Brexit: herhaling van de hoofdlijnen

 

Op 23 juni 2016 stemde de Britse bevolking voor een vertrek uit de Europese Unie (EU). De terugtrekkingsprocedure werd gestart op woensdag 29 maart 2017. In principe duurt deze maximaal twee jaar, wat betekent dat het VK de EU op 29 maart 2019 zou moeten verlaten. Tijdens de Europese Raad van 10 april werd echter beslist om de procedure te verlengen tot 31 oktober 2019.

Om een ordelijke terugtrekking te bereiken, hebben de EU en de Britse regering een ontwerp van terugtrekkingsakkoord onderhandeld, dat onder andere door het Britse parlement moet worden goedgekeurd om in werking te kunnen treden. Als deze overeenkomst in werking treedt, zal het VK de EU effectief verlaten op 1 november 2019, maar er is een overgangsperiode voorzien, in principe tot 31 december 2020 (deze periode kan met maximaal twee jaar worden verlengd, in onderling overleg). Tijdens deze overgangsperiode zou het Europese recht van toepassing blijven in het Verenigd Koninkrijk, wat betekent dat de situatie van Belgen die reeds in dat land verblijven of die er naartoe willen reizen, ongewijzigd zou blijven.

Tijdens deze overgangsperiode zouden de EU en het Verenigd Koninkrijk overeenkomsten moeten onderhandelen om de basis te leggen voor hun toekomstige betrekkingen, na de overgangsperiode. Het zijn deze toekomstige overeenkomsten die dan van toepassing zouden zijn op Belgen die na afloop van de overgangsperiode naar het Verenigd Koninkrijk willen reizen of zich daar willen vestigen.

Het Britse parlement verwierp het onderhandelde ontwerp van terugtrekkingsakkoord reeds drie keer. Toch betekent deze verwerping niet noodzakelijkerwijs een harde Brexit, zonder overeenkomst ("no-deal"). In dit stadium blijven alle scenario's mogelijk.