Beschikking van 19 december 2018 in de zaak Ghezzal tegen de Belgische Staat

In december 2017 besliste de regering dat de terugkeer naar België van kinderen jonger dan 10 jaar van buitenlandse strijders kon worden vergemakkelijkt als ze gelokaliseerd zijn en als er een bewijs van biologische verwantschap met een levende Belgische ouder (moeder of vader die het kind heeft erkend) wordt geleverd. De Belgische regering onderschrijft nog altijd deze beslissing, onafhankelijk van het resultaat van de procedure in beroep.

De Belgische staat is in beroep gegaan tegen de uitspraak van 19 december 2018 omdat zij de Belgische staat verplicht reisdocumenten af te leveren aan kinderen van wie de afstamming, en dus ook de Belgische nationaliteit, niet vaststaat. Tot op heden werd enkel een DNA-test tussen de grootouders en de kleinkinderen uitgevoerd, met positief resultaat. De rechter zelf stelde dat er geen enkele rechtsgrond is waarop de kinderen zich kunnen steunen om de afgifte van reisdocumenten door de Belgische staat af te dwingen. Omdat de rechter de Belgische staat daar vervolgens wel toe verplichtte, is deze uitspraak niet correct gemotiveerd.

In overeenstemming met de beslissing van de regering van december 2017 overhandigde de Belgische overheid op 22 januari 2019 aan beide kinderen, waarvan de moeder in de gevangenis zit en waarvan de vader overleden is, de nodige reisdocumenten voor buitenlanders, in het belang van de kinderen en om het hen mogelijk te maken naar België af te reizen, zodra zij van de Turkse overheid de goedkeuring hebben gekregen om Turkije te verlaten. Deze actie staat los van het resultaat van de procedure in beroep.