Sophie Wilmès benadrukt blijvend Belgisch engagement voor kinderrechten op de Internationale Dag tegen het gebruik van kindsoldaten

Ter gelegenheid van de Internationale Dag tegen het Gebruik van Kindsoldaten herbevestigt vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken Sophie Wilmès het aanhoudend Belgisch engagement voor de verbetering van de bescherming van kinderen in gewapend conflict. De Verenigde Naties willen het lot van deze kinderen verbeteren door de zes meest ernstige schendingen van kinderrechten aan te pakken: doden en verminken, seksueel geweld, ontvoering, aanvallen op scholen of ziekenhuizen, het ontzeggen van toegang tot humanitaire hulp en tenslotte, het rekruteren van kindsoldaten. Vorig jaar rapporteerde de Secretaris-generaal van de VN niet minder dan 25,000 grove schendingen van kinderrechten in een twintigtal landen. Eén op drie van die schendingen wordt toegeschreven aan statelijke actoren.

Sophie Wilmès: “De wreedheid van gewapende conflicten treft wereldwijd miljoenen kinderen, en we stellen vast dat het aantal schendingen van kinderrechten in conflicten nog toeneemt. Liefst één op de vijf kinderen lijdt nu direct of indirect onder de gevolgen van conflicten. Kinderen – de meest kwetsbaren van alle mensen – lijden ook disproportioneel onder het geweld. Het heeft een verstrekkende impact op hun fysiek en psychisch welzijn, maar ook op duurzame vrede en veiligheid op langere termijn. Onverminderde inzet van de internationale gemeenschap is daarom een noodzaak.”

De bescherming van kinderrechten is al lange tijd een belangrijke prioriteit van het Belgisch buitenlands beleid. Zo kreeg België tijdens haar mandaat in de VN-Veiligheidsraad in 2019 en 2020 het Voorzitterschap van de Werkgroep Kinderen en Gewapende Conflicten toegewezen. Sophie Wilmès: "Dat België het voorzitterschap van de Werkgroep Kinderen en Gewapende Conflicten kreeg toegewezen, was het gevolg van een actieve campagne van ons land, maar is ook een teken dat onze expertise en geloofwaardigheid algemeen erkend worden. Ons land heeft het voorzitterschap aangegrepen op de problematiek van kinderen in gewapende conflicten prominent op de agenda van de Veiligheidsraad te brengen.”

Onder leiding van België nam de VN-Veiligheidsraad de afgelopen twee jaar unaniem aanbevelingen gedaan over conflicten in dertien landen. Ook in complexe dossiers zoals Syrië, Jemen en Myanmar slaagde ons land erin de Veiligheidsraad te verenigen rond kwalitatieve aanbevelingen. Met onder meer stevigere verwijzingen naar detentie van kinderen, het respecteren van het Kinderrechtenverdrag, de Safe Schools Declaration en het Internationaal Strafhof kregen de aanbevelingen van de Veiligheidsraad sterkere taal dan in het verleden.

België heeft er ook voor gezorgd dat de Veiligheidsraad twee voorzittersverklaringen over dit thema heeft aangenomen: de ene over het behartigen van de belangen van kinderen bij vredesprocessen en de andere over aanvallen tegen scholen, een bijzonder belangrijk fenomeen in de Sahel en in de regio van het Tsjaadmeer.

Het is nu zaak om elementen uit de conclusies van deze werkgroep te mainstreamen doorheen de VN-agenda en ermee aan de slag te gaan op het terrein. Ook buiten de VN-Veiligheidsraad, engageert België zich op verschillende fronten in de strijd tegen kinderrechtenschendingen. Zo levert ons land een belangrijke financiële bijdrage aan het zogenaamde “monitoring and reporting mechanisme” (MRM) van UNICEF dat hierover informatie verzamelt. Kinderrechtenschendingen belichten en daders blootstellen en ter verantwoording roepen, zijn cruciale stappen om het probleem aan te pakken. Ook binnen de EU en de NAVO zet België zich voor kinderen en gewapende conflicten in.

Ook België wordt geconfronteerd met kinderen van Belgische Foreign Terrorist Fighters in conflictsituaties, vooral in Syrië. Dit maakt de kwestie van de bescherming van kinderen in gewapende conflicten erg concreet voor ons land. Die kinderen zijn slachtoffers. Ons land heeft de afgelopen jaren verschillende Belgische kinderen gerepatrieerd.

Als verdragspartij bij het VN-Kinderrechtenverdrag en de drie Facultatieve Protocollen bij dit Verdrag ijvert België niet alleen voor een universele ratificatie van het Verdrag, maar ook voor de wereldwijde uitvoering ervan. Zeker in de context van de COVID-19-pandemie verdienen kinderen extra aandacht en middelen om de negatieve impact van de pandemie op hun situatie zoveel mogelijk te beperken. Als gevolg van stijgende armoede en dalende gezinsinkomens worden niet alleen het recht op onderwijs en het recht op voedsel bedreigd, er is ook een reëel risico dat meer kinderen gedwongen zullen worden tot kinderarbeid.

Het behartigen van kinderrechten zal in de toekomst een belangrijk aandachtspunt blijven voor België. Ons land zal zich actief blijven engageren voor kinderrechten en een betere bescherming van kinderen in gewapend conflict.