Beschikking van 26 december 2018 in de zaak Tatiana Wielandt en Bouchra Abouallal tegen de Belgische Staat

In december 2017 besliste de regering dat de terugkeer naar België van kinderen jonger dan 10 jaar van buitenlandse strijders kon worden vergemakkelijkt als ze gelokaliseerd zijn en als er een bewijs van biologische verwantschap met een levende Belgische ouder (moeder of vader die het kind heeft erkend) wordt geleverd.

De Belgische staat heeft beslist om beroep aan te tekenen tegen de uitspraak van 26 december 2018.

De voornaamste reden hiervoor is dat de vraag tot repatriëring van de kinderen al eerder door de rechtbank werd behandeld en zowel in eerste aanleg als in beroep werd afgewezen. De geldende rechtsregels bepalen dat zaken die eerder bepleit werden met dezelfde eisen en dezelfde argumenten niet meer in aanmerking kunnen worden genomen voor een nieuwe rechtsprocedure, laat staan voor een nieuwe uitspraak. Bovendien ging de rechter in zijn uitspraak verder dan wat de eisers zelf gevraagd hadden: zo werd de verplichting opgelegd om de terugkeer van de twee moeders samen met hun kinderen te vergemakkelijken, terwijl de moeders alleen vroegen dat hun kinderen naar België zouden terugkeren. Ten slotte heeft België geen bevoegdheid om op eigen initiatief op te treden in het buitenland en al zeker niet in de regio waar de gezinnen Wielandt-Abouallal zich bevinden (aangezien daar momenteel geen normaal staatkundig bestuur bestaat).

De Belgische regering zal blijven inspanningen leveren om de beslissing van december 2017 toe te passen, onafhankelijk van het resultaat van de procedure in beroep.