Verklaring van vicepremier Alexander De Croo n.a.v. verkiezing België in VN-Veiligheidsraad

Vicepremier en minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo is zeer verheugd dat België opnieuw de mogelijkheid krijgt om vanaf 1 januari 2019 niet-permanent lid te worden van de VN-Veiligheidsraad. Minister De Croo, ook verantwoordelijk voor humanitaire zaken, geeft aan dat België veel aandacht zal besteden aan de naleving van het internationaal humanitair recht, mensenrechten en genderkwesties. "Het lot van burgers die lijden onder conflicten, vrouwen en kinderen in de eerste plaats, moet de eerste zorg zijn voor de VN-Veiligheidsraad."

We zijn blij met de grote steun voor onze kandidatuur tijdens de stemming van vandaag, waarbij België een breed mandaat kreeg van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Het is een teken van vertrouwen in onze traditie van multilaterale diplomatie in het nastreven van consensus en vrede.

De humanitaire aspecten van de vele crises in de wereld, met onder meer de Syrische crisis, Jemen, Zuid-Soedan en de DRC, zullen uiteraard een belangrijk aandachtspunt van ons lidmaatschap zijn. Zweden en Nederland leveren momenteel uitstekend werk in de VN-Veiligheidsraad, vaak met felle tegenstand. We hopen deze inspanningen te ondersteunen en verder te zetten met de bedoeling een maximale impact op het terrein te hebben.

Het lot van burgers in conflicten, in de eerste plaats vrouwen en kinderen, moet de eerste zorg zijn van de VN-Veiligheidsraad, die de primaire verantwoordelijkheid draagt ​​voor vrede en veiligheid in de wereld. Humanitaire hulp en toegang tot getroffen bevolkingsgroepen worden al te vaak gebruikt als pasmunt of politieke hefboom. Samen met anderen zullen we streven naar eenvolledige eerbiediging van het internationaal humanitair recht en de internationale mensenrechtenwetgeving.

In overeenstemming met deze bezorgdheid over het lot van burgers over de hele wereld, met name vrouwen en kinderen, zullen we ons zeker concentreren op terugkerende thematische kwesties in de VN-Veiligheidsraad, zoals kinderen en gewapende conflicten (CAAC); vrouwen, vrede en veiligheid (resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad); seksueel en gendergerelateerd geweld (SGBV) en bescherming van burgers (PoC).

Dit zijn allemaal onderwerpen waar België zich op richtte tijdens eerdere lidmaatschappen van de VN-Veiligheidsraad, de laatste keer in 2007-2008, en waaraan het later bleef bijdragen van buiten de Raad. Humanitaire hulp en principes, een mensenrechten-benadering en genderkwesties staan ​​centraal in mijn beleid en ik ben van plan om met gelijkgezinde landen rond deze thema’s te werken tijdens ons lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad.

Tijdens mijn recente bezoeken aan Zuid-Soedan en Mali, was ik vanop de eerste rij getuige van de humanitaire impact van conflicten en het harde werk van VN-vredesmissies om daarop onder zeer moeilijke omstandigheden een antwoord te geven, zowel op het vlak van veiligheid als wat betreft de relaties met lokale overheden. België heeft zijn deelname aan de vredeshandhavingsinspanningen van de VN verhoogd, met name aan MINUSMA, en zal in de Veiligheidsraad bijdragen aan het bepalen van duidelijke en samenhangende mandaten voor VN-vredesmissies. Daarbij moet prioriteit gaan naar de bescherming van burgers.

België zal natuurlijk een belangrijke voorstander zijn van samenhangende EU-standpunten eneenheid tussen permanente en niet-permanente EU-leden van de VN-Veiligheidsraad. De inspanningen van België om ontwikkelings-, diplomatieke en militaire inspanningen te combineren in een 'alomvattende aanpak' weerspiegelen de geïntegreerde aanpak van de EU. Daarnaast hebben we eveneens aanzienlijke ervaring op het gebied van bemiddeling, conflictpreventie en vredesopbouw op EU- en VN-niveau, die we ter tafel kunnen brengen.

Duurzame en inclusieve ontwikkeling is het beste preventieve instrument tegen geweld en instabiliteit. Daarom zal België blijven samenwerken met de minst ontwikkelde en fragiele landen, voornamelijk in Sub-Sahara-Afrika.

Alexander De Croo,
Vicepremier en minister van Ontwikkelingssamenwerking