Didier Reynders vraagt internationaal onderzoek naar chemische aanval in Syrische provincie Idlib

Vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders is geschokt door de chemische aanval in de Syrische provincie Idlib waarbij tientallen burgers zijn omgekomen, onder wie veel kinderen. Zijn gedachten zijn bij de slachtoffers en hun families. Hij roept op tot een internationaal onderzoek naar deze aanval en hij schaart zich achter de actie die de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) intussen heeft ondernomen.
 
België veroordeelt elk gebruik van chemische wapens, ongeacht de uitvoerders of de omstandigheden. Gebruik van chemische wapens mag niet ongestraft blijven. Ons land steunt daarom de activiteiten van het Gezamenlijke Onderzoeksmechanisme van de Verenigde Naties en de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens, die de schuldigen van chemische aanvallen moeten identificeren. Dat onderzoek heeft al aangetoond dat het Syrische regime verantwoordelijk is voor minstens drie chemische aanvallen en Daesh voor minstens één. 
 
Helaas zijn die aanvallen niet de enige overtreding van het humanitaire recht in Syrië. Met de steun van België hebben de de VN in december vorig jaar het licht op groen gezet voor de oprichting van een internationaal mechanisme voor het verzamelen en bewaren van bewijsmateriaal over misdaden die in Syrië zijn gepleegd. Dat moet de strafrechtelijke vervolging van ernstige schendingen van het humanitaire recht ondersteunen.
 
Didier Reynders roept alle Syrische partijen op om te stoppen met het gebruik van chemische wapens. Twintig jaar na de inwerkingtreding van het Chemisch Wapenverdrag is een krachtig en verenigd optreden van de internationale gemeenschap nodig om de internationale norm tegen het gebruik van die wapens te doen naleven.
 
Het incident in Idlib bevestigt opnieuw dat een onmiddellijk staakt-het-vuren en een onderhandelde oplossing voor het conflict in Syrië nodig zijn.