Grondige hervorming Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (BIO) krijgt sluitstuk

De Kamer van Volksvertegenwoordigers heeft vandaag een aanpassing goedgekeurd aan het wettelijk kader waarbinnen de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (BIO) werkt. De aanpassing is het sluitstuk van een grondige hervorming van BIO die de investeringsmaatschappij beter inbedt in het Belgisch ontwikkelingsbeleid, de band met de privésector versterkt en de ontwikkelingsimpact in Belgische partnerlanden verhoogt.

Al in 2016 werd het mandaat van BIO grondig gewijzigd. Een sterkere samenwerking met de privésector was daarbij een van de centrale aandachtspunten. Zo werd het kapitaal van BIO opengesteld voor privé-investeerders en kan BIO zelf investeringsfondsen oprichten en beheren. Ook werden de regels verstrengd om kapitaalvlucht uit ontwikkelingslanden tegen te gaan en werken via belastingparadijzen onmogelijk te maken.

Kleinere investeringen met hogere ontwikkelingsimpact
De nieuwe wetsaanpassing laat toe dat BIO in de toekomst ook kleinere investeringen zal kunnen doen met een hogere ontwikkelingsimpact. Daardoor kan BIO meer investeren in de minst ontwikkelde landen waar het risico vaak hoger ligt. Elf van de veertien partnerlanden van België zijn minst ontwikkelde landen.

BIO krijgt daarnaast een ruimere mogelijkheid om subsidies te verlenen, bijvoorbeeld aan stakeholders van bedrijven zoals kleine boeren of lokale beroepsverenigingen. De investeringsmaatschappij zal voortaan ook specifieke opdrachten voor derden kunnen uitvoeren, zoals opleidingen en het beheer van fondsen voor de Europese Unie.

Beroep op expertise BIO
Ook zal de Belgische Staat BIO specifieke opdrachten kunnen toevertrouwen en beroep kunnen doen op de expertise van BIO, bijvoorbeeld om de Belgische Staat te ondersteunen bij het beheer van participaties in ontwikkelingsbanken zoals in Rwanda of Burundi.