Meryame Kitir trekt 8 miljoen euro extra uit voor humanitaire hulp aan de Sahel

Vandaag neemt minister van Ontwikkelingssamenwerking Meryame Kitir deel aan een ministeriële rondetafelconferentie die financiële middelen en politiek engagement moet genereren om een antwoord te bieden op de enorme noden in de centrale Sahel-regio, meer bepaald in Mali, Burkina Faso en Niger.

Het evenement, dat georganiseerd wordt door Denemarken, Duitsland, de Europese Unie en de Verenigde Naties, heeft tot doel zowel humanitaire hulp als politieke toezeggingen te mobiliseren voor de humanitaire uitdagingen en de groeiende behoeften in de regio.

De Centrale Sahel wordt gekenmerkt door een veelvoud aan complexe humanitaire crisissen. Meer dan 13 miljoen mensen hebben dringend behoefte aan humanitaire hulp in Burkina Faso, Mali en Niger; vijf miljoen meer dan in het begin van het jaar geschat werd. De COVID-19-pandemie heeft de behoeften als gevolg van klimaatschokken en geweld enkel verergerd. Bevolkingsgroepen die al zeer kwetsbaar waren, worden nu nog meer getroffen. Als gevolg van toenemende voedselonzekerheid, de nood aan bescherming, gedwongen verhuizingen, toegangsproblemen en de uiterst kwetsbare sociaaleconomische toestand, zal de situatie waarschijnlijk nog verslechteren. In de grensoverschrijdende regio Burkina Faso, Mali en Niger is het aantal ontheemden in minder dan twee jaar tijd gestegen van 70.000 tot 1,4 miljoen. De schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht, waaronder geweld tegen vrouwen en kinderen, nemen toe. Naar schatting 6 miljoen mensen zijn in extreme armoede vervallen.

Minister Kitir zal op de conferentie een extra Belgische bijdrage van 8 miljoen euro voor deze regio aankondigen: 2,5 miljoen euro voor Mali via het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC); 2,5 miljoen euro voor Niger (via het ICRC) en 3 miljoen euro voor Burkina Faso (via het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen). Deze bijdrage komt bovenop het reeds bevestigde bedrag van bijna 10 miljoen euro voor deze drie landen, waardoor de totale humanitaire hulp aan de regio in 2020 18 miljoen euro zal bedragen. De prioriteit is het beschermen van de meest kwetsbare mensen en het verbeteren van de weerbaarheid van de getroffen gemeenschappen door middel van programma's en projecten die gericht zijn op het beheer en het beperken van rampenrisico’s, voedselzekerheid en voeding.

Dankzij de meerjarige financiering draagt België bij aan de budgetten van internationale humanitaire organisaties via hun flexibele fondsen (87 miljoen euro in 2020). Dit moet hen in staat stellen om onmiddellijk in te grijpen in geval van rampen of crisissen over de hele wereld, ook in de centrale Sahel.

Daarnaast wordt prioriteit gegeven aan de centrale Sahel-regio voor projectvoorstellen die de overgang naar ontwikkeling moeten bevorderen door humanitaire hulp te koppelen aan ontwikkelingssamenwerking. Momenteel worden specifieke projecten overwogen om het probleem van gender gerelateerd geweld in de context van de COVID-19-pandemie aan te pakken.

Voor minister Kitir is het duidelijk: "Humanitaire hulp redt levens, maar om een duurzaam einde te maken aan het lijden van de getroffen bevolking zijn politieke en langetermijnoplossingen nodig".