Diensten van de Voorzitter van het Directiecomité (S)

Opdracht

De Voorzitter van het Directiecomité neemt het dagelijks beheer waar van de FOD en staat daarbij in voor de coördinatie en interactie tussen de operationele en stafdiensten. Daarenboven ziet hij toe op de coherente uitvoering van de strategische plannen die het buitenlandse beleid gestalte geven en vertegenwoordigt hij het Departement in andere Belgische, Europese of internationale fora.

Volgende diensten hangen af van de Voorzitter van het Directiecomité:

 
Directiecel van de Voorzitter (S0.0)

S0.0 omvat de directe medewerkers van de Voorzitter van het Directiecomité. In samenwerking met de andere diensten van de FOD, staan zij in voor de voorbereiding van de uitvoering van zijn opdrachten.

 
Policy planning en vredesopbouw (S0.1)

De dienst "Policy planning" heeft als doel het strategisch denken te ontwikkelen omtrent verscheidene thema's die belangrijk zijn voor het Departement, en de aandacht te trekken op gevoelige kwesties die transversaal zijn en een bijzondere aandacht vereisen.

In uitvoering en ter versterking van het buitenlandse beleid kunnen wereldwijd projecten worden gefinancierd op het gebied van vredesopbouw. Meer bepaald zijn interventies mogelijk voor, na en tijdens conflicten. Op korte termijn moet het gebruik van (collectief) geweld worden vermeden. Op lange termijn dienen de achterliggende factoren voor conflicten te worden aangepakt, evenals de gevolgen daarvan.

Projectsubsidies worden toegekend op het budget "Vredesopbouw". De Minister van Buitenlandse Zaken beslist over de ingediende financieringsaanvragen, nadat een intern adviescomité zich heeft uitgesproken.

 
Security (S1)

Onder deze directie ressorteren volgende diensten:

 
Crisiscentrum / B-FAST (S1.1)

Deze dienst is met vier opdrachten belast:

  • het beheer van de telefonische wachtdienst van de FOD; 

  • de publicatie van de reisadviezen voor Belgen die van plan zijn naar het buitenland te gaan; 

  • het beheer van de crisisdossiers van de diplomatieke posten en van het crisiscentrum, dat wordt geactiveerd wanneer landgenoten in het buitenland worden blootgesteld aan een ernstig reëel of potentieel gevaar; 

  • de coördinatie en aansturing van B-FAST (Belgian First Aid & Support Team), een samenwerkingsverband tussen de FOD's Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Volksgezondheid, Binnenlandse Zaken en Begroting alsmede het Ministerie van Defensie, dat als doel heeft snelle steun te verlenen aan landen die getroffen zijn door rampen veroorzaakt door de mens of een natuurfenomeen.

 
Veiligheid (S1.2)

De dienst veiligheid buigt zich hoofdzakelijk over de veiligheid van de personeelsleden en van de gebouwen zowel op het Hoofdbestuur als op de diplomatieke en consulaire posten in het buitenland.  

Op verzoek van S1.2 zorgt de Nationale Veiligheidsoverheid voor de veiligheidsonderzoeken van de personeelsleden die omwille van hun werkzaamheden een veiligheidsmachtiging nodig hebben.

 
Interne dienst preventie en bescherming (S1.3)

De preventieadviseurs behandelen alle kwesties in verband met het welzijn op het werk: veiligheid op het werk, de bescherming van de gezondheid van de werknemer, de psychosociale belasting veroorzaakt door het werk, de ergonomie, de arbeidshygiëne, de verfraaiing van de werkplaatsen.

 
Management (S2)

Onder deze directie ressorteren volgende diensten:

 
Secretariaat Directiecomité (S2.1)

Het Directiecomité is het intern coördinatieorgaan bij uitstek. Op geregelde tijdstippen komen de directeurs-generaal en stafdirecteurs er samen om de grote krijt- en beleidslijnen uit te zetten in zowel de thematische (bilaterale en multilaterale zaken, ontwikkelingssamenwerking, consulaire aangelegenheden, Europese integratie...) als transversale domeinen (personeel, IT, budget). Het secretariaat staat in voor de goede organisatie, voorbereiding en opvolging.

 
Inspectie van de diplomatieke en consulaire posten (S2.2)

De dienst evalueert regelmatig (in principe om de 5 jaar) - of occasioneel ook ad hoc - de activiteiten en de werking van de Belgische diplomatieke en consulaire posten, getoetst aan de prioriteiten van het Departement, en verifieert o.m. of de ter beschikking gestelde materiële middelen en human resources toereikend zijn en goed gebruikt worden. Jaarlijks worden twintig tot dertig inspecties ter plaatse uitgevoerd.

 
Gender mainstreaming (S2.3)

Deze dienst ziet toe op de uitwerking en toepassing van het Actieplan Gender Mainstreaming van de FOD Buitenlandse Zaken, dit in het kader van het plan gender mainstreaming  dat op federaal niveau werd overeengekomen.

 
Kruispunt Gewesten en Gemeenschappen (S3)

Net als de federale Staat bezitten de gefedereerde entiteiten op internationaal vlak eigen bevoegdheden. Dit noodzaakt permanent overleg en coördinatie om zowel de coherentie van het buitenlands beleid te waarborgen als de praktische samenwerking met de Gemeenschappen en de Gewesten te regelen.

Het Kruispunt Gewesten en Gemeenschappen is de draaischijf in de betrekkingen tussen de FOD Buitenlandse Zaken en de gefedereerde entiteiten. Naast de dagelijkse contacten met de betrokken partijen, verzekert het Kruispunt de organisatie van een formeel overleg in het kader van de Interministeriële Conferentie "Buitenlands Beleid" (ICBB) en haar gespecialiseerde structuren, zoals de werkgroep "gemengde verdragen" (die het eventueel "gemengde" karakter van verdragen bepaalt, te weten verdragen die tot de bevoegdheid behoren van zowel de federale Staat als de Gemeenschappen en/of Gewesten) en de werkgroep belast met de verduidelijking van de praktische samenwerkingsmodaliteiten tussen de vertegenwoordigers van de federale Staat en de gefedereerde entiteiten in de diplomatieke en consulaire posten.

 
Bijzondere evaluatie van de Internationale samenwerking - (S4)

Deze directie is belast met het plannen en opstellen van evaluaties van de activiteiten van de federale Staat die als officiële ontwikkelingshulp zijn erkend. Hij vindt zijn oorsprong in de conclusies van de parlementaire opvolgingscommissie over ontwikkelingssamenwerking (1997-98) waarin de aanbeveling stond een externe evaluator te belasten met de sturing en begeleiding van externe evaluatieopdrachten. De Bijzonder Evaluator hangt administratief af van de Voorzitter van het Directiecomité.

De directie bijzondere evaluatie stelt een programma van prioriteiten op in overleg met alle betrokken partijen en maakt jaarlijks een verslag ten behoeve van de Minister over de bevindingen en de lessen die uit de evaluaties kunnen getrokken worden. De Minister maakt dit verslag over aan het Parlement.

 

 Organogram Diensten van de Voorzitter van het Directiecomité (S) (PDF, 334.61 KB)