De Buitenlandministers van de Benelux ontvangen de Aanklager van het Internationaal Strafhof en hun EU-collega’s

De Buitenlandministers van de Benelux ontvangen de Aanklager van het Internationaal Strafhof en hun EU-collega’s

Vandaag, maandag 22 februari, heeft minister van Buitenlandse Zaken Sophie Wilmès, in het kader van het Belgische voorzitterschap van de Benelux, de aanklager van het Internationaal Strafhof (ICC), mevrouw Fatou Bensouda, en haar collega-ministers van Buitenlandse Zaken van de EU uitgenodigd voor een informele bijeenkomst met de 27 EU-ministers voorafgaand aan de maandelijkse zitting van de Raad Buitenlandse Zaken. Mevrouw Bensouda begon haar mandaat als aanklager in 2012 en zal het in juni van dit jaar neerleggen.

Tijdens de bijeenkomst werd mevrouw Bensouda gevraagd een stand van zaken te geven van de belangrijkste activiteiten en uitdagingen van het Hof en zijn bijdragen aan vrede, veiligheid en de strijd tegen straffeloosheid. Mevrouw Bensouda heeft de aandacht gevestigd op de uitdagingen waarmee het ICC wordt geconfronteerd, waaronder de sancties die de vorige Amerikaanse regering tegen haar en haar team heeft uitgevaardigd. In november 2020 deden de ministers Wilmès, Blok en Asselborn een gezamenlijke oproep aan de toen net verkozen president Joe Biden, om het tegen het ICC gerichte executive order zo snel mogelijk in te trekken.

De Beneluxministers beschouwen het Internationaal Strafhof als een centrale pijler van een mondiaal systeem van internationale rechtspleging en een essentieel element van de internationale rules-based order, zoals ook blijkt uit de rol die België, Nederland en Luxemburg tijdens hun respectieve mandaten voor de VN-Veiligheidsraad op zich hebben genomen als ICC focal point.

Volledige samenwerking en diplomatieke en politieke steun van alle staten die partij zijn, zijn van essentieel belang voor de doeltreffende werking van het ICC, vooral nu dat voor veelzijdige uitdagingen staat. De ministers van de Benelux zijn vastbesloten het ICC en het Statuut van Rome verder te versterken als middel om een einde te maken aan straffeloosheid voor daders en recht te doen aan de slachtoffers van deze misdrijven, en zijn dan ook blij met de lopende Review van het ICC om dit gezamenlijke doel dichterbij te brengen. De bijeenkomst van vandaag was een krachtig signaal van steun van de Benelux en de EU aan het Hof en zijn aanklager op een moment dat internationale strafrechtspleging meer dan ooit nodig is.

Sophie Wilmès: België dankt aanklager Bensouda voor haar grote inzet en wenst haar opvolger het allerbeste toe tijdens zijn cruciale mandaat. Nu het Internationaal Strafhof geconfronteerd wordt met grote externe uitdagingen, roept België alle landen op om deze essentiële instelling te steunen. Alleen door onze krachten te bundelen kunnen we bouwen aan een fundamenteel rechtvaardigere wereld. Een wereld waarin de meest meedogenloze schenders van het internationaal humanitair recht worden vervolgd en berecht, en waarin hun slachtoffers gerechtigheid vinden. Gerechtigheid, een noodzakelijke voorwaarde voor duurzame vrede.

Stef Blok: Nederland is een groot voorstander van het ICC, de hoeksteen van het internationale strafrechtsysteem. We zijn zeer dankbaar voor de uitstekende samenwerking met aanklager Bensouda en haar staf in de afgelopen negen jaar, en we kijken ernaar uit haar opvolger Karim Khan in Den Haag te verwelkomen. Om recht te doen geschieden voor de slachtoffers moeten alle staten die partij zijn, net als de internationale gemeenschap in ruimere zin, hun steentje bijdragen.

Jean Asselborn: Luxemburg heeft grote waardering voor het werk van het Internationaal Strafhof. Het is een belangrijke instelling in de strijd tegen de straffeloosheid van de ernstigste misdaden van internationaal belang: genocide, misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en het misdrijf agressie. Voor vele onschuldige slachtoffers van gewapende conflicten is het ICC de beste hoop op gerechtigheid. Ik dank mevrouw Fatou Bensouda voor haar toewijding en in het bijzonder voor haar inspanningen tijdens haar mandaat als aanklager om vrouwen en kinderen beter te beschermen.