De Belgisch ontwikkelingssamenwerking krijgt goede punten van de OESO

Suzanna Moorehead, voorzitter van de DAC, het ontwikkelingscomité van de OESO, heeft de resultaten van de peer review van de Belgische ontwikkelingssamenwerking voorgesteld. De peer review is op internationaal niveau een van de belangrijkste evaluatiesystemen voor ontwikkelingssamenwerking en onderzoekt de manier waarop de OESO-DAC-leden hun internationale verplichtingen nakomen en moedigt hen aan de beste praktijken van andere leden in hun eigen werking te integreren. Het rapport geeft aan dat de Belgische ontwikkelingssamenwerking op een aantal gebieden aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt. De minister van Ontwikkelingssamenwerking, Meryame Kitir, juicht dit toe en plant de aanbevelingen van het rapport zo snel mogelijk in haar beleid te integreren.

De peer review is een intensief proces dat in juni 2019 is gestart en iets langer dan een jaar heeft geduurd. Zwitserland en Luxemburg waren de beoordelaars, gesteund door het DAC-secretariaat van de OESO. Een groep van 7 examinatoren heeft net voor de Covid-19-pandemie alle Belgische ontwikkelingsactoren ontmoet, waaronder ook de Gemeenschappen en de Gewesten. Het onderzoek van de Belgische ontwikkelingssamenwerking op het terrein vereiste flexibiliteit en creativiteit, aangezien het traditionele veldbezoek werd vervangen door virtuele ontmoetingen met Belgische ontwikkelingsactoren in Burkina Faso, een partnerland van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

Op basis van verschillende indicatoren onderzoekt het OESO-team met name de ontwikkeling en de hervormingen die sinds de laatste peer review in 2015 hebben plaatsgevonden, en de manier waarop de aanbevelingen van toen zijn opgevolgd.

 
België scoort met focus op minst ontwikkelde landen en fragiele situaties

Het rapport prijst België voor zijn internationaal engagement ten behoeve van de minst ontwikkelde landen en fragiele staten. Zo is ons land guller dan het gemiddelde DAC-land wat betreft het verlenen van officiële ontwikkelingshulp aan deze landen. Het verslag onderstreept ook onze inzet voor gendergelijkheid, meer specifiek op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Binnen de Europese Unie was België ook de drijvende kracht om digitalisering op de ontwikkelingsagenda te zetten.

Het verslag benadrukt dat ons land een fervent verdediger is van het multilateralisme en dat we actief betrokken zijn geweest bij de hervorming van de Verenigde Naties teneinde de legitimiteit, representativiteit en doeltreffendheid ervan te versterken. Ook op Europees vlak is België een loyale en geëngageerde partner.

De Belgische humanitaire hulp wordt heel erg op prijs gesteld, zowel onze strategische belangenbehartiging in organen als de Veiligheidsraad als onze inspanningen om te zorgen voor een flexibele, voorspelbare financiering, wat humanitaire organisaties in staat stelt om onmiddellijk in te grijpen in geval van rampen en crisissen. Ook innovatieve initiatieven zoals de “Humanitarian Impact Bonds” en de organisatie van een “hackaton” voor de ontwikkeling van een digitale tool die noodoperaties kan ondersteunen, krijgen veel bijval.

 
Uitdagingen voor de toekomst

In de peer review wordt tevens gewezen op enkele uitdagingen voor de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp (DGD). In het bijzonder wordt België gevraagd een algemeen strategisch kader op te stellen om het werk van onze partners te sturen en de coördinatie te versterken met het oog op een “whole-of-government approach”.

Daarnaast wordt opgeroepen éénduidige landenstrategieën te ontwikkelen en daarbinnen de volgorde van onze thematische prioriteiten te verduidelijken. Ook wordt gewezen op het internationaal engagement om 0,7% van het BBP uit te geven aan ontwikkelingshulp en de nood aan een pragmatische roadmap, zeker in moeilijke economische COVID-tijden.

Gezien het ontwikkelingswerk sterk geëvolueerd is, raadt de DAC aan om op het gebied van personeelsmanagement de aanwezige skills en gekozen competentieprofielen nog beter af te stemmen op de strategische prioriteiten.

 
Van aanbevelingen naar beleid

De peer review geeft donoren zoals België een betere inzage in de uitdagingen en de mogelijkheden die zich stellen. “Ik kan me herkennen in de conclusies van deze objectieve evaluatie en ben vastbesloten deze aanbevelingen ter harte te nemen bij het uittekenen van ons ontwikkelingsbeleid voor de komende jaren”, aldus minister Kitir. “België schrijft zich ten volle in de internationaal vastgelegde duurzame ontwikkelingsagenda en de gemaakte aanbevelingen zullen aanleiding geven tot een aantal heroriëntaties en aanpassingen waar nodig”.