Opiniestuk van 14 Europese ministers van Buitenlandse Zaken over de situatie in Idlib

Opiniestuk ministers van Buitenlandse Zaken van Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje, België, Nederland, Estland, Polen, Litouwen, Zweden, Denemarken, Finland, Portugal en Ierland over Idlib

In Idlib ontvouwt zich een nieuwe humanitaire ramp, een van de ergste in de Syrische crisis, waarin zich in het afgelopen decennium al ontelbaar vele van dergelijke rampen hebben afgespeeld. Het Syrische regime gaat door met zijn rücksichtlose strategie van militaire herovering van grondgebied, ongeacht de consequenties voor de Syrische burgerbevolking. Sinds december heeft het zijn operaties in het noordwesten van het land opgevoerd, daarbij gesteund door de Russische luchtmacht. Als gevolg van niet-aflatende luchtaanvallen en het afwerpen van vatenbommen zijn in een paar weken tijd bijna een miljoen Syriërs op de vlucht geslagen. Hulpinstanties worden overweldigd. Honderdduizenden mensen - veelal vrouwen en kinderen - zoeken wanhopig toevlucht in geïmproviseerde kampen en staan bloot aan vrieskou, honger en epidemieën.

In strijd met het internationaal humanitair recht worden ziekenhuizen en medische klinieken - 79 zijn al gedwongen te sluiten - alsook scholen en opvangcentra doelbewust beschoten en gebombardeerd. Sinds 1 januari zijn er in Idlib volgens gegevens van de OHCHR tot nu toe al 298 burgers om het leven gekomen.

Wij beseffen heel goed dat er zich radicale groeperingen ophouden in Idlib. Terrorisme wordt door ons nooit lichtvaardig opgevat. Wij bestrijden terrorisme met overtuiging en vastberadenheid en dat doen we aan de frontlinie van de strijd tegen ISIS. Maar de strijd tegen terrorisme kan en mag nooit dienen als rechtvaardiging voor de grootschalige schendingen van het internationaal humanitair recht, waarvan we nu dagelijks getuige zijn in het noordwesten van Syrië.

De Verenigde Naties hebben gewaarschuwd voor een ongeëvenaarde humanitaire crisis als er niet onmiddellijk een einde wordt gemaakt aan dit laatste militaire offensief. Wij roepen het Syrische regime en zijn bondgenoten op dit offensief per direct te stoppen en terug te keren naar het staakt-het-vuren dat in het najaar van 2018 is afgesproken. Wij roepen hen op onmiddellijk alle vijandigheden te staken en hun verplichtingen onder het internationaal humanitair recht te respecteren, waaronder de verplichting humanitair en medisch personeel te beschermen; velen hebben hun leven verloren terwijl zij de burgerbevolking van Idlib probeerden te helpen. Wij roepen tevens Rusland op de onderhandelingen met Turkije te blijven voortzetten om de schrijnende situatie in Idlib te de-escaleren en bij te dragen aan een politieke oplossing.

Naast de urgentie van een wapenstilstand in Idlib, roepen wij Rusland op om in de komende maanden in de VN-Veiligheidsraad de vernieuwing van het mechanisme waardoor broodnodige grensoverschrijdende humanitaire hulp naar Noordwest-Syrië kan worden gebracht niet te blokkeren. Een mechanisme dat in het noordoosten al is afgesloten, waar we nu alternatieven moeten vinden voor de grenspassage bij Al Yaroubiya. Wie kan nu nog beweren dat het Syrische regime uit eigen beweging zal toestaan dat internationale hulp deze mensen in nood bereikt wanneer het regime zelf grotendeels verantwoordelijk is voor deze situatie?

Daarnaast is het belangrijk om helder voor de geest te houden dat alleen politieke onderhandelingen voor een houdbare uitkomst uit de Syrische crisis kunnen zorgen. Genormaliseerde politieke verhoudingen kunnen pas ontstaan wanneer een oprecht en onomkeerbaar politiek proces op gang is gekomen. Het regime in Damascus is gefixeerd op zijn militaire strategie en ondermijnt elke vorm van politiek proces, zoals de pogingen onder auspiciën van de speciaal gezant van de VN, Geir Pedersen, om in Genève grondwettelijke gesprekken op gang te krijgen. Maar deze inzet op militaire herovering is een illusie en dezelfde oorzaken zullen dezelfde effecten voortbrengen: radicalisering, instabiliteit in Syrië en de regio, en verbanning en ontheemding van meer dan de helft van de Syrische bevolking, die als vluchteling leeft of op de vlucht is. We moeten erkennen dat de buurlanden van Syrië enorme inspanningen leveren om de Syriërs die huis en haard moesten verlaten op te vangen.

Ook Europa neemt zijn verantwoordelijkheid in deze niet aflatende tragedie. De Europese Unie en haar lidstaten zijn de grootste donors van humanitaire hulp aan de noodlijdende Syrische bevolking. We zullen deze gezamenlijke inspanningen voortzetten en uitbreiden in reactie op de zich ontwikkelende crisis in Idlib.

Europa blijft druk op het regime uitoefenen om daadwerkelijk deel te nemen aan het politieke proces. Op 17 februari heeft Europa een pakket van extra sancties aangenomen gericht op individuele Syrische zakenlieden die de oorlogsinspanningen van het regime steunen en daarvan profiteren.

Tot slot is het ook onze verantwoordelijkheid om de straffeloosheid te bestrijden als het gaat om de talloze misdaden in dit Syrische conflict. Dit gaat om principes en rechtvaardigheid. Maar het is ook een voorwaarde voor een houdbare vrede in een Syrische samenleving die verscheurd is door tien jaar van conflict. Wij gaan door met steun aan de VN-mechanismen die straffeloosheid bestrijden, zoals het werk om bewijzen te verzamelen die cruciaal zullen zijn in toekomstige aanklachten tegen de verantwoordelijken: de Commissie van Onderzoek aangaande de Syrische Arabische Republiek en het International, Impartial and Independent Mechanism. We gaan ook onverminderd door met het doorverwijzen van zaken naar het Internationale Strafhof. En we werken onvermoeibaar aan het onderzoeken en waar mogelijk vervolgen van misdaden in Syrië die binnen onze eigen nationale rechtsmacht vallen. Onder deze misdaden vallen het gebruik van chemische wapens, een inbreuk op de meest fundamentele normen van het internationaal recht. We moeten verantwoordelijkheden vaststellen en er moet verantwoording worden afgelegd. En we willen duidelijkheid over wat er met de vele gevangenen en vermiste personen is gebeurd.