België, Nederland en Luxemburg ondertekenen akkoord voor wetenschappelijke samenwerking voor Kernstopverdrag

Meer dan 20 jaar geleden zette de wereld een beslissende stap om kernproeven voor altijd te verbieden: het Alomvattend Kernstopverdrag voor een verbod op kernproeven (Comprehensive Nuclear-Test-Ban Treaty, CTBT) werd toen voor ondertekening opengesteld. Vandaag moeten nog acht landen toetreden, zodat het verdrag in werking kan treden. Ondanks de vertraging blijft het Kernstopverdrag onvervangbaar voor internationale non-proliferatie. Nucleaire tests worden wereldwijd als illegaal beschouwd. Maar één land, Noord-Korea, heeft dat internationale principe tijdens de 21ste eeuw geschonden.

Het Kernstopverdrag probeert ervoor te zorgen dat geen enkele nucleaire test op het aardoppervlak, in de atmosfeer, onder water of onder de grond onopgemerkt blijft. Daarom is een Internationaal Monitoring Systeem ontwikkeld, dat gebruik maakt van de modernste technologie om nucleaire testen wereldwijd te detecteren. De landen die het verdrag hebben ondertekend, kunnen helpen door de monitoringgegevens te analyseren en alle verdachte gebeurtenissen te onderzoeken. Dat gebeurt meestal door nationale datacenters.

De ministers van Buitenlandse Zaken van België, Nederland en Luxemburg hebben besloten om de wetenschappelijke samenwerking daarvoor te versterken. Het memorandum van overeenstemming dat zij vandaag ondertekenen, is bedoeld om expertise te delen en samen analyses te voeren. Deze samenwerking zal zorgen voor een grondiger onderzoek van verdachte gebeurtenissen en zal dus het controlesysteem van het Kernstopverdrag versterken. Naast verificatie kunnen de uitwisselingen tussen de wetenschappers in de drie landen ook tot gezamenlijke wetenschappelijke studies en onderzoek leiden.

Deze samenwerking van de nationale datacenters en wetenschappers van de Benelux is de eerste in haar soort. De ministers van Buitenlandse Zaken van België, Nederland en Luxemburg denken dat dit partnerschap als inspiratie kan dienen voor samenwerkingsinitiatieven in andere regio's.