Voor de bescherming van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en het bevorderen van gendergevoeligheid in de COVID-19-crisis

Gezamenlijke persverklaring door

  • H.E. Lindiwe Zulu, Minister van Sociale Ontwikkeling van Zuid-Afrika
  • Z.E. Peter Eriksson, Minister voor Ontwikkelingssamenwerking van Zweden
  • Z.E Gent Cakaj, Waarnemend Minister voor Europese en Buitenlandse Zaken van Albanië
  • Z.E. Felipe Carlos Solá, Minister van Buitenlandse Zaken en Internationale Handel van Argentinië
  • H.E. Marise Payne, Minister van Buitenlandse Zaken en Vrouwen van Australië
  • Z.E. Alexander De Croo, Vicepremier en minister van Ontwikkelingssamenwerking van België
  • H.E. Karen Longaric Rodríguez, Minister van Buitenlandse Zaken van Bolivia
  • H.E. Bisera Turkovic, Adjunct-voorzitter van de ministerraad van Buitenlandse Zaken van Bosnië-Herzegovina
  • H.E. Maritza Rosabal Peña, Minister van Onderwijs, Familie en Sociale Inclusie van Kaapverdië
  • H.E. Karina Gould, Minister voor Ontwikkelingssamenwerking van Canada
  • Z.E. Nikos Christodoulides, Minitser van Buitenlandse Zaken van Cyprus
  • Z.E. Tomáš Petříček, Minister van Buitenlandse Zaken van Tsjechië
  • Z.E. Rasmus Prehn, Minister van Ontwikkelingssamenwerking van Denemarken
  • H.E. Mereseini Vuniwaqa, Minister voor Vrouwen, Kinderen en Armoedebestrijding van Fiji
  • Z.E. Skinnari, Minister voor Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Handel van Finland
  • Z.E. Jean-Yves Le Drian, Minister voor Europese en Buitenlandse Zaken van Frankrijk
  • H.E. Maria Flachsbarth, Parlementaire staatssecretaris bij de federale minister voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling van Duitsland
  • Z.E. Nikos Dendias, Minister van Buitenlandse Zaken van Griekenland
  • H.E. Diene Keita, Minister voor Internationale Samenwerking en Regionale Integratie van Guinée
  • H.E. Emanuela Del Re, viceminister voor Buitenlandse Zaken en Internationale Samenwerking van Italië
  • H.E. Ilze Vinkele, Minister van Volksgezondheid van Letland
  • H.E. Claudine Aoun, Voorzitter van de Nationale Commissie voor Libanese Vrouwen van Libanon
  • Z.E. Gbehzohngar Milton Findley, Minister van Buitenlandse Zaken van Liberia
  • Z.E. Franz Fayot, Minister van Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Actie van Luxemburg
  • Z.E. Tehindrazanarivelo Djacoba A. S. Oliva, Minister van Buitenlandse Zaken van Madagascar
  • Z.E. Srđan Darmanović, Minister van Buitenlandse Zaken van Montenegro
  • H.E. Doreen Sioka, Minister voor gendergelijkheid, armoedebestrijding en sociale welvaart van Namibië
  • H.E. Sigrid Kaag, Minister van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking van Nederland
  • Z.E. Winston Peters, Vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken van Nieuw-Zeeland
  • Z.E. Nikola Dimitrov, Minister van Buitenlandse Zaken van Noord-Macedonië
  • Z.E. Dag-Inge Ulstein, Minister van Ontwikkelingssamenwerking van Noorwegen
  • H.E. Teresa Ribeiro, Staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking van Portugal
  • Z.E. Cornel Feruță, Staatssecretaris voor Globale Zaken en Diplomatieke Strategie binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken van Roemenië
  • H.E. Slavica Djukic-Dejanovic, Minister verantwoordelijk voor demografie en bevolkingsbeleid van Servië
  • H.E. Arancha González Laya, Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Unie en Ontwikkelingssamenwerking van Spanje
  • Z.E. Ignazio Cassis, Minister van Buitenlandse Zaken van Zwitserland
  • H.E. Liz Sugg, Staatssecretaris voor Internationale Ontwikkelingssamenwerking en Overzeese Gebieden van het Verenigd Koninkrijk
  • En de regeringen van Armenië, Oostenrijk, Bulgarije, Costa Rica, Kroatië, Ecuador, Estland, Georgië, IJsland, Ierland, Japan, Lichtenstein, Litouwen, Mexico, Moldavië, Peru, Korea, Slovenië, Tunesië, Oekraïne en Uruguay.

Bescherming van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en het bevorderen van gendergevoeligheid in de COVID-19-crisis

Wij, de ministers van Zuid-Afrika, Zweden, Argentinië, Australië, Albanië, België, Bolivia, Bosnië-Herzegovina, Kaapverdië, Canada, Cyprus, Tsjechië, Denemarken, Finland, Fiji, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Guinée, Italië, Letland, Libanon, Liberia, Luxemburg, Madagascar, Montenegro, Nederland, Noord-Macedonië, Namibië, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Portugal, Roemenië, Servië, Spanje, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk zijn vereerd dit gezamenlijk persbericht te kunnen uitsturen in naam van de bevolking en de regeringen van 58 landen: Albanië, Argentinië, Armenië, Australië, Oostenrijk, België, Bolivia, Bosnië-Herzegovina, Bulgarije, Canada, Kaapverdië, Costa Rica, Kroatië, Cyprus, Tsjechië, Denemarken, Ecuador, Estland, Fiji, Finland, Frankrijk, Georgië, Duitsland, Griekenalnd, Guinée, Ierland, IJsland, Italië, Japan, Letland, Libanon, Liberia, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Madagascar, Mexico, Moldavië, Montenegro, Namibië, Nederland, Noord-Macedonië, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Peru, Portugal, Korea, Roemenië, Servië, Zuid-Afrika, Slovenië, Spanje, Zweden, Tunesië, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk, Oekraïne en Uruguay.

De mensheid wordt geconfronteerd met de ongekende dreiging van COVID-19. Over de hele wereld heeft de pandemie een verwoestende impact op het gezondheidssysteem, de economie, ons leven en het levensonderhoud en welzijn van iedereen, maar vooral de ouderen. Efficiënt reageren op deze snel groeiende pandemie vereist solidariteit en samenwerking tussen alle regeringen, wetenschappers, actoren uit het maatschappelijk middenveld en de privésector.

COVID-19 heeft niet dezelfde impact op mannen en vrouwen. De pandemie maakt de bestaande ongelijkheden voor vrouwen en meisjes en de discriminatie van andere gemarginaliseerde groepen zoals mensen met een handicap en mensen in extreme armoede erger en dreigt de verwezenlijkingen inzake mensenrechten voor vrouwen en meisjes te belemmeren. Participatie, de bescherming en het potentieel van alle vrouwen en meisjes moeten centraal staan in onze inspanningen om deze crisis het hoofd te bieden. Deze inspanningen moeten gender-gevoelig zijn en rekening houden met de verschillende effecten op detectie, diagnose en toegang tot behandeling voor alle vrouwen en mannen.

De beperkende maatregelen die ervoor moeten zorgen de verspreiding van het virus over de hele wereld te beperken, vergroten het risico op huiselijk geweld, waaronder geweld door intieme partners. Aangezien gezondheids- en sociale bescherming en de rechtsstelsels die alle vrouwen en meisjes onder normale omstandigheden beschermen, verzwakt zijn of onder druk staan door COVID-19 moeten specifieke maatregelen worden genomen om geweld tegen vrouwen en meisjes te voorkomen. De noodmaatregelen moeten ervoor zorgen dat alle vrouwen en meisjes – of het nu gaat om vluchtelingen, migranten of interne ontheemden – worden beschermd. Seksuele en reproductieve gezondheidsbehoeften, waaronder psychosociale ondersteunende diensten en bescherming tegen gender-gerelateerd geweld, moeten prioriteit krijgen om de continuïteit te waarborgen. We moeten ook aandacht besteden aan sociale bescherming en de gezondheid, rechten en het welzijn van adolescenten verzekeren nu de scholen gesloten zijn. Alle maatregelen die de mensenrechten inperken moeten bij wet worden voorgeschreven en op een degelijke manier worden beoordeeld in overeenstemming met het internationaal recht.

We ondersteunen de actieve deelname en het leiderschap van vrouwen en meisjes op alle niveaus van besluitvorming, ook op gemeenschapsniveau, via hun netwerken en organisaties, om ervoor te zorgen dat de inspanningen en reacties op de crisis gendergevoelig zijn en diegene die al het meest risico lopen niet nog verder zullen discrimineren of uitsluiten.

Het is van cruciaal belang dat leiders de centrale rol die universele gezondheidszorg speelt bij dergelijke noodsituaties en de behoefte aan robuuste gezondheidssystemen erkennen om levens te redden. In deze context zijn seksuele gezondheidsdiensten essentieel. We roepen iedereen opnieuw op tot de implementatie van de politieke verklaring inzake universele gezondheidszorg. Financiering van seksuele en reproductieve rechten moet een prioriteit blijven om een stijging van moeder- en pasgeboren kindersterfte, een toegenomen onvervulde behoefte aan anticonceptie en een groter aantal onveilige abortussen en seksueel overdraagbare ziektes te voorkomen.

Over de hele wereld zijn vroedvrouwen, verpleegkundigen en andere gezondheidswerkers essentieel om COVID-19 te bestrijden en persoonlijke beschermingsmiddelen voor hen zijn dan ook noodzakelijk. Veilige zwangerschappen en bevallingen zijn afhankelijk van al deze gezondheidswerkers, adequate gezondheidsvoorzieningen en een strikte naleving van infectiepreventiemaatregelen. Aandoeningen aan de luchtwegen, en zeker COVID-19 besmettingen, bij zwangere vrouwen moeten prioriteit krijgen gezien het verhoogde risico op nadelige gevolgen. Gezien onze nationale en internationale toeleveringsketens door deze pandemie worden getroffen, verbinden we ons ertoe alle vrouwen en meisjes op reproductieve leeftijd te voorzien de nodige reproductieve gezondheidsbenodigdheden. We roepen regeringen over de hele wereld dan ook op om volledige en ongehinderde toegang tot alle seksuele en reproductieve gezondheidsdiensten te garanderen voor alle vrouwen en meisjes.

We verwelkomen de multilaterale inspanningen, onder meer van de VN, waaronder UNFPA, UN Women, de WHO, de Wereldbank, het IMF, de regionale ontwikkelingsbanken, alsook de verklaringen van de G7 en de G20 die werken aan een coherente en wereldwijde aanpak voor het bestrijden van COVID-19. We moedigen ze allen aan in hun inspanningen om met nationale regeringen en andere partners te zorgen voor een efficiënte aanpak van de crisis en het verzekeren van de voorzetting van essentiële gezondheidsdiensten en rechten.

In deze wereldwijde gezondheidscrisis moeten we onze inspanningen coördineren. We steunen de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN, getiteld Global Solidarity to fight COVID19. We moedigen alle regeringen, de privésector, het maatschappelijk middenveld, filantropen en anderen aan zich bij ons aan te sluiten in onze steun voor noodhulp, vooral in de meest kwetsbare landen, en om volledig gevolg te geven aan de wereldwijde inzet voor universele toegang tot gezondheidszorg.

6 mei 2020