Grondstoffen

De markt van de landbouwgrondstoffen kende vaak grote prijsschommelingen. Aangezien tal van ontwikkelingslanden voor hun inkomen sterk afhankelijk zijn van de export van grondstoffen, hadden de prijsschommelingen geregeld nadelige gevolgen voor hun ontwikkeling.

  1. Nog steeds geldig op
  2. Laatst bijgewerkt op

De productie van basisproducten en halffabricaten is bepalend voor het inkomen en de levensomstandigheden van miljoenen mensen die evenwel op dit niveau geen beslissende invloed kunnen uitoefenen.

In het kader van de Conferentie van de Verenigde Naties inzake Handel en Ontwikkeling (UNCTAD) werden in de jaren 1970 een aantal overeenkomsten gesloten voor de oprichting van productorganisaties, met als doel de prijzen te stabiliseren via mechanismen van exportquota en buffervoorraden. Aangezien de werking van die quotamechanismen hoe langer hoe meer ter discussie stond, werden ze geleidelijk opgeheven.

De overeenkomsten en organisaties bestaan wel nog steeds. Ze werden mettertijd omgevormd tot fora waar de producerende en verbruikende landen samenkomen om informatie uit te wisselen over de internationale productenmarkt en om verschillende specifieke thema’s te bespreken, zoals duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen, het streven naar betere werkomstandigheden of het ontbossingsprobleem, enzovoort.

Dit zijn de internationale grondstoffenorganisaties (IGO's):

  • de Internationale Koffieorganisatie (ICO), Londen;
  • de Internationale Cacao-organisatie (ICCO), Abidjan;
  • de Internationale Organisatie voor Tropisch Hout (ITTO), Yokohama;
  • de Internationale Organisatie voor Granen (IGC), Londen;
  • de Internationale Organisatie voor Suiker (ISO), Londen;
  • de Internationale Organisatie voor Wijnbouw en Wijnbereiding (OIV), Parijs;
  • de Internationale Studiegroep voor Rubber (IRSG), Singapore;
  • de Internationale Raad voor Olijfolie (IOC), Madrid;
  • het Internationaal Raadgevend Comité voor Katoen (ICAC), Washington;
  • de Internationale Studiegroep voor Koper (ICSG), Lissabon;
  • de Internationale Studiegroep voor Lood en Zink (ILZSG), Lissabon;
  • de Internationale Studiegroep voor Nikkel (INSG (link is external)), Lissabon;
  • het Internationaal Netwerk voor Bamboe en Rotan (INBAR), Beijing.

België is lid van deze organisaties, hetzij rechtstreeks, hetzij via de Europese Unie (groep grondstoffen - PROBA), met uitzondering van de Studiegroep voor Nikkel en het Internationaal Netwerk voor Bamboe en Rotan.

Sinds het Klimaatakkoord van Parijs (2015) is duurzaam grondstoffenbeheer verankerd in de visie van alle grondstoffenorganisaties. De aandacht voor het thema ging ook gepaard met een verhoogde waakzaamheid voor daarmee samenhangende thema's zoals de strijd tegen kinderarbeid, de strijd tegen ontbossing of het streven naar meer transparantie in de grondstoffensector, met name via een traceerbaarheidssysteem (Extractive Industries Transparence Initiative en beginselen van het stelsel van zorgvuldigheidseisen van de OESO). Beter beheer, een grotere transparantie en de bestrijding van illegale ontginning zijn immers nauw verweven met conflictpreventie.