het juridische kader van deze programma’s wordt vastgelegd in de algemene samenwerkingsovereenkomst en in de specifieke overeenkomsten die de twee landen afsluiten.

De samenwerking wordt uitgevoerd door Enabel, het ontwikkelingsagentschap van de federale overheid. Enabel is een overheidsagentschap en voert de ontwikkelingsprojecten in de praktijk uit, in naam van de Belgische overheid maar ook voor andere donoren, vooral voor de Europese Unie. Enabel voert de opdrachten uit in overeenstemming met een kader dat de federale overheid heeft vastgelegd.


Niet-gouvernementele samenwerking

De niet-gouvernementele samenwerking wordt verleend via partnerschappen met actoren van de niet-gouvernementele samenwerking – de NGA’s. Deze NGA’s bestaan momenteel uit 80 organisaties van de civiele samenleving, 9 institutionele actoren en 3 federaties.

De niet-gouvernementele samenwerking heeft als doel om bij te dragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (DDO’s). De partnerschappen met de NGA’s zijn in die context zowel een middel als een doel op zich:

  • Een middel om de verschillende thematische en sectorale  duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de DDO’s te bereiken
  • Een doel op zich: helpen om in ieder land de omstandigheden te creëren waarin de bevolking zich kan organiseren, zich kan ontwikkelen en haar rechten kan uitoefenen.

Dat houdt ook in dat we de dialoog tussen de civiele maatschappij en de overheidsinstanties versterken en de NGA’s begeleiden om de acties zo doeltreffend mogelijk te bundelen.

Gezamenlijke strategische kaders

De niet-gouvernementele actoren ontvangen subsidies in het kader van een vijfjarenprogramma. De financiering is geënt in 26 geografische gemeenschappelijke strategische kaders (GSK’s) en 4 thematische gemeenschappelijke strategische kaders:

  1. Waardig werk
  2. Hoger onderwijs en onderzoek ten dienste van duurzame ontwikkeling
  3. Duurzame steden
  4. Veerkrachtige ecosystemen

De GSK’s hebben tot doel om de NGA’s samen te brengen die actief zijn in een gemeenschappelijke context ten voordele van:

  • De kennisdeling over deze context
  • De zoektocht naar gemeenschappelijke of complementaire doelstellingen
  • De synergie tussen deze actoren

De GSK’s en de niet-gouvernementele samenwerkingsprogramma’s bevatten ook wereldburgerschapseducatie en alle bijhorende initiatieven van de NGA’s in België en in Europa.

Initiatiefrecht

De niet-gouvernementele samenwerking is gebaseerd op het “recht op initiatief van de niet-gouvernementele actoren. Dankzij dit recht kunnen de actoren projecten voorstellen aan de Belgische ontwikkelingssamenwerking die dan al dan niet (mede)gefinancierd worden.

De NGA’s bepalen volledig autonoom:

  • De landen en sectoren waarin ze willen werken
  • De partners met wie ze willen samenwerken en met wie ze hun doelstellingen bepalen
  • De strategieën om deze doelstellingen te bereiken.

De beslissing om subsidies al dan niet toe te wijzen aan deze partners hangt af van de kwaliteit van de voorstellen. Ook de overeenstemming met de doelstellingen van de Belgische ontwikkelingssamenwerking speelt hierbij een rol.

In tegenstelling tot de gouvernementele samenwerking is de niet-gouvernementele samenwerking niet alleen toegespitst op de 14 partnerlanden. Zo steunt België ook acties in andere landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië.


Multilaterale samenwerking

België ondersteunt verschillende soorten internationale organisaties zoals de ontwikkelingsbanken, organisaties die binnen het VN-systeem vallen, organisaties die actief zijn in bepaalde prioritaire sectoren, het ICRC,…

Een koninklijk besluit uit 2015 legt de lijst van multilaterale partners vast die structurele financiering van België kunnen ontvangen.

Het gaat om VN organisaties, ontwikkelingsbanken en specifieke organisaties zoals het Wereldfonds (voor AIDS-, Tuberculose- en Malariabestrijding).

Er bestaan twee soorten bijdragen: verplichte bijdragen (die iedere lidstaat van deze organisaties moet betalen) en vrijwillige bijdragen.

Voor de vrijwillige bijdragen hanteert België al jaren een beleid waar duidelijk wordt bijgedragen aan de algemene middelen van multilaterale partnerorganisaties, in vakterm ook gekend als “core funding”. Dankzij dit systeem beschikken de organisaties over een grote flexibiliteit en voorspelbaarheid.

De multilaterale samenwerking houdt ook de opvolging in van de bijdragen die België verleent aan de financiering van Europese ontwikkelingsprogramma’s, die bijna 30 % van ons ODA uitmaken.


Humanitaire hulp

België werkt met verschillende partners samen om de humanitaire hulp in de praktijk uit te rollen – de Verenigde Naties, de Rode Kruisbeweging, de Rode Halve Maanbeweging en de ngo’s – en erkent dat iedere organisatie over comparatieve voordelen beschikt.

De Belgische humanitaire hulp wordt verleend via verschillende soorten steunkanalen zodat crisissituaties op een aangepaste en contextgevoelige manier worden benaderd.

Dit systeem garandeert:

  • Een snelle en flexibele financiering
  • Een betere voorspelbaarheid
  • Gedeelde verantwoordelijkheden (burden sharing) binnen het wereldwijde systeem van humanitaire hulp. 

Om de versnippering van de hulp tegen te gaan, wordt voorrang verleend aan de bijdragen aan de algemene middelen van humanitaire organisaties en aan internationale humanitaire fondsen.


Klimaat

Het klimaat maakt deel uit van een bijzonder programma en wordt beschouwd als een overkoepelend thema waarmee rekening dient te worden gehouden in de socio-economische ontwikkelingen.

Het programma “Klimaat” wordt in de praktijk uitgerold door het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen en wordt ondersteund door een reeks partnerorganisaties:


Gender

Voor de Belgische ontwikkelingssamenwerking is gendergelijkheid al heel lang een prioriteit. Het thema heeft ook een plaats in de wet van 19 maart 2013 betreffende de Belgische Ontwikkelingssamenwerking en in de wet van 12 januari 2007 over gender mainstreaming.

De Belgische samenwerking hanteert een aanpak waarbij specifieke acties gecombineerd worden met gender mainstreaming. Ons land draagt zo bij tot het geheel van doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (DDO), in het bijzonder DDO nummer 5 inzake gendergelijkheid en meer autonomie voor vrouwen en meisjes.


Transparantie van de officiële ontwikkelingshulp

België heeft zich ondubbelzinnig geëngageerd voor een transparante samenwerking. Dit engagement wordt vastgelegd in twee akkoorden: het ‘Common Open Standard’ en het ‘International Aid Transparency Initiative’.

'International Aid Transparency Initiative’ - IATI

De ondertekenaars van het initiatief verbinden zich ertoe om de engagementen van het actieprogramma Accra, dat ondertekend werd in 2008, daadwerkelijk in de praktijk om te zetten. Zij verbinden zich ertoe om regelmatig de volgende informatie te publiceren:

  • Gedetailleerde en actuele informatie over het volume, de bestemming en, indien beschikbaar, de resultaten van de uitgaven voor ontwikkeling
  • Actuele informatie over de jaarlijkse engagementen en de effectief betaalde bijdragen
  • Actuele informatie over de uitgaven- en/of uitrolplannen over een periode van 3 tot 5 jaar

Het IATI heeft een norm vastgelegd die zowel betrekking heeft op het technische formaat als op de vereiste inhoud. De ondertekenaars van het IATI publiceren de gegevens op hun eigen website en communiceren de URL aan het IATI die deze opneemt in een “Register”.

'Common Open Standard' akkoord

Het succes van het IATI heeft geleid tot een akkoord tussen alle DAC-donoren, namelijk het nieuwe Common Open Standard. Dit nieuwe akkoord bevat richtlijnen over de publicatie van gegevens van de samenwerking. Het gaat enerzijds om de nieuwe technieken en de wijzigingen van de IATI-inhoud en anderzijds om de kwaliteit en de vergelijkbaarheid van de DAC-statistieken.

Deze voorlopige uitkomst heeft geleid tot een gedetailleerde, open en beschikbare standaard die wereldwijd uniform is.

Doeltreffende samenwerking is transparant

Het belang van transparantie voor de doeltreffendheid van de hulp speelt een rol op verschillende niveaus:

  • De partnerlanden hebben nood aan gedetailleerde informatie over de ODA stromen. Op die manier kunnen zij hun eigen budgetten plannen en samenstellen, de meest actuele informatie geven over de ODA stromen en de vastgelegde plannen blijven volgen.
  • De donorgemeenschap heeft nood aan gedetailleerde informatie om het werk op nationaal en internationaal niveau te kunnen verdelen en om tijdig te kunnen reageren,
  • De onderzoeksinstellingen en het Development Assistance Committee van de OESO hebben nood aan deze informatie om hun analyses, diepgaande onderzoeken en evaluaties te kunnen realiseren,
  • De burgers, zowel van de donorlanden als van de partnerlanden, dienen toegang te krijgen tot deze gegevens om hun regeringen ter verantwoording te roepen.

Een doelgerichte transparantie vereist:

  • dat de informatie eenvoudig toegankelijk is voor alle personen die de informatie willen raadplegen en dus online gepubliceerd wordt
  • dat er gemeenschappelijke standaarden worden gebruikt, zowel op het vlak van de inhoud als op het vlak van de vorm