Identificatie van daders chemische aanvallen in Syrië weer mogelijk

Vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders is tevreden met de rol die de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) op zich zal nemen bij het onderzoek naar de verantwoordelijken voor de aanvallen met chemische wapens in Syrië. Daarover werd gisteren in Den Haag een beslissing genomen (lees hier de OPCW-verklaring).

Tot voor kort was de identificatie van de daders van chemische aanvallen een taak van het Gezamenlijke Onderzoeksmechanisme van de Verenigde Naties en de OPCW. Dit onderzoeksmechanisme slaagde erin de verantwoordelijkheid te bepalen voor minstens vier chemische aanvallen door het Syrische regime en minstens twee door de terroristische groepering Daesh. Maar door een blokkering in de Veiligheidsraad hield het mechanisme in november 2017 op te bestaan en verviel de mogelijkheid om schuldigen te identificeren. De beslissing van de OPCW maakt identificatie nu weer mogelijk.

De minister is ook tevreden dat de OPCW informatie zal kunnen delen met het Internationaal, Onafhankelijk en Onpartijdig Mechanisme. Dat mechanisme werd opgericht door de Algemene Vergadering van de VN en moet de basis leggen voor de strafrechtelijke vervolging van de schuldigen van gruweldaden in Syrië.

Didier Reynders herhaalt zijn scherpe veroordeling van het gebruik van chemische wapens door het Syrische regime en roept het land op zijn verplichtingen, onder meer als lid van de OPCW, na te leven.

De strijd tegen het gebruik van chemische wapens is een prioriteit van het Belgische buitenlandse beleid. België veroordeelt elk gebruik van chemische wapens, ongeacht de dader of de omstandigheden. Het gebruik van chemische wapens in een gewapend conflict is een oorlogsmisdaad en moet worden bestraft.

België zet zich in om de internationale consensus over het verbod op chemische wapens te herstellen en te versterken.