Omzetting van Europese wetgeving: zichtbare vooruitgang

Vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken Didier Reynders is belast met de coördinatie van de acties op het gebied van de omzetting van de richtlijnen die op Europees niveau werden aangenomen. In dit verband verwelkomt hij de vooruitgang die op dit gebied is geboekt, met name door de invoering van een effectievere coördinatiemethode.

Ter herinnering, de omzetting van Europese wetgeving is van essentieel belang om een daadwerkelijke uitvoering van het beleid van de Europese Unie te waarborgen en er aldus voor te zorgen dat Europese bedrijven en burgers van dezelfde rechten en plichten genieten doorheen de hele Europese Unie.

Op 11 juni 2018 heeft de Europese Commissie haar halfjaarlijks scorebord “interne markt” afgesloten. België verbeterde zijn score met een percentage van 1,6% en een totaal van 16 niet-omgezette richtlijnen, in vergelijking met het scorebord van juni 2017, toen ons land een score van 1,9% behaalde met 22 niet-omgezette richtlijnen.

Ondanks deze vooruitgang is er nog ruimte voor verbetering: de toegelaten Europese norm van 1% omzettingstekort blijft het doel. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft als enige 4 gemeenschappelijke richtlijnen niet omgezet, terwijl dit België in staat zou hebben gesteld een omzettingstekort van 1,1% te bereiken.

Het betreft de richtlijnen inzake periodieke technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens; technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen die in de Unie aan het verkeer deelnemen; die houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten; de maatregelen ter verlaging van de kosten van de aanleg van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid.

Wegens de vastgestelde vertragingen zijn de eerste drie richtlijnen momenteel onderworpen aan een ingebrekestelling. Wat de vierde richtlijn betreft, is de achterstand zodanig opgelopen dat het Hof van Justitie van de Europese Unie (zaak C-543/17) nu uitspraak moet doen over een mogelijke dwangsom van 12.142,08 euro per dag vertraging. Krachtens artikel 16 § 3 van de Bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen moet de entiteit die verantwoordelijk is voor de niet-naleving van de termijnen of een onvolledige omzetting van de Europese wetgeving de financiële sancties alleen dragen.

De voornaamste richtlijnen die werden omgezet om de achterstand te verminderen, hebben betrekking op:

  • Economie: 4 richtlijnen
  • Volksgezondheid: 4 richtlijnen
  • Financiën: 4 richtlijnen
  • Mobiliteit: 1 richtlijn

Richtlijn één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning - verblijf/werk heeft geen betrekking op de interne markt van de EU, maar ze dient niettemin te worden omgezet in nationaal recht. Dit is een van de meest complexe om te zetten richtlijnen in België naar aanleiding van de zesde staatshervorming met de regionalisering van werkvergunningen, evenals het aantal entiteiten dat bevoegd is voor deze omzetting. Tot dusver werden reeds veertig uitvoeringsmaatregelen door alle entiteiten genomen. België heeft meer dan twee jaar omzettingsvertraging voor deze richtlijn met een risico op een dwangsom van 70828,80 euro per dag. Een samenwerkingsakkoord tussen alle entiteiten met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten werd gesloten. België zou zich in regel moeten stellen tegen eind 2018 en aldus elke dwangsom voorkomen.

Didier Reynders betreurt dat het Brussels Gewest, ondanks een verbeterde coördinatiemethode en dreigingen met Europese sancties, bij de omzetting van bepaalde richtlijnen geen belang hecht aan de eerbiediging van de omzettingsplanning binnen een redelijke termijn.

Het scorebord van december 2018 zal 11 richtlijnen tellen die door het Brusselse Gewest (gedeeltelijk) moeten worden omgezet. Vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken, Didier Reynders, hoopt dat het Gewest zijn verantwoordelijk zal opnemen.