De Conventie over het verbod van clustermunitie bestaat tien jaar

De Conventie over het verbod op clustermunitie bestaat tien jaar. De Conventie werd op 3 december 2008 in Oslo ondertekend. België heeft zich van in het begin actief ingezet in de strijd tegen clustermunitie. In 2006 keurde ons land de eerste wet ter wereld goed die deze wapens verbood. In 2007 werd dit verder versterkt met een wet die ook het investeren in de productie van clustermunitie aanpakte.

10 jaar later blijft België actief, zowel politiek als op het terrein, in de strijd tegen clustermunitie, het creëren van risicobewustzijn en het bieden van hulp aan de slachtoffers.

Slachtofferhulp is een fundamentele pijler van actie tegen clustermunitie en moet centraal blijven staan ​​in de inspanningen van diegenen die het Verdrag van Oslo mee ondertekenden.

De meest recente gegevens wijzen op een belangrijke daling van het aantal slachtoffers van clustermunitie, wat uiteraard positief is. De inspanningen om deze “niet-discriminerende wapens” te elimineren, moeten echter verdergezet worden. België moedigt alle landen aan zich bij de Conventie aan te sluiten zodat we kunnen komen tot een ​​universele afspraak tegen clustermunitie.

Ontmijning – of het nu gaat om mijnen, clustermunitie of geïmproviseerde explosieven – blijft een prioriteit voor België. Dit jaar is 2,8 miljoen euro uitgetrokken om slachtoffers bij te staan, mijnen onschadelijk te maken, het risicobewustzijn te vergroten en om het doel van een mijn- en clustervrije wereld hoog op de internationale agenda te houden.

Het Verdrag van Oslo laat zien dat een multilaterale aanpak die leidt tot concrete resultaten, bijdraagt tot stabiliteit, vrede en veiligheid. Het is in die geest dat België zijn mandaat als niet-permanent lid van de Veiligheidsraad zal beginnen in januari 2019, onder het motto "Consensus bevorderen, ijveren voor vrede".