Leefmilieu

Leefmilieu is een van de vijf pijlers van de Agenda 2030 en haar duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) en neemt ook meer en meer een centrale rol in binnen de Verenigde Naties. Hieronder volgt een korte inleiding van dit beleidsthema.

Partners

Vind hier meer informatie over de United Nations Environment Programme (UNEP), het Wereldmilieufonds (Global Environment Facility of GEF), het Green Climate Fund, en het Multilateraal fonds van het Montrealprotocol.
  1. Nog steeds geldig op
  2. Laatst bijgewerkt op

United Nations Environment Programme (UNEP)

United Nations Environment Programme (UNEP) is het milieuprogramma van de Verenigde Naties. UNEP heeft het mandaat om leiderschap op te nemen als globale autoriteit op het vlak van het wereldwijde leefmilieu. In die rol draagt UNEP bij aan de mondiale leefmilieu agenda, promoot het de coherente implementatie van de leefmilieudimensie van duurzame ontwikkeling binnen het VN systeem, en staat het ten dienste van het leefmilieu als een gezaghebbend pleitbezorger.

UNEP zet internationale normen uit voor leefmilieubeleid en geeft richting aan internationale actie binnen dit domein op basis van wetenschappelijke kennis. Sinds Rio+20 en de uitwerking van de SDG’s speelt UNEP een belangrijke rol in de implementatie van de leefmilieu dimensie binnen het duurzame ontwikkelingskader van de Agenda 2030.

UNEP focust zich expliciet op de aanpak van de triple planetary crisis, de drie globale milieu-uitdagingen:

  • klimaatverandering;
  • verlies van biodiversiteit en degradatie van ecosystemen;
  • vervuiling.

Hierbij zijn een wetenschappelijk onderbouwd leefmilieubeleid en -beheer en duurzame consumptie en productie ondersteunende pijlers.

Meer precies kunnen de activiteiten van UNEP als volgt samengevat worden:

  • de mondiale, regionale en nationale tendensen van het leefmilieu opvolgen en evalueren;
  • ontwikkelen van nationale en internationale instrumenten om leefmilieuproblemen aan te pakken;
  • ondersteunen van nationale instellingen voor onderbouwd leefmilieubeheer;
  • faciliteren van de transfer van wetenschap en technologie over het leefmilieu in een context van duurzame ontwikkeling; en
  • aanmoedigen van partnerschappen en nieuwe initiatieven in de publieke, niet-gouvernementele en private sector met als doel de meest dringende leefmilieuproblemen onder de aandacht te brengen van overheden.

Jaarlijks beschikt UNEP over een budget van ongeveer 450 miljoen dollar. België is al lang een trouwe partner en zal in de periode 2021-2024 17,3 miljoen euro bijdragen aan de algemene werking van het programma. Daarnaast wordt ook de klimaatactie van UNEP gesteund met bijkomende financiering. Ook de gewesten ondersteunen enkele programma’s van UNEP via specifieke programma’s en projecten.

De FOD Buitenlandse Zaken beheert de federale financiële bijdrage aan de organisatie en volgt de werking van UNEP op vanuit het hoofdbestuur en de Belgische Permanente Vertegenwoordiging te Nairobi, neemt hiertoe deel aan de bestuursorganen van UNEP en organiseert gemiddeld om de twee jaar een bilaterale vergadering met het UNEP topmanagement team ter opvolging van de overeengekomen afspraken in de vigerende meerjarige overeenkomst.

Wereldmilieufonds (Global Environment Fund of GEF)

Het Wereldmilieufonds (GEF) werd in 1991 opgericht in de aanloop naar de Top van de aarde van Rio de Janeiro (1992). Het heeft tot taak de nodige financiële middelen vrij te maken om op wereldschaal het hoofd te bieden aan de belangrijkste milieuproblemen. Na een proefperiode die tot midden 1994 liep, kon het GEF beginnen met de financiering van programma’s waarvoor, na onderhandelingen in Genève, in maart 1994 het Financieringsmechanisme werd goedgekeurd. Aanvankelijk telde dit fonds 73 leden, vandaag zijn het er 183.

Net als het Groen Klimaatfonds (Green Climate Fund of GCF)  is het GEF een van de twee belangrijkste financieringsmechanismen met een mandaat voor de wereldwijde financiering van klimaatverandering. Terwijl het mandaat van het GCF aanpassing aan en beperking van de klimaatverandering omvat, richt het GEF zich uitsluitend op financiering van de beperking van de klimaatverandering. Dat wil zeggen dat het GEF verantwoordelijk is voor het verstrekken van financiering om opkomende en ontwikkelingslanden te helpen hun broeikasgasemissies te verminderen.

Maar haar mandaat is breder dan dat. Het GEF financiert projecten en programma's op de volgende vijf gebieden:

  • bescherming en instandhouding van de biodiversiteit;
  • bestrijding van bodemaantasting;
  • beheer van (giftig) afval en chemische stoffen;
  • internationaal waterbeheer;
  • beperking van de klimaatverandering, zoals hierboven vermeld. 

Het GEF fungeert dus als financieel mechanisme voor de drie milieuverdragen van Rio (UNFCCC, UNCBD, UNCCD), alsmede het Minamata-verdrag (over kwik) en het Verdrag van Stockholm (over persistente organische verontreinigende stoffen, POP's).

Het Wereldmilieufonds beheert ook het Fonds voor de Minst Ontwikkelde Landen (Least Developed Countries Fund, LDCF) en het Speciaal Klimaatveranderingsfonds (Special Climate Changes Fund, SCCF).

Het GEF heeft zijn secretariaat in het hoofdkantoor van de Wereldbank in Washington, dat de GEF-trustee is. Het heeft een begroting die om de vier jaar wordt goedgekeurd via een onderhandelingsproces dat "replenisment" wordt genoemd. Sinds de oprichting is dit de zevende keer dat de GEF-begroting wordt aangevuld, vandaar dat we spreken over GEF-7, die de periode van begin juli 2018 tot eind juni 2022 bestrijkt. Het GEF-7 budget bedraagt 4,068 miljard dollar voor 4 jaar. 

Image
Bedragen van GEF-5, GEF-6 en GEF-7 per prioritair thema

Overzicht van de bedragen van GEF-5, GEF-6 en GEF-7 per prioritair thema

Het Wereldmilieufonds is dus geen multilaterale organisatie die zelf milieuprogramma’s uitvoert. Het doet hiervoor een beroep op 18 uitvoerende agentschappen met als belangrijkste de Wereldbank, het Ontwikkelingsprogramma van de VN (UNDP), het Milieuprogramma van de VN (UNEP) en de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO).

De Raad van het Wereldmilieufonds telt 32 leden die om de zes maanden bijeenkomen (elk jaar midden-december en midden juni) om de grote politieke, strategische, budgettaire en administratieve lijnen te bespreken.

Image
Schematische voorstelling van de verschillende instanties van het Wereldmilieufonds

Schematische voorstelling van de verschillende instanties van het Wereldmilieufonds

Bijdragen van België aan het GEF en de 8ste aanvulling van het GEF

In 2018 heeft België 60 miljoen euro bijgedragen aan de 7e GEF-aanvulling, die loopt van midden 2018 tot midden 2022.

In april 2022 bereikten de GEF-donorlanden, na een onderhandelingsproces van meer dan een jaar, overeenstemming over een recordherkapitalisatie ter financiering van de 8ste GEF-cyclus, die loopt van medio 2022 tot medio 2026. In totaal is voor de GEF-8 5,25 miljard USD toegezegd.

De thematische verdeling van het GEF-8-kapitaal, medio 2022 tot medio 2026, is als volgt

  • 36% is bestemd voor biodiversiteit;
  • 16% voor klimaatverandering;
  • 11,6% voor landdegradatie;
  • 15% voor het beheer van giftig afval en chemische stoffen;
  • 10,6% voor internationale waterbescherming.

België is van plan 92,5 miljoen euro bij te dragen aan het 8ste GEF, wat neerkomt op een stijging met 54% in vergelijking met zijn bijdrage aan het 7de GEF (60 miljoen euro).

Gedurende twee jaar (2022 en 2023) zal België in de Raad van het GEF zitten en de zeven andere lidstaten vertegenwoordigen van de constituerende vergadering waarvan België lid is. Die laatste omvat Oostenrijk, de Tsjechische Republiek, Luxemburg, Slovenië, Slowakije, Turkije en Hongarije.

Green Climate Fund (GCF)

Het Green Climate Fund (GCF) werd in het kader van het UNFCCC (VN-klimaatverdrag) opgericht in 2010 tijdens COP16 in Cancun. Het is, naast het Global Environment Facility (GEF) en haar fondsen, deel van het financieel mechanisme van het klimaatverdrag. Onder het klimaatverdrag zijn ontwikkelde landen het engagement aangegaan om ontwikkelingslanden te helpen bij hun verplichtingen onder het verdrag.

Het GCF financiert zowel adaptatie als mitigatie gerelateerde activiteiten, terwijl het GEF uitsluitend klimaatmitigatie financiert, en het Least Developed Countries Fund (LDCF) en Special Climate Change Fund (SCCF), die beiden onder het beheer van GEF vallen, klimaatadaptatie en technologietransfer financieren.

Het secretariaat van het GCF heeft zijn hoofdkwartier in Songdo, Zuid-Korea.

Het GCF heeft als doelstelling een significante en ambitieuze bijdrage te leveren aan de strijd tegen klimaatverandering. Door ontwikkelingslanden te ondersteunen om hun uitstoot van broeikasgassen te verminderen en hen te helpen aanpassen aan de mogelijke impact van klimaatverandering, wordt gestreefd naar een paradigmaverandering- in de richting van een koolstofarme en klimaatweerbare ontwikkeling. Een specifieke aandacht gaat naar kwetsbare ontwikkelingslanden, zoals de minst ontwikkelde landen (LDCs), kleine eilandstaten (SIDS) en Afrikaanse landen.

Er wordt gestreefd naar een evenwicht in investeringen in mitigatie en adaptatie (elk 50%). Tenminste de helft van het gedeelte van de financiering voor adaptatie moet bovendien gaan naar de meest kwetsbare landen (LDCs, SIDS en Afrikaanse landen).

Een initiële fase van fondsenwerving (2014-2019) behaalde 10 miljard USD. Voor de periode 2020-2023 engageerden donoren zich om nog eens 10 miljard USD ter beschikking te stellen.

De Belgische ontwikkelingssamenwerking heeft tijdens de initiële fase 50 miljoen euro bijgedragen aan het GCF. Voor de periode van de eerste wedersamenstelling (2020-2023) zegde België toe haar bijdrage te verdubbelen tot 100 miljoen euro. Dat komt overeen met een jaarlijkse bijdrage van 20 mio Euro voor de jaren 2019-2023.

Multilateraal fonds van het Montrealprotocol

Het Montrealprotocol is een internationaal verdrag dat voorziet in maatregelen voor de bescherming van de ozonlaag. Het verdrag is van kracht sinds 1989. Het protocol werd uitgewerkt in het kader van het Verdrag van Wenen ter bescherming van de ozonlaag. Het Montrealprotocol wordt ook wel eens het meest succesvolle internationale verdrag genoemd, door de goede naleving ervan en de goede resultaten die al geboekt werden.

Het multilateraal fonds voor de implementatie van het Montrealprotocol moet ontwikkelingslanden ondersteunen bij hun verplichtingen onder het protocol, via technische en financiële samenwerking. Het werd meteen na de inwerkingtreding van het protocol opgericht. Om de drie jaar wordt het fonds aangevuld met financiële middelen. In totaal werd hiervoor reeds 4 miljard USD ter beschikking gesteld. Voor de periode 2018-2020 bedragen de beschikbare middelen 540 miljoen USD, waarvan 6,7 miljoen USD door België wordt bijgedragen.