50e verjaardag van “Harmel-rapport”

Morgen vindt in het Egmontpaleis in Brussel een conferentie plaats die volledig aan het zogenaamde ‘Harmel-rapport’ is gewijd. De Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken organiseert deze bijeenkomst in samenwerking met het Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen (Egmont Instituut) ter gelegenheid van de 50e verjaardag van het rapport dat in 1967 aangenomen werd. Vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders zal de conferentie openen. Ook secretaris-generaal van de NAVO Jens Stoltenberg en minister van Staat Etienne Davignon, toen kabinetschef van Pierre Harmel, zullen het woord nemen.

Didier Reynders zal er in zijn toespraak aan herinneren hoe bepalend het rapport “voor de toekomstige taken van de Alliantie” geweest is. De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Pierre Harmel stelde het rapport op. Het gaf een nieuwe impuls aan de NAVO in een tijd waarin haar bestaan in vraag gesteld werd. Het verslag concludeerde dat “militaire veiligheid en een beleid van ontspanning niet tegenstrijdig, maar complementair zijn”. De visie van Pierre Harmel is een hoeksteen van de strategie van de Alliantie geworden. Het rapport was een keerpunt in de relaties tussen Oost- en West-Europa. Het luidde de Duitse Ostpolitik in en leidde uiteindelijk tot de val van de muur van Berlijn.

Het Harmel-rapport is een succesverhaal van de Belgische diplomatie en van haar kracht om consensus te smeden. Het verslag heeft ook vandaag nog zijn waarde, ook al zijn de veiligheidsuitdagingen waarmee het Euro-Atlantische wordt geconfronteerd, niet te vergelijken met die van de Koude Oorlog.

De zogenaamde tweesporenaanpak van defensie en ontspanning die Pierre Harmel voorstelde, moest leiden tot “een langdurige vreedzame en rechtvaardige orde in Europa (…)”. Sinds 1967 is de Europese Economische Gemeenschap met 6 landen uitgegroeid tot een Europese Unie met 28 lidstaten. De NAVO en de EU delen dezelfde waarden en ze gaan dezelfde uitdagingen aan. De twee organisaties moeten samenwerken om elkaar te versterken. De gemeenschappelijke EU-NAVO-verklaring van Warschau in 2016 is daarin een belangrijke stap geweest.

De EU zet stappen om een nog geloofwaardigere veiligheidsspeler op het internationale toneel te worden. De recente lancering van een Permanente Gestructureerde Samenwerking (PGS) en van het Europees Defensie Actieplan (EDAP) zijn daar voorbeelden van. België ondersteunt die initiatieven sinds het begin en voert ze uit op een manier die coherent en complementair is met zijn verplichtingen tegenover de NAVO.

De volgende NAVO-top zal in juli 2018 in Brussel plaatsvinden. Het zal een goede gelegenheid zijn om de boodschap van het Harmel-rapport te herhalen.

 
Harmel
© NATO